Filosofie van het schot

Donderdag was het in Amerika niet-meer-roken dag. De gezondheidsdiensten smeekten degenen die het nog deden, het voor één dag te laten. De strijd tegen de sigaret gaat voort, met pogingen om de verslaafden te overreden en met de wet om ze te dwingen. Geen staat die zoveel doet voor de gezondheid van zijn burgers, geen samenleving die ze op zoveel manieren op het goede pad wil houden en ze met dezelfde vaart er weer van afbrengt. Het vetste voedsel en de meeste pillen tegen maagzuur, de zwaarste verstoppingen en de snelste laxeermiddelen, de beste dokters en de meeste mensen die onverzekerd rondlopen. Dat brengt de Amerikaanse vrijheid nu eenmaal met zich mee.

Zo gaat het ook met de vuurwapens. Onze correspondent in Washington, Maarten Huygen, heeft vorige week in dit bijvoegsel een uitputtend stuk geschreven over de persoonlijke bewapening van de Amerikanen. Dat ik er nog iets aan toevoeg wordt veroorzaakt door een paar persoonlijke ervaringen.

Iedere natie heeft in het televisienieuws een typisch item waardoor het zich van andere naties onderscheidt. In het Franse nieuws zie je boeren die de weg versperren, in het Nederlandse ludieke hoo! en waah! roepende demonstranten op het Binnenhof en in het Amerikaanse een dode of gewonde die van straat wordt opgeraapt en in een ambulance afgevoerd. Je raakt eraan gewend, je denkt dat het zo hoort. In tegenstelling tot wat we vroeger veronderstelden brengt de televisie de mensen niet 'dichter tot het gebeuren'; ze raken er verder van af doordat ze het drama zo vaak in twee dimensies zien, achter glas, dat ze het vanzelf gaan abstraheren. Maar een enkele keer breekt het glas.

De voorpagina van de New York Post meldde die ochtend: 10 SLAIN IN 11 HRS. THIS MUST STOP. Zeker, bijna één mens per uur is veel, maar hoe vaak al is met alle kracht gezegd 'dat er een eind aan moet komen'', en hoe vaak heb je de foto's van ouders of vrouwen van de gesneuvelden in wanhoop gezien en de vastberaden hoofdartikelen gelezen. Er is weer een reeks maatregelen tegen de misdaad in voorbereiding, een nieuwe Crime Bill. Het zal me benieuwen in welke toestand van verminking die wordt aangenomen. Maar nu eerst! De Noordamerikaanse vrijhandelszone. Daar ging ik het naadje van de kous eens over lezen.

In de hal van mijn hotel heerste geen vrolijke stemming, een grapje werd niet beantwoord. Ik vroeg wat er aan de hand was. De zoon van Daniel was doodgeschoten. Daniel is een minzame man van een jaar of vijfenveertig die hier veel functies uitoefent. Zijn zoon van dertien was op weg van school naar huis in een gevecht tussen twee benden terecht gekomen en getroffen door een 'verdwaalde kogel'. Daar eindigt de televisie, de abstractie houdt op.

Veel kinderen, volwassenen en bejaarden raken in een crossfire en komen er niet levend uit. Op scholen wordt de jeugd al jaren met metaaldetectors onderzocht, maar op straat blijven ze de blaffers trekken. Washington is het ergst maar ook buiten de grote steden gaat de oorlog onverminderd verder. Het nationale dodencijfer zal dit jaar ongeveer 37.000 zijn - dat van de gewonden natuurlijk een veelvoud. Het is een epidemie, zeggen de doktoren. De gezondheidszorg kan het niet meer bijbenen, het wordt te duur en er zijn te weinig bedden.

Waarom dan niet een nationale campagne tegen het schieten, nadat die tegen het roken zo'n succes is geworden terwijl het met de actie tegen het te veel en te vet eten ook de goede kant opgaat? Senator Moynihan had al een poosje geleden een Ei van Columbus ontdekt. De sigaretten worden steeds duurder. Waarom dan geen duizend procent belasting op de kogels geheven? Eén schot en de schutter is aan de bedelstaf. Het is een goed idee: de onmiddellijke economische zelfbestraffing. Persoonlijk ben ik er voor het hele volk te ontwapenen, blok na blok door de National Guard te laten bezetten en er een soort vijfjarenplan van te maken, zodat nog voor het einde van de eeuw de 230 miljoen vuurwapens zijn omgesmolten. Een Prohibition, een drooglegging zoals een jaar of vijfenzestig geleden de Amerikanen van de alcohol werden bevrijd. De metal prohibition. Maar dit is een typisch Europees plan, dat is het nadeel.

Hoe valt het uit te leggen dat de Amerikanen anders over vuurwapens denken dan wij? Ik kon het mezelf niet eens goed uitleggen, tot ik in het najaarsnummer van het respectabele kwartaalschrift The Public Interest een essay las waarin ik deze extremistische kant van het Amerikaanse denken zo glashelder verklaard zag, dat het wel leek alsof Alexis de Tocqueville het had geschreven. Maar de auteur is een Washingtonse advocaat en procureur, Jeffrey R. Snyder. Zijn verhandeling heet: Een natie van lafaards.

Wij moderne mensen, zo vat ik zijn redenering samen, maken veel werk van ons zelfrespect en onze zelfbeschikking. Maar hoe is dat mogelijk als we tegelijkertijd ons zelf niet waardig keuren om ons behoorlijk te verdedigen? God heeft ons het leven geschonken en het is aan ons, die gift te bewaren. Als wij de bescherming van ons leven uitbesteden aan de staat, handelen we in strijd met onze Grondwet en Gods wil. Dat we gekweld worden door de misdaad komt niet omdat we te weinig gevangenissen hebben of te weinig politie of omdat onze rechters te zacht zijn. Nee, de tekortkoming ligt in ons eigen karakter. Wij schrikken terug, wij zijn een natie van lafaards!

Wie veel leest raakt aan veel gewend. Vroeger praatte ik soms tegen de bladzijden, later nog weleens tegen de televisie, maar ik dacht dat ik ermee was opgehouden. Bij het lezen van Jeffrey R. Snyders essay kwam het weer terug. Wat ik tegen zijn woorden riep, sla ik over. Snyder schrijft: 'Het bezit van vuurwapens is de bevestiging dat de vrijheid geen gift van de staat is. (-) Het is het bewijs dat men klaar staat om die vrijheid met meer dan woorden te verdedigen en dat men niet in de greep is van des staats totalitaire greep.'' Om deze zienswijze kracht bij te zetten roept de schrijver een paar van de niet geringste politieke filosofen aan: Machiavelli, Locke, Rousseau. Allemaal hebben ze het onverbrekelijk verband tussen het vuurwapen en de vrijheid gelegd.

Het liefst zou ik in plaats van dit stukje te schrijven het hele essay willen vertalen. Het is glashelder, de denkbeelden van Snyder staan ons voor ogen als een tyrannosaurus rex uit Jurassic Park. De bezitters van een vuurwapen zullen zich niet als lammeren 'de nacht van de progressieve utopie in laten leiden''. Want: 'U kunt mijn revolver krijgen als u het uit mijn koude, dode handen wringt.''

Ik weet er niets op te antwoorden. Het is de kern van nog altijd de overheersende stroming in het Amerikaanse denken. Toen de brave soldaat Schweijk aan het front kwam riep hij: 'Niet schieten! Je zou weleens iemand kunnen raken.'' Dat is, wat dit aangaat, het verschil met het Europese.