Duitse krantebijlage toch met bloed bedrukt

ROTTERDAM, 20 NOV. Ondanks protesten van het Rode Kruis en de Duitse media heeft het in München verschijnende dagblad Süddeutsche Zeitung gisteren zijn wekelijkse kleurenbijlage gedeeltelijk bedrukt in rode drukinkt die vermengd is met bloed van acht vrouwen uit het voormalige Joegoeslavië, vluchtelingen en slachtoffers van geweld.

De teksten zijn in een driedimensionale vormgeving van 16 november tot 12 december tentoongesteld in het Münchener Haus der Kunst.

De toepassing van de 'bloedrode' inkt, waarvoor een halve liter bloed vrijwillig is afgestaan, beperkt zich tot een tekst op een wit, omgevouwen pamflet ter grootte van een ansichtkaart, geplakt op de zwarte cover van de bijlage: 'Da wo Frauen sterben bin ich hellwach' (Daar waar vrouwen sterven ben ik klaarwakker).

De negatieve commentaren op de aankondiging van deze bijlage, vorige week, hadden mede betrekking op het feit dat veel Duitsers getraumatiseerd zijn door het recente schandaal om het met het aids-virus besmet bloed dat de afgelopen jaren in ziekenhuizen is toegediend. Het bloed dat aan de inkt is toegevoegd is van bacillen gezuiverd.

Het gebruik van vrouwenbloed is een idee van de Amerikaanse conceptuele kunstenares Jenny Holzer (42), 'het morele geweten, de Heilige Schrift van de eigentijdse kunst', aldus de Süddeutsche Zeitung. Met haar politiek-maatschappelijk geëngageerde teksten nam Holzer deel aan vele internationale kunsttentoonstellingen. Zij levert poëtische maatschappijkritiek, meent ze zelf.

In 1990 vertegenwoordigde Holzer Amerika op de Biennale van Venetië. 'Eating too much is criminal' en 'Abuse of power comes as no surprise' stond daar in marmer gebeiteld te lezen. Neon-teksten verschenen onder meer in het straatbeeld van New York, Londen en Las Vegas. In 1991 deed ze ook mee aan de manifestatie Nightlines in Utrecht. Laserstralen langs de flank van de Domtoren onthulden 'Sterven van liefde is mooi, maar dom' en Mannen beschermen je niet meer'.

Holzer wil met deze 'cover-actie' emotioneren en shockeren, zowel een symbolische daad stellen als ook het thema 'Geweld tegen vrouwen' kort en krachtig samenvatten, een thema dat als opening van de bijlage onder de titel Lustmord op 28 kleurenfoto-pagina's verder is uitgewerkt. Elke pagina bestaat volledig uit een nauwkeurige gefotografeerde close-up van een licht behaard fragment van een menselijke huid waarop bij wijze van tatoeage met zwarte of rode inkt een beknopte Duitse of Engelse tekst is geschreven. Zinsneden die op seks, perversie, machtswellust of angst duiden, zoals 'I take her face with its fine hairs. I position her mouth', 'In mir stecken Haare', 'I want to fuck her where she has too much hair' en 'The color of her where she is inside out is enough to make me kill her'.

Met deze serie “kruip ik in de ziel van de dader, het slachtoffer en de nabestaanden”, zegt Holzer in het daaropvolgende interview. Het recente sterfbed van haar moeder en het verdriet daarover, zo vertelt ze, heeft haar nog meer ontvankelijk gemaakt voor dat wat Joegoeslavische vrouwen is en nog wordt aangedaan. Zij verwijst onder meer naar de circa 50.000 vrouwen die volgens recente berichten het slachtoffer zijn geworden van verkrachtingen. Documentaire-opnamen van geweldsdelicten tegen Joegoeslavische vrouwen zijn, volgens haar, inmiddels als pornofilms in de handel terecht gekomen.

“Pas als we met bloed in aanraking komen, pas als het regelrecht aan onze handen kleeft, zijn we geshockeerd”, aldus Holzer, die aanvankelijk overwoog drukinkt met sperma te mengen. “Jammer, dat we de desbetreffende generaals en soldaten (in het voormalige Joegoeslavië, red.) niet hebben kunnen laten doodbloeden. Enkele honderdduizenden liters was mooi geweest”.

Jenny Holzer is de vierde in een reeks van internationale bekende kunstenaars die de afgelopen jaren het zesenveertigste nummer van de culturele en lifestyle-achtige weekendbijlage van deze krant gedeeltelijk vormgeven. Anselm Kiefer (1990), Francesco Clemente (1991) en Jeff Koons (1992) zijn haar voorgegaan.