'Hedy wordt een soort fladderende postduif'; Europarlementariërs zien niets in dubbelmandaat

STRAATSBURG, 20 NOV. Het “schandelijk en onbegrijpelijk” klinkt geregeld in het Palais de l'Europe van Straatsburg als de Nederlandse Europarlementariërs over de nieuwe PvdA-lijst voor de Europese verkiezingen praten.

De klap voor de Eurodelegatie is nóg groter dan voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Van de zeven herkiesbare kandidaten is er slechts één, ex-partijsecretaris W. van Velzen, herkiesbaar gesteld. De rest moet met minder genoegen nemen, of kan de koffers definitief pakken. De Nederlandse sociaal-democraten zijn zo aangeslagen dat ze de Straatsburgse salons mijden. Er is woede en berusting tegelijk. CDA-Europarlementariërs troosten hun PvdA-collega's, de VVD'ers spreken bemoedigende woorden en zelfs de SGP-afgezant in Europa, L. van der Waal, vindt de bestraffende hand van de hogere PvdA-machten “te hard”.

De solidariteit met de afvallers van de PvdA loopt gelijk op met een bijna gezamenlijk afwijzingfront tegen het idee van de PvdA-top om d'Ancona het dubbelmandaat te laten uitoefenen tussen het Europees Parlement en de Tweede Kamer. Een experiment dat “tot mislukken gedoemd is”, zo vinden de meesten in het Euro-parlement.

PvdA-delegatieleider E. Woltjer probeert temidden van de teleurstelling over de nieuwe kandidatenlijst “positieve kanten” aan het idee te ontdekken. De PvdA-groep van acht leden was tot voor kort faliekant tegen het dubbelmandaat, maar Woltjer vindt het nu “plezierig” dat de PvdA serieuzer kijkt naar de samenwerking tussen de twee parlementen. Na vijftien jaar Europarlement staat Woltjer op een verkiesbare plaats voor de Kamer terwijl Kamerlid F. Castricum naar Europa gaat. Ook staatssecretaris P. Dankert keert terug naar zijn oude stek in Europa. Maar Woltjer blijft reserves houden bij het dubbelmandaat. Het experiment kan volgens hem alleen slagen onder de voorwaarde dat het door een politicus wordt uitgevoerd die in Kamer en Europarlement “voldoende bekend” is.

Woltjer geeft toe dat de nieuwe lijst “sterk” is, maar voegt er aan toe dat deze “niet beter” is dan de zittende ploeg. Woltjer vindt dat zijn PvdA-smaldeel “onrechtvaardig” is behandeld en zegt dat de zittende PvdA-Europarlementariërs de rekening betalen voor het drastische vernieuwingsproces in de PvdA. Toch voelt hij er weinig voor om de ontwerp-lijst die het PvdA-bestuur heeft vastgesteld op het congres, volgende maand in Amsterdam te veranderen: “Ik wil geen complot”.

De leiders van CDA, VVD, D66 en GroenLinks wijzen het dubbelmandaat onomwonden af en verwijten de PvdA dat zij d'Ancona “half werk” wil laten doen. “Hedy wordt een soort fladderende postduif”, zo vindt G. de Vries (VVD). Volgens J. Penders (CDA) is het dubbelmandaat fysiek onmogelijk. “Je moet je invloed elke dag waarmaken en wie er niet is, kan ook niet veel doen”. Hoewel premier Lubbers en fractieleider Brinkman eens een lans braken voor het dubbelmandaat, is volgens Penders dit hoofdstuk in het CDA gesloten. J.W. Bertens (D66) noemt het dubbelmandaat een belediging van het Europarlement, want met twee mandaten lijkt het alsof je het Europarlement “erbij kunt doen”.

Het dubbelmandaat is geen nieuw idee, maar eigenlijk een oud recept. Voor de eerste rechtstreekse verkiezingen van het Europees Parlement in 1979 oefenden Kamerleden het dubbelmandaat uit. Politici als J. de Koning (ARP), S. Patijn en H. Vredeling (beiden PvdA) zaten in beide parlementen. Na de rechtstreekse verkiezing werd het dubbelmandaat niet meer toegepast, omdat het Europarlement immers een eigen legitimatie had. Maar tegelijk begon de 'eilandisering' van het Europees Parlement. Straatsburg/Brussel en Den Haag werden twee gescheiden circuits; er ontstond een kloof.

Europarlementariërs onderhouden contact met hun partijgenoten in de Kamerfractie, maar het gaat meestal niet van harte. De Kamerleden zien hun Europese geestverwanten als concurrenten en willen hun in Kamercommissies geen spreekrecht geven. De EG-Kamercommissie overlegt af en toe met Europarlementsleden. “We zitten bij elkaar maar we doen geen zaken”, aldus Van der Waal over het overlegpodium. Voor de PvdA reist een verbindingsambtenaar tussen Europa en de Kamer heen en weer, maar heeft in beide parlementen geen positie.

Het Europarlement is wel deel geworden van het politieke personeelsbeleid. Na die verkiezingen van 1979 dreigde het een rustige haven voor oudgedienden te worden, maar de laatste jaren is er sprake van meer uitwisseling. CDA en PvdA halen al bewindslieden uit het Europese circuit, zoals Maij-Weggen, d'Ancona, Dankert en Van Rooy. Maar 'overstaps' zijn ook mogelijk: volgend jaar gaan de Kamerleden Castricum (PvdA) en Wiebenga (VVD) naar Straatsburg en komen twee Europarlementariërs, Woltjer (PvdA) en Verhagen (CDA), naar de Tweede Kamer. Het afwijzingsfront ziet meer in deze overstaps dan in het dubbelmandaat. Van der Waal pleit als enige voor het dubbelmandaat. Hij vindt het een proef waard omdat d'Ancona in de Kamer meepraat “in volle rechten”.

Er gaapt nog een kloof: die tussen het Europarlement en de kiezers. Het profiel van het Europees Parlement blijft bij het grote publiek, ook na het verdrag van Maastricht waar het meer bevoegdheden heeft gekregen, gering. De Europarlementsleden zijn ook na vele jaren amper bekend. De opkomstcijfers van Europese verkiezingen dalen: in 1979 kwam in Nederland 58 procent van het electoraat naar de stembus, in 1984 50 procent en in 1989 was het 47 procent.

De PvdA ziet in het dubbelmandaat van een bekende politicus een middel om de kloof met de publieke opinie te overbruggen. d'Ancona moet zich mengen in het Nederlandse debat, Europa hier een gezicht geven. Het afwijzingsfront ziet er eerder een gevaar in. “Hedy moet geen alibi gaan worden om de samenwerking tussen leden van vakcommisses in Europarlement en Kamer na te laten”, vindt De Vries. Volgens hem dwingt het verdrag van Maastricht de Tweede Kamer tot een intensievere band met het Europarlement omdat bijvoobeeld het justitie-, het binnenlandse- en het monetaire beleid steeds Europeser wordt. Belangen moeten het cement tussen de twee circuits vormen. “Betere samenwerking is mogelijk als Straatsburg afrekent met zijn gekrenkte trots en Den Haag met achterhaalde eigendunk”.

    • Derk-Jan Eppink