EEN DIEP VERLANGEN NAAR ROUSSEAU

Love & Friendship door Allan Bloom 590 blz., Simon & Schuster 1993, ƒ 56,75 ISBN 0 671 67336 X

Literatuurwetenschap is geen echte wetenschap. Dat heeft Karel van het Reve ooit al eens betoogd, maar de waarheid van deze observatie dringt des te sterker door bij het lezen van Love & Friendship, Allan Blooms aanval op de wijze waarop wij met ons allen in de twintigste eeuw ons verstaan met de zaken van het hart. In dit boek, dat Bloom voltooide vlak voor zijn overlijden een jaar geleden, worden literatuuranalyse en cultuurkritiek aan elkaar gesmeed als een nijlpaard dat een ijsmutsje aangemeten krijgt. De cultuurkritiek bevindt zich in de Inleiding. De literatuuranalyse neemt de rest van de 550 pagina's in beslag. Ongetwijfeld hoor ik bij degenen tot wie Bloom zijn pijlen richtte in zijn bestseller uit 1987 The Closing of the American Mind, waarin hij onder andere afgaf op luie studenten die liever de tv-kanalen langs zappen dan een studieus boek lezen. Want liever had ik herhalingen van de Lucy Ball-show bekeken dan mijn tijd met het lezen van Love & Friendship doorgebracht. En dat terwijl ik graag kennis neem van andermans gedachten over liefde en vriendschap.

Het probleem is dat ik geen literatuurprofessor ben. Ik vermoed dat zij de enigen zijn die dit boek kunnen waarderen, omdat zij al die klassieke werken uit de wereldliteratuur in hun hoofd hebben en daar dagelijks mee werken. Ik heb weliswaar ook wel wat klassieken gelezen, maar toevallig niet Émile van Rousseau of Troilus en Cressida, en het Symposion van Plato ligt alweer ruim twintig jaar achter me. Bloom besefte dat natuurlijk toen hij zijn boek schreef, dus zag hij zich genoodzaakt tot het uitgebreid parafraseren van de oorspronkelijke werken om zijn punten te kunnen maken. Dit geeft vermoeiende leesstof.

INZET

Dit soort meta-boeken (boeken die ontspruiten aan andere boeken, zoals eekhorentjesbrood op een oude boomstam) vereisen een meer dan normale inzet van de lezer. Regelmatig werd ik althans door de gedachte besprongen dat ik mijn tijd beter had kunnen besteden aan het zelf lezen van Stendhals Le Rouge et le Noir dan aan Blooms gedetailleerde samenvatting en interpretatie. Niet dat het onmogelijk is om zo'n soort boek te schrijven. Camille Paglia's Sexual Personae is precies zo'n soort meta-boek, waarin ze de hele wereldliteratuur overhoop haalt. Het verschil is dat Paglia veel meeslepender en puntiger formuleert, maar vooral dat zij in haar analyses voortdurend terugkeert naar de hoofdlijn van haar stelling. De lezer blijft daardoor bij de les en wordt uitgedaagd tot instemming of het krabbelen van 'sic' in de kantlijn.

Bloom koppelt veel te weinig terug, en waar hij het doet, gebeurt het op een gratuïte manier, zoals wanneer hij zich afvraagt wat Rousseau van de pil zou hebben gevonden (Bloom vermoedt: tegen) of van de toetreding van vrouwen op de arbeidsmarkt (gematigd tegen). Voor de rest verzuipt de lezer in de betrekkingen tussen Hal en Falstaff of de ideeën van Montaigne. Hij behandelt allemaal topschrijvers en topboeken, zoveel is zeker, maar wat hebben die nu precies te maken met zijn uitgangspunt dat het zo somber gesteld is met de kwaliteit van de persoonlijke relaties in de 20ste eeuw?

In zijn polemische Inleiding stelt hij dat de ideeën van Freud en Kinsey en die van de 'radicale feministen' een desastreuze invloed hebben uitgeoefend op wat hij 'true eros' noemt. In navolging van Plato verstaat hij onder de waarachtige eros het verlangen naar het mooie, het hoogstaande en het nobele. Volgens Bloom heeft Freud de eros gereduceerd tot seks en bovendien het hele innerlijke leven geseksualiseerd: alle motieven om iets te creëren zijn suspect, want terug te voeren op verdrongen seksuele wensen. Freud heeft in Blooms visie een even pessimistische als simplistische theorie ontworpen, waar je niet veel mee opschiet als het je te doen is om de echte eros.

ORDINAIR

Kinsey is al even simplistisch in zijn denken als Freud, maar zijn boodschap is een optimistische met een toon van geruststelling, iets wat Bloom zo mogelijk nog irritanter vindt. Al die cijfers en statistieken over wat mensen voor seksuele handelingen plegen en hoe normaal dat allemaal is - Bloom ziet er niets in en volgens hem leidt het alleen maar af van waar het werkelijk om gaat.

De invloed van Kinsey is overal aan te treffen, van de onophoudelijke seks-enquêtes in de Cosmopolitan tot de geseksualiseerde bier- en autoreclames op de tv. Bloom vindt het ordinair, waar hij gelijk in heeft, maar het is de vraag of de echte eros zich daardoor inderdaad uit het veld laat slaan. Bloom meent serieus dat er in de 20ste eeuw geen enkele grote roman over de liefde is verschenen - de eros is zwaar verwaarloosd in de moderne fictie. Maar hoe moeten we dan tegen de romans van Saul Bellow aankijken? Of die van Malamud? Of desnoods die van Updike, die weliswaar veel seks in zijn boeken doet, maar waar toch een groot verlangen achter zit. En zelfs onze eigen Maarten 't Hart heeft zijn steentje bijgedragen aan het thema van de onbereikbare liefde, onder andere in Een vlucht regenwulpen (maar Bloom leest natuurlijk geen Nederlands).

Hij verwijt de radicale feministen (het blijft bij deze ongekwalificeerde benaming - namen noemt hij niet) dat ze een ongenuanceerd egalitarisme prediken en dat ze de liefde en het huwelijk in een machtsstrijd hebben veranderd. Een conservatief kan daar bezwaar tegen maken. Aan de andere kant kun je ook stellen dat de feministen alleen maar boven water hebben gehaald wat er altijd al aan de hand was. De door Bloom bewonderde Rousseau schreef al met zoveel woorden dat de betrekkingen tussen de seksen neerkomen op een machtsstrijd zonder eind.

Wat me het meeste tegenstaat aan dit boek is dat het niet eerlijk is. Bloom vergelijkt prachtige passages uit de wereldliteratuur en diepe gedachten uit de filosofie met de oppervlakkige manier waarop mensen nu cocktailparty-praat uitslaan of zich vergapen aan nietsverhullende talkshows. Ja, vergeleken met de sociale observaties van Jane Austen of de psychologie van Emma Bovary is het een beetje behelpen in het morsige dagelijks leven van de jaren negentig. Maar het trekken van de vergelijking verheldert weinig en heeft ook niets met wetenschap te maken. Bloom adviseert een herbezinning op de klassieken om weer in aanraking te komen met de teloorgegane liefde en vriendschap. Dit is een goed idee. Blooms eigen boek kan in dat geval ongelezen blijven.

    • Beatrijs Ritsema