'De baan is mijn werkvloer, voor entertainment ben ik niet geschikt'

Hij heeft zijn grootste doel bereikt. Tennisser PETE SAMPRAS blijft zeker tot na de jaarwisseling de nieuwe nummer een van de wereld. Een boterzacht karakter, maar gezegend met een betoverende techniek. Deze week speelt de Amerikaan in Frankfurt bij de ATP-Masters. Hij plaatste zich met ogenschijnlijk speels gemak voor de halve finales.

Zijn grote donkerbruine ogen kijken vriendelijk om zich heen. Pete Sampras volgt de huisvoorschriften tijdens het jaarlijkse onderonsje met de pers. Grijs pak, blauwe stropdas. Type ideale schoonzoon. Alleen zijn mond valt uit de toon, als de snavel uit een stripverhaal. De onderlip nog groter dan de bovenlip. Zijn tong komt alleen tevoorschijn op de baan. De hond die in de hitte naar water snakt.

De vriendelijke miljonair van nauwelijks 22 jaar is opvallend monter. Pas wanneer een bekende voorbijganger zijn aandacht vraagt, blijkt dat de ogenschijnlijke interesse voornamelijk gespeeld is. Sampras verlangt naar Florida, zegt hij. Zijn thuis, het beschermde milieu waar het grote talent kon gedijen. “Natuurlijk is Frankfurt een groot toernooi, na de vier Slams het belangrijkste toernooi. Maar ik voel me een beetje moe. Het is een loodzwaar jaar geweest. De druk was extra groot door de tweestrijd met Jim Courier. Ik ben al negen weken van huis. De Europese spelers hebben hetzelfde probleem als ze in de States zijn. Na een tijdje wil je naar huis. Je haat het niet, maar aangenaam is het ook niet. Ik heb niks tegen Europa, echt niet. Tennis is hier populairder dan in Amerika. Daar is men alleen in de vier Slams geïnteresseerd.”

Het verhaal van de jonge miljonair, die zich lijkt te vervelen. Afwisselend verpozend in vliegtuig, hotelkamer en tennishal. Hij bezoekt geen musea, geen nachtclubs. Hij vindt het te koud buiten, in Noord-Europa. Moet nog altijd een keertje naar Griekenland, waar zijn ouders vandaan komen. “Mijn hele familie woont in de Verenigde Staten”, luidt de verontschulding. Alleen Sampras' donkere gelaatstrekken verraden zijn Zuideuropese bloed.

Hij slaat een arm om de schouders van Vitas Gerulaitis, voormalig topspeler en nu werkzaam voor een Amerikaans televisiestation. Die beweerde vorig jaar nog dat zijn jonge landgenoot “geklopt is uit slagroom”. Een softie, geen winnaar. De voormalige topspeler kon zich die uitspraak afgelopen week vanzelfsprekend niet meer herinneren. Sampras is geen rancuneuze jongen. “Meer mensen zeggen dat ik er met mijn gedachten soms niet bij ben op de baan. Ik voel het anders. Dit jaar stond ik in acht finales, telkens onder grote druk. En ik won ze alle acht. Dat is toch een aardige reeks.”

Hij won in 1993 zowel Wimbledon als de US Open. Naast de twee grand-slamtitels won hij nog zes kleinere toernooien. Met recht de beste speler van het afgelopen jaar. Wat was zijn hoogtepunt? “Nee niet die eerste plaats op de ranglijst. Dat geeft een goed gevoel, meer niet. Zelfvertrouwen? Ik denk dat een toernooizege meer vertrouwen geeft. Die ranking is niet te vergelijken met het winnen van Wimbledon of de US Open. Daarna was ik echt in de zevende hemel, voor een week of drie.”

“Mijn hoogtepunt was dat ik Jim versloeg in de Wimbledon-finale. Dat was een gigantische, gigantische overwinning voor me. Ik was een paar maal dichtbij een grand slamfinale geweest. Ik voelde dat ik weer iets moest laten zien na die zege in de US Open in 1990. Ik moest bewijzen dat ik heus wel onder druk kan presteren. Een nieuwe nederlaag zou me mentaal enorm hebben geraakt. Dan had ik me weer helemaal moeten opladen voor de US Open. In de finale ging het vanaf het begin prima. Toch denk ik dat ik veel zenuwachtiger was dan ik toen besefte. Hoe kan ik anders zo moe geworden zijn in de derde set? Ik was doodop, maar slaagde er gelukkig in nog een paar belangrijke punten te verzilveren.”

Pete Sampras won als jongste speler ooit (19) de US Open. Een sensatie toen, die rustige donkere jongen met die bijna ouderwetse speelstijl. Zo soepel, zo gemakkelijk. Zonder al die ruwe topspin, zonder dat valse gekreun. Hij leek het racket te aaien, hoe hard zijn slagen in werkelijkheid ook waren. Daarna volgde de terugval. Hij won nog wel veel kleine toernooien, sloeg een fortuin aan prijzengeld binnen, maar een tweede Grand Slam-titel ging aan Sampras voorbij. Het grote talent stagneerde. “Hij mist een reet van steen”, meende Gerulaitis.

Vandaar de opluchting bij Pete Sampras toen hij dit jaar zijn grote rivaal Courier op Wimbledon versloeg. Pas op die snikhete zondagmiddag in Londen deed hij wat er van hem verwacht werd. De kenners waren onder de indruk van het volmaakte tennisspel. Het grote publiek miste de humor, de show. Heeft hij de waardering gemist? “Ik begrijp heus wel dat iemand als Agassi leuker is voor de toeschouwer. Maar als ik me zo zou gedragen, raak ik geen bal meer. De baan is mijn werkvloer, voor entertainment ben ik niet geschikt. Ik ben trouwens blij dat ik nog vrij ongestoord naar een film of een supermarkt kan gaan.”

De vergelijking met spelers als Borg en Lendl is gauw gemaakt. Weer zo'n stille jongen, die zich keurig gedraagt. Maar Sampras onderscheidt zich van zijn illustere voorgangers met oogstrelend spel. Hij beheerst alle slagen. Hij serveert constant en hard, retourneert als de beste, volleert perfect. Zelfs zijn baselinespel is opvallend goed voor een aanvallende speler. Slice en topspin, afwisselend hard en zacht geslagen. Sampras is de meest complete speler, is de eensluidende mening van zijn collega's. Hij wordt in staat geacht de vier grand slamtoernooien in een jaar te winnen, een prestatie die zijn idool Rod Laver in 1969 voor het laatst leverde.

“Mijn grootste uitdaging is Roland Garros. De verwachtingen zijn misschien niet hoog. Toch voel ik dat ik in Parijs kan winnen. Ik speel op gravel nog maar een graad minder dan Courier en Bruguera. Op gravel moet je heel vast zijn en het geduld op kunnen brengen. Dus moet je mentaal heel sterk zijn. Dat mis ik misschien nog een beetje ten opzichte van die twee. Mijn spel moet gewoon nog ietsje verbeteren op gravel. Maar ik kom de komende tien jaar nog naar Parijs. De doorbraak komt misschien vanzelf.”

Hij lijkt zich te verspreken. Tennissen tot zijn 32ste? “Nou, in elk geval tot m'n dertigste.” De jonge, bijna onbedorven Sampras. Hij heeft geen last van de vaderlandse pers zoals Becker, van het prille vaderschap zoals Edberg. Maar kan hij zich nog genoeg motiveren nu hij de nummer een is? Of krijgt hij de problemen die elke jonge, succesvolle tennismiljonair op den duur ten deel vallen? Pete Sampras denkt van niet, natuurlijk. Hij vergelijkt zich met Michael Jordan, die zich ook wist op te peppen na elk kampioenschap. Maar ook Jordan kon de motivatie na een paar jaar aan de top niet meer opbrengen. Misschien is de vraag op een verkeerd moment gesteld. Hij is immers pas 22. Hij wil zich concentreren op het tennis, hard trainen. Politieke standpunten, zoals Becker die ventileert, zijn nog niet aan Sampras besteed. Zijn maatschappelijke betrokkenheid beperkt zich tot de historie van het Australische tennis. Zelf geboren in 1971, toen befaamde spelers als Rod Laver, John Newcombe, Ken Rosewall en Roy Emmerson al op hun retour waren. “Ik ken ze van de televisie”, beweert hij nochtans. “Wat ik vooral zo mooi aan hen vond, was hun gedrag op de baan, niet zozeer hun spel. Ze straalden klasse uit op de baan. Dat wil ik nu ook zijn, een traditionele speler. Natuurlijk respecteer ik Connors en McEnroe om hun spel, maar de Lavers en de Rosewalls, zij waren speciaal.”

Hij vertelt over zijn ontmoeting met Laver, tijdens het open Italiaanse kampioenschap. Veel hebben de twee schijnbaar niet tegen elkaar gezegd. Een intieme bewondering behoeft geen dialoog.

Zijn relatie met trainer Tim Gullikson oogt zeer hecht. Handen in de zakken, beetje lachen, een hapje eten. “Tim is een hele goeie voor mij. We trainen vaak maar anderhalf uur, vroeger soms wel drie uur. Maar nu werk ik me tijdens de training helemaal uit de naad. En hoe intensiever je oefent, hoe beter je de wedstrijd in gaat.” Gullikson bevestigt deze middag wat hij na de halve finale-partij van Sampras tegen Becker op Wimbledon gezegd zou hebben. “Dit tennis was niet te verbeteren.”

Perfectie die zo vervelend kan zijn. Het publiek wil ook uitglijders, domme fouten. Sampras trainde deze week met de Oostenrijker Muster. Op het eerste gezicht lijkt er weinig verschil, zoals een schaatser met een slechte techniek ook hele fraaie trainingsrondjes draait. Pas tijdens een wedstrijd onderscheidt de souplesse zich van de kracht. Dan is Muster de vechtjas, Sampras de virtuoos. Waarom wordt deze bewonderenswaardig mooie speler zo verguisd? Wat hij nodig heeft, is een entertainer als tegenstander. Het zwart-wit-effect. Dan komen zijn eigen kwaliteiten tot uiting, dan is zijn onberispelijke gedrag op de baan niet vervelend. Alleen op Wimbledon viel Sweet Pete even uit zijn rol, toen de Britse supporters al te chauvinistisch werden. Gespeelde of gemeende emotie? “Men zei dat het zo saai was. Toen heb ik me maar even laten gaan.”

Pete Sampras is het slachtoffer van zijn tijd. Wanneer Connors en McEnroe tegen hem zouden spelen, stond het publiek op de banken. Nu speelt hij tegen even saaie jongens, met een even onnavolgbare service. Het resultaat is een voorspelbaar duel. Met op het eerste oog twee soortgelijke spelers. Sampras is misschien ook wel het slachtoffer van zichzelf. Zijn andere slagen, hoe fraai ook, blijven verborgen achter de façade van het servicekanon.

Wat ontbreekt er nog aan zijn spel? “Mijn passeerslagen zouden nog beter kunnen. Zeker tegen linkshandige spelers heb ik het moeilijk. Ivanisevic vooral. Die serveert altijd hard, maar toch afwisselend.” Deze week won hij van Ivanisevic, maar de onderlinge score is nog altijd in het voordeel van de Kroaat. Ivanisevic versloeg Sampras op Wimbledon in 1992, het jaar dat hij al als de grote favoriet werd afgeschilderd. Sampras leek afwezig tijdens die partij. Hij zou de spannning en de opgeklopte verwachtingen niet aankunnen.

Ruim een jaar later spreken de cijfers voor zichzelf. Hij is de onbetwiste nummer een van de wereld. Hij lijkt geen tussenpaus, zoals Wilander, Becker en Courier, die allen voor een korte periode 's werelds hoogst genoteerde speler zijn geweest. Is hij in staat een zelfde stempel op het tennis te drukken als Connors, Borg, McEnroe en ondanks alles Lendl in het verleden. Hij lacht nog net zo vriendelijk als een uur eerder, maar een echt antwoord krijgen de toehoorders niet. “May be”.