DE KADTS ERFENIS: BOEIEND MAAR ONBRUIKBAAR

Het democratisch verschil. Jacques de Kadt en de nieuwe elite door Dick Pels 272 blz., Van Gennep 1993, ƒ 42,50 ISBN 90 6012 975 X

Het boek, nog maar net uit, is vrijwel overal lovend besproken en heeft fikse discussies ontketend. De lof is even terecht als het debat begrijpelijk. Want Dick Pels' studie over het denken van Jacques de Kadt valt niet achteloos terzijde te schuiven. Het prikkelt tot instemming, relativering of tegenspraak. Pels onderzoekt de ideeën van de in 1988 overleden politicus en schrijver Jacques de Kadt. Hij benadert diens gedachtenwereld vanuit een oorspronkelijke invalshoek. Pels beperkt zich niet tot inventarisatie en beoordeling van De Kadts opvattingen, maar doet een indrukwekkende poging met de overledene 'in gesprek te raken'. Het gaat hem er niet alleen om De Kadt 'in zijn tijd' te plaatsen. Pels wil bovenal onderzoeken in hoeverre De Kadts zienswijzen bruikbaar zijn bij het te lijf gaan van actuele problemen.

Is Pels' benadering origineel, het boek is ook om andere redenen verrassend. Een beetje flauw is misschien de kanttekening dat zo'n indringend gesprek als Pels voerde tijdens De Kadts leven waarschijnlijk nauwelijks mogelijk was geweest. Mensen die hem persoonlijk ontmoetten noemen De Kadt aimabel maar in veel van zijn artikelen doet hij zich eerder kennen als een onverdraaglijke gelijkhebber. Al veranderde De Kadt een aantal keren van positie en mening, hij bleef altijd overtuigd van het eigen gelijk en droeg dat uit met een heftigheid of hij verdraagzaamheid jegens afwijkende opvattingen als ondeugd zag.

Lijkt De Kadt dus geen ideale gesprekspartner, er zijn meer redenen voor verbazing over Pels' boek. Ik ken de auteur niet, maar ik vermoed in hem een representant van een studentengeneratie die zich, voor zover ze zich al tot de politiek voelde aangetrokken, eerder tot Marx wendde dan tot De Kadt. Mocht dit zo zijn, dan wil dat overigens niet zeggen dat Pels de ene goeroe zonder meer heeft ingeruild voor de ander. Zijn gesprek met De Kadt doet heel wat serieuzer aan dan destijds de onstuimige omhelzing van Marx door veel van Pels' generatiegenoten.

Pels zelf vermoedt dat de huidige herwaardering van De Kadt, waar hij zo'n krachtige impuls aan geeft, samenhangt met de recente speurtocht, in de PvdA, naar een op de jaren negentig toegesneden ideologie. Daarbij, aldus Pels, wordt teruggegrepen op een 'vooral door Banning geïnspireerd ethisch personalisme en het veel neo-liberaler en individualistischer gestemde 'zaken'socialisme van De Kadt''. Is deze visie ongetwijfeld juist, ik veronderstel dat De Kadts wederopstanding mede te danken is aan de ondergang van het communisme en dat niet zo zeer omdat het einde van het Sovjet-blok De Kadts Koude-Oorlogsretoriek met terugwerkende kracht rechtvaardigt. De Kadts opvatting dat het Sovjet-stelsel niet deugt als grondslag voor maatschappelijke ontwikkeling is inderdaad bevestigd. Maar ik blijf geloven dat een consequente toepassing van De Kadts politiek-strategische ideeën eerder tot de ondergang van de wereld dan van het communisme had geleid. Ik veronderstel daarom een meer indirect verband tussen De Kadts wederopstanding en de val van het communisme.

Het einde van het Sovjet-rijk betekende niet alleen de definitieve ontmaskering van het communisme, maar maakte tegelijkertijd een einde aan alle ergernis over De Kadts geharnaste Koude-Oorlogstaal. Zo ontstond de geestelijke ruimte waarin aandacht besteed kon worden aan de andere, interessanter aspecten van De Kadts denken. Deze herleefde belangstelling kondigde zich al aan in Ronald Havenaars studie De tocht naar het onbekende (1990), zij voltrekt zich dank zij Pels' boek met zo mogelijk nog meer nadruk.

KLASSIEKER

Wat ook van De Kadt gezegd kan worden, niet dat hij een saai leven heeft geleid. Geboren in 1897 in Oss; een HBS-opleiding; ambtenaar bij de PTT; van 1919-1924 lid en partijbestuurder van de Communistische Partij; breuk met die partij en in 1929 lid van de SDAP; breuk met de SDAP en in 1932 mede-oprichter van de OSP, de Onafhankelijke Socialistische Partij; in 1934 geroyeerd uit de OSP en oprichter van het blad De Nieuwe Kern; in mei 1940 via Engeland naar het toenmalige Nederlands-Indië; van 1942-1945 geïnterneerd in een Japans kamp; in 1945 Indonesisch correspondent van Het Parool; in 1946, terug in Nederland, lid van de PvdA en tevens medewerker en redacteur van talloze bladen; van 1948 tot 1963 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA; omstreeks 1970 uit de PvdA uit protest tegen de opmars van Nieuw Links. Heeft De Kadt altijd veel gepubliceerd, nadat hij zich uit de actieve politiek had teruggetrokken werd hij zo mogelijk produktiever dan ooit. Veel invloed had hij echter niet meer. 'Zelfs degenen die hem waren blijven waarderen,'' schreef Bart Tromp in 1991, 'konden (voor zijn laatste publikaties) niet veel lof opbrengen.''

De Kadt is terug in de belangstelling. Pels' Odyssee langs De Kadts publikaties biedt me meer inzicht in diens denken dan het lezen van De Kadts boeken zelf. 'De Kadts hoofdwerk,'' schrijft Pels, 'Het fascisme en de nieuwe vrijheid (1939), dat inmiddels de reputatie geniet een klassieker van de 20ste-eeuwse Nederlandstalige politieke literatuur te zijn, kan ook zo ongeveer het minst begrepen en misschien ook wel het slechtst gelezen boek van de eeuw worden genoemd.'' Of Pels' uitspraak opgaat voor anderen kan ik niet beoordelen, voor mij geldt ze zeker. De Kadts standaardwerk heb ik hoogstens grondig doorgebladerd en waarschijnlijk niet begrepen.

Is het na lezing van Pels' studie duidelijker dan voorheen hoe De Kadt 'in zijn tijd' geplaatst moet worden, minder helder blijft me hoe De Kadts zienswijzen kunnen bijdragen aan de oplossing van hedendaagse problemen. Heb ik het goed begrepen, dan ontwikkelden De Kadts opvattingen zich in eerste instantie als reactie op het leninisme, dat hij in de stalinistische variant uit eigen ervaring kende. In de tweede plaats reageerde hij op het fascisme, dat hij niet intellectueel-hooghartig negeerde maar juist zoveel mogelijk probeerde te begrijpen, ook al om het inzicht te vergroten in de aantrekkingskracht daarvan op denkers van formaat. Wat De Kadts 'flirt' met het fascisme wordt genoemd, is waarschijnlijk niet veel méér geweest dan die poging tot begrip.

Deze dubbele reactie lag ten grondslag aan zijn 'cultuursocialisme' dat, als zodanig, beschouwd kan worden als een kritische bijdrage tot het sociaal-democratische gedachtengoed. De vraag wat dat cultuursocialisme precies is, zou ik overigens niet graag op een tentamen ondubbelzinnig en kort moeten beantwoorden. Het komt, geloof ik, neer op een streven naar hogere welvaart, niet ten bate van een imaginaire gelijkheid, maar juist om de verschillen tussen mensen in vrijheid tot hun recht te laten komen. In een cultuursocialistisch gedomineerde samenleving zou voorts, meen ik te hebben begrepen, het politieke bestuur worden toevertrouwd aan een elite van vrije, non-conformistische dus èchte intellectuelen. De dwarsliggers aan de macht!

TWIJFEL

Mijn moeizame definitie van cultuursocialisme is niet bedoeld als kritiek op Pels, die de verschillende facetten ervan zorgvuldig uit de doeken doet. Wel zet ik een vraagteken bij Pels' idee De Kadts ideeën met vrucht in het heden te kunnen toepassen. Alleen de achtergrond al waartegen De Kadt zijn variant op het socialisme ontwikkelde, doet twijfel rijzen aan de bruikbaarheid ervan in de huidige omstandigheden. Het communisme is ter aarde besteld en mag, zeker op korte termijn, niet op herrijzenis rekenen. En, tenzij ik me volstrekt vergis, valt het hedendaagse ultra-rechts nauwelijks te vergelijken met het voor-oorlogse fascisme.

Bovendien doen de omstandigheden waarin het fascisme zich kon ontplooien zich vooralsnog allerminst voor. De verzorgingsstaat staat ontegenzeggelijk onder druk en er groeit opnieuw een onderklasse die evenmin deel heeft aan de democratie als aan de welvaart. Maar er mag niettemin van worden uitgegaan dat onze democratie de eerstkomende decennia, als voorheen, geschraagd wordt door een middenklasse die even burgerlijk als welvarend is. Al te grote verschillen zijn moreel onaanvaardbaar, ook als men ongelijkheid tussen mensen als gegeven aanvaardt. Maar de nieuwe, schrijnende ongelijkheid valt samen met de komst van een steeds onstuimiger stroom vreemdelingen, het valt onze economie steeds moeilijker in de concurrentie met nieuwe industrielanden overeind te blijven, de milieuproblematiek neemt steeds dreigender vormen aan en een welvaartsgroei over de hele linie is onwaarschijnlijk. Deze omstandigheden zetten de menselijke solidariteit zozeer onder druk, dat moet worden gevreesd dat het vrije individu van De Kadt de menselijke probleemgevallen eerder zal marginaliseren dan oplossen.

Twijfel ik aan de bruikbaarheid van De Kadts cultuursocialisme, nog minder vertrouwen heb ik in de dwarsliggende intellectuelen aan wie hij het landsbestuur zou willen toevertrouwen. Als we mede aan De Kadt te danken hebben dat we weer over politieke en andere elites durven spreken, dan behoort hij daarvoor postuum geprezen te worden. Maar we schieten er niets mee op als de grauwe middelmaat, die ons tegenwoordig bestuurt, wordt vervangen door de bevlogen toekomstdenkers van De Kadt. Het is een genot naar Van Mierlo te luisteren en ook de PvdA'er Scheffer had ik graag in het parlement gezien. Maar we hebben meer behoefte aan een elite van goed opgeleide volksvertegenwoordigers en bestuurders, die wijs genoeg zijn om hun eigen beperkingen te kennen en daarom minder vertrouwen op hun intuïtie dan op gemobiliseerde, relevante kennis.

Wat niet wegneemt dat Pels een mooi boek heeft geschreven, dat veel dieper graaft dan in een bespreking kan worden weergegeven. En al liep Pels daarbij aan de hand van De Kadt, dat heeft hem zijn kritische zin jegens zijn gesprekspartner geen moment doen verliezen.