Gezondheid en klachten

MANNEN EN VROUWEN in Nederland leven gemiddeld zestig jaar gezond. Vrouwen leven ruim 80 jaar, mannen bijna 74 jaar. Twee simpele aftreksommen leren dat vrouwen 20 jaar en mannen 13 jaar ongezond zijn. In de vorige week gepubliceerde Volksgezondheid Toekomst Verkenning, waarin de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking van 1950 tot 2010 wordt beschouwd, gaan de onderzoekers er vanuit dat de levensverwachting tot 2010 voor beide geslachten nog ruim een jaar toeneemt. Tragisch aan die levensverlenging is dat het extra jaar voornamelijk ongezond zal worden doorgebracht.

De mannen lopen hun in de jaren vijftig en zestig opgelopen achterstand in levensduur de komende twintig jaar niet in. En de stijging van de levensverwachting was de afgelopen twintig jaar veel groter dan zij in de komende twintig jaar zal zijn. De levensverwachting van de vrouwen steeg tussen 1950 en 1990 7,4 jaar, van 72,7 naar 80,1. Mannen boekten in die veertig jaar nog niet de helft van die winst: 3,4 jaar, van 70,4 tot 73,8. Roken, stilzitten en vet en zoet welvaartsvoedsel eisen hun tol nog jaren later. De periode van de grote leeftijdstoename, die de hele eeuw al duurde en voor het grootste deel het gevolg was van schoon drinkwater, goede riolering, betere huisvesting en effectieve bestrijding van infectieziekten, is voorbij.

De Toekomstverkenning is een achthonderd pagina's dik document dat uitgangspunt moet zijn voor het volksgezondheidsbeleid. De samenstellers van de Toekomstverkenning - vele Nederlandse epidemiologen en volksgezondheidsdeskundigen werkten mee aan deze uitgave van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne - schrijven het nergens, maar de conclusie is onontkoombaar dat toekomstig beleid niet gericht mag zijn op verlenging van levensduur, zolang er niets gebeurt aan de lange periode die we ongezond doorbrengen.

IN DE TOPTIEN van ziekten die de lange periode van ongezondheid bepalen staan veel aandoeningen die nog niet kunnen worden genezen. Bovenaan de top-tien van chronische aandoeningen staat gewrichtsslijtage. Ruim een miljoen mensen zullen er in 2010 hinder van ondervinden. Het is de vraag of de geneeskunde hun over twintig jaar al iets te bieden heeft. Kunstgewrichten vergen ingrijpende operaties en moeten na een jaar of tien worden vervangen. Aan versleten wervels is niets te vervangen. Veel behandelingen aan het bewegingsapparaat zijn omstreden. De Ziekenfondsraad publiceerde vorige maand een lijst van vijftig (para)medische handelingen waarvan de kosten weliswaar door de verzekering worden vergoed, maar waarvan door een panel van deskundigen wordt betwijfeld of ze werkzaam en effectief, kortom hun geld waard zijn. Veel methoden van fysiotherapie en diagnostiek van het bewegingsapparaat staan op deze lijst met betwijfelde werking. Wie de lijst in zijn geheel bekijkt vraagt zich af hoeveel van de 58 miljard gulden die jaarlijks in de gezondheidszorg wordt gestopt nuttig wordt besteed, in de zin dat het gezondheid oplevert en niet alleen het idee dat er iets aan de klachten wordt gedaan.

De nummer twee op de lijst van chronische ziekten (CARA - astma en aanverwante ziektes) toont een ander gebrek van de geneeskunde. Er zijn CARA-geneesmiddelen - luchtverwijders en ontstekingsremmers - waarmee de ziekte goed onder controle is te houden, maar van genezing is geen sprake. De gebruikers van deze medicijnen blijven hun hele leven patiënt. In wetenschappelijke kring ontstaat tegenwoordig kennis over de moleculaire oorsprong van CARA, maar een bruikbare geneeswijze is daarmee het eerste decennium nog niet voorhanden. De medicijnen die nu worden ingezet zijn eerder zorgmiddelen dan geneesmiddelen. De anti-CARA-medicijnen hebben die eigenschap gemeen met veel (vaak moderne) medicijnen. Ook bloeddruk- en cholesterolverlagers, insuline tegen suikerziekte, anti-migrainemiddelen en maagzuurremmers genezen niet of nauwelijks, maar onderdrukken de verschijnselen tot een aanvaardbaar peil en stellen in sommige gevallen de dood uit.

PREVENTIE VAN ZIEKTEN zal, gezien de top-tienlijsten in de Toekomstverkenning, vooral het aantal voortijdig overledenen en in mindere mate het aantal chronisch zieken verkleinen. Lichaamsbeweging, gezond eten, niet roken, overgewicht vermijden, wonen en werken in een schone omgeving en matig drinken hebben vrijwel zeker invloed op de top-drie van doodsoorzaken, gerangschikt naar verloren levensjaren: coronaire hartziekten, longkanker en beroerte. Daarna volgen op die lijst borstkanker, CARA, dikke-darmkanker, waar minder duidelijk oorzaken voor aanwijsbaar zijn.

De aandacht zal de komende jaren vooral uit moeten gaan naar betere zorg en naar onderzoek gericht op genezing van de belangrijke chronische ziekten. Daarbij is de vraag of de top-tien van de Toekomstverkenning de prioriteit moeten bepalen, of dat eerst nog een afweging naar de kwaliteit van leven nodig is. Het aantal mensen met chronische aandoeningen zal de komende twintig jaar vooral als gevolg van de vergrijzing met een kwart toenemen.

Regering en parlement hebben het vaste voornemen om te verhinderen dat we meer dan de huidige 58 miljard gulden aan volksgezondheid uitgeven, hoewel de overheid zelf maar tien procent van dat bedrag bijdraagt en we de rest zelf betalen via de ziektekostenpremies. Om de uitgaven gelijk te houden is haast geboden met het uitbannen van niet-werkzame medische handelingen en zal er waarschijnlijk minder geld overblijven voor onderzoek naar ziekten waar mensen vooral op hoge leeftijd aan sterven of korter aan lijden, zoals kanker en bepaalde hartziekten die de afgelopen decennia volop in de aandacht stonden.