Hans Drewanz omlijst nieuw met ouder werk bij noordelijk orkest

Concert: Noord Nederlands Orkest o.l.v. Hans Drewanz m.m.v. Susanne Grützmann, piano. Programma: L. van Beethoven: Ouverture Egmont en Pianoconcert nr 3; K.A. Hartmann: Zesde symfonie. Gehoord: 18/11 De Lawei Drachten.

De Duitse dirigent Hans Drewanz, vanaf september volgend jaar chef-dirigent van het Noord Nederlands Orkest, trad deze week vlak na zijn benoeming op met zijn toekomstige orkest. De 63-jarige Drewanz, die o.a. Solti assisteerde en bij de Salzburger Festspiele meewerkte, leidt sinds 30 jaar het Staatstheater van Darmstadt, de stad die door de zomercursussen bekend werd als broedplaats van de naoorlogse avant-garde. Drewanz is daarvan geen exponent, al is hij zeker ook niet puur traditionalistisch.

De aanstelling van Drewanz, als opvolger van de Pool Jacek Kaspszyk, lijkt een direct gevolg van de verscherpte eisen die minister d'Ancona sinds dit jaar stelt aan kunstinstellingen. De zalen lopen niet helemaal vol bij het NNO en Kaspszyk, die volgende maand Mahlers Zevende symfonie brengt, wilde vooral doorgaan met het echte grote werk (ook Bruckner, Strawinsky etc.) waarvoor men het noorden niet altijd uitloopt.

Drewanz wil voortaan het wat grotere en onbekendere werk brengen tussen de prettiger klassieke stukken. Het concert dat Drewanz deze week dirigeerde had ook die sandwichformule: tussen Beethovens Ouverture Egmont en diens Derde pianoconcert klonk de Zesde symfonie van Karl Amadeus Hartmann (1905-1963). Deze Duitse componist was een leerling van Webern, maar geen strenge twaalftoons-adept. Hartmann is eerder een typische eclecticus: voortdurend hoort men invloeden van andere componisten, zoals Alban Berg. Maar invormgeving, uitwerking en emotionele lading is hij wel persoonlijk en alleszins het aanhoren waard. Het aanwezige publiek in Drachten had zeker waardering voor zijn muziek.

Tegen de nazi's nam Hartmann stelling in zijn destijds ongepubliceerde en onuitgevoerde composities, die men ook kan beluisteren als hommages aan de 'Entartete Musik'. Hartmann schreef acht symfonieën, morgenmiddag speelt het Radio Filharmonisch Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw onder leiding van Ed Spanjaard het Adagio van zijn Tweede symfonie.

De Zesde symfonie is een tweedelig werk, voor groot symfonie-orkest, versterkt met onder andere extra slagwerk en een vierhandig bespeelde piano. De eerste versie ontstond in 1938 en werd door Hartmann in de jaren 1951-'53 omgewerkt. Hij wisselde ook de twee delen om: nu staat het Adagio voorop en wordt de symfonie besloten met een Toccata variata.

De emotionele strekking van het stuk is daarmee ook radicaal gewijzigd. Het Adagio is grimmig en desolaat met een klankidioom en een vorm die herinneren aan het slot-adagio van Mahlers Tiende symfonie. De Toccata is een bijzonder energiek stuk muziek met een ostinato-patroon dat aan Strawinsky refereert.

In Beethovens Egmont-muziek leek Drewanz een ouderwets degelijk dirigent. Het Derde pianoconcert klonk allesbehalve conventioneel: die leek minimaal gerepeteerd en straalde extreme spontaniteit uit met hollen in de snelle delen en stilstaan in het langzame. Soliste Susanne Grützmann wekte verbazing met een onacademische, eigenzinnige en soms bijna geïmproviseerd aandoende vertolking, die elke serieuze kritiek uitsluit.

    • Kasper Jansen