GEKOZEN PREMIER [2]

Alleen een gekozen premier krijgt de regeermacht die hem toekomt: een reeds lang bekende, maar ook genegeerde gedachte om de kiezer meer te betrekken bij de legitimatie van de regeringsvoorzitter, ofwel de minister-president, kortweg de premier (de eerste). De schijnlegitimiteit opheffen is het doel van de conceptie van de beide auteurs, de premier kiezen in twee rondes.

Twee kanttekeningen: ten eerste het irritante hokje waarmee de kiezer zijn stem kan geven. Treedt hierbij geen bewustzijnsvernauwing op bij juist de geïnteresseerde kiezer? Die zou wellicht graag meer hokjes willen kleuren, nu hij toch zijn mening geeft over het politieke kandidatenspectrum. Met behoud van de hem toebemeten stemkracht. In de onaantastbare wet 'one man, one vote' lijkt 'mens' eerder van toepassing op de gekozene dan de kiezer. Immers het gaat om het samenstellen van een team en niet om de genoemde lijsttrekkers. Deze wet is dan ook uit een computerloos tijdperk, waarin de handmatige organisatie van de verkiezing beperkingen oplegde aan de kiezer.

Het tweede punt dat aandacht verdient is de formatieperiode met haar resultaat, een coalitie met haar regeerakkoord. Er bestaat geen enkele democratische meerderheid voor dit regeerakkoord, dat niets meer is als enkele aan oxydatie onderhevige laspunten tussen meerdere partijprogramma's. Twee (of drie) partijprogramma's zijn tot een (doorgaans) verstarrend werkpak verworden. Wellicht was het voor alle partijen beter om een van de programma's onverkort uit te voeren. Er dient een meerderheid, dus draagvlak en legitimatie, te zijn voor het regeerprogramma dat wordt uitgevoerd.

Als dan toch tijd wordt vrijgemaakt voor het instellen van een nieuw kiessysteem, dan pleit ik hier voor een stap van drie treden, en niet van een tree die twee decennia terug al genomen had moeten worden.

    • C. de Groot