DADENDRANG ZONDER ZELFINZICHT

Vrijheid, het verhaal van een weerbarstige protestant door Jan Nico Scholten/Michiel van Diggelen 216 blz., Theologische uitgeverij Narratio, ƒ 25.- ISBN 90 5263 122 0

Bescheidenheid was nooit zijn handelsmerk. Zelfgenoegzaam, op het irritante af, bewoog hij zich ruim twintig jaar in het openbaar bestuur. Een man met een boodschap, een man ook met uitstraling. Maar hoe komt het toch dat zovelen hem hartelijk koesterden en tegelijk zo veel anderen hem innig wantrouwden?

In zijn deze week verschenen 'memoires' geeft oud-burgemeester en ex-politicus Jan Nico Scholten - misschien ongewild - een deel van het antwoord. Zijn idealen en dadendrang zijn immens groot, maar zijn zelfinzicht lijkt tegelijk verbluffend gering. Altijd is er de goede zaak die hij voorstaat, maar altijd is er ook Scholten die er vóór staat. Zijn manifeste geldingsdrang verduistert steeds de geloofwaardigheid van zijn ideële motieven. Maar de betrokkene geeft van dat besef in zijn memoires nauwelijks blijk. Of het moet zijn in het naschrift waar in stenogramstijl valt te lezen: 'Intensiteit van leven, soms ook leidend tot vervreemding van mezelf' en 'Hartzeer om gepasseerde zaken, grote, vooral kleine'.

'Vrijheid, het verhaal van een weerbarstige protestant' is het verhaal van een onvervalste anti-revolutionair, die vanuit de gereformeerde zuil (zondagsschool, jongelingsvereniging, Arjos, Kampen, VU) een politieke en bestuurlijke loopbaan opbouwt. Het verhaal ook van een behoudende ARP'er die zich ontwikkelt tot een 'evangelisch-radicaal', die pas laat breekt met het CDA en uiteindelijk overstapt naar de PvdA om daar als politicus op dood spoor te eindigen.

Het begin van zijn publieke loopbaan ligt in Andel, Giessen en Rijswijk, een protestantse enclave in katholiek Brabant. De Drenth Scholten (Dalerpeel, 1932) is dan al de schoonzoon van J.A.H.J.S. Bruins Slot, de toenmalige ARP-voorman en hoofdredacteur van Trouw. Burgemeester wordt hij nauwelijks anderhalf jaar na zijn afstuderen, dank zij 'enige protectie', zoals hij het minimalistisch omschrijft. In feite wordt hij met hulp van de toenmalige 'koning van Drenthe', ARP-politicus Smallenbroek, in Brabant geparachuteerd. Hij beleeft er rijke jaren, maar ook met 'bittere kanten'.

Het begin is nog onschuldig. De jonge burgemeester komt op een Solex, eet zijn boterhammen tussen de middag aan de dijk van de Maas en spreekt vaderlijk met zijn dorpelingen. Maar de burgemeester wil meer, naar het woord van zijn schoonvader wil hij pastor en koopman zijn. Pastor zijn gaat de voormalige theologiestudent goed af, als koopman loopt hij uiteindelijk grote schade op. De eerste keer als onbezoldigd makelaar die eigenmachtig grond opkoopt voor een bedrijfsterrein; de tweede keer als koper van zijn burgemeesterswoning voor een omstreden prijs. Er volgen geen veroordelingen - wel een reprimande - maar de geur van gerommel en gesjoemel blijft rond zijn persoon hangen. Landelijk loopt zijn imago flinke barsten op, in zijn eigen streek blijft hij ongekend populair.

GEHAAIDHEID

Zijn populariteit benut hij voor zijn politieke carrière. De traditionele dorpsburgemeester hanteert als aankomend politicus in de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten van 1966 moderne methodes. Tot ontzetting van zijn eigen partij maakt hij gebruik van sterk personalistische technieken, door met de bus en een keer zelfs met de helikopter campagne te voeren. Het levert hem duizenden voorkeurstemmen en een groot zelfvertrouwen op.

Zijn geldingsdrang brengt hem in 1970 ook in de Tweede Kamer, aanvankelijk voor de ARP. Daar heeft hij een 'haat-liefde-verhouding' met W. Aantjes, de toenmalige fractieleider. Enige verwantschap in karakter zal hieraan niet vreemd zijn: met Aantjes had Scholten een combinatie van gehaaidheid en scherpzinnigheid gemeen.

Als Kamerlid ontwikkelt Scholten zich tot een deskundig en behendig parlementariër met een goed ontwikkeld machtsgevoel. In zijn memoires etaleert hij zich vooral als een moreel gedreven politicus, die zich tegen ieder onrecht (van de uitbuiting via de Ster-reclame tot de uitbuiting van zwarten in Zuid-Afrika) te weer stelt. De machtspoliticus Scholten brengt het in de CDA-fractie intussen tot invloedrijk buitenlandspecialist, die tegelijk steeds verder naar de linkervleugel opschuift.

Zijn Werdegang als machtspoliticus beschrijft hij als een proces van ex-communicatie: hij zou in de fractie steeds verder zijn gemarginaliseerd, de stemdiscipline zou onaanvaardbaar groot zijn geweest. Waarschijnlijker is dat de machtspoliticus Scholten bij zijn positiebepaling in het CDA begin jaren tachtig een ernstige taxatiefout heeft gemaakt. Hij overschat zijn eigen positie en onderschat de hang naar eenheid die in de jonge partij domineert.

Scholten denkt als voormalig ARP'er de grote vrijheid van een kleine partij te kunnen combineren met de macht van een grote, maar gokt mis. Vanuit een invloedrijke positie in het centrum van de politiek belandt hij in '83 in een twee-mansfractie (Scholten/Dijkman), vervolgens kortstondig in een nieuwe partij (EVP) en daarna nog in een beweging (Basisbeweging voor Vrede en Solidariteit).

Zijn finest hour beleeft hij op 4 februari '84 in Ede. Veertienhonderd congresgangers delen daar massaal hun anti-CDA-sentiment en Scholten glorieert. Even, voor het eerst en tegelijk ook voor het laatst, is hij de baas van een partij. Het samenbindende sentiment in de beweging werkt maar kortstondig, er ontstaat versplintering en Scholten treedt uit.

De laatste fase van zijn politieke ontwikkeling is in 1986 de overstap naar de Partij van de Arbeid. Het is typerend voor de figuur Scholten, dat hij zijn memoires benut om aan te tonen dat hij altijd al dicht bij de PvdA stond. 'Ik had wel gedacht dat je Kamerlid zou worden, maar dan voor de PvdA', citeert hij Den Uyl bij zijn installatie in 1970. De overstap naar de Partij van de Arbeid is een late Doorbraak. Die bezorgt hem ook een bittere teleurstelling. Hij ontmoet in PvdA-kring wel sympathie, maar krijgt niet de vertegenwoordigende positie (Europees parlement) die hij nastreeft. Zijn politieke loopbaan komt ermee ten einde. Scholten blijft PvdA'er, maar voelt zich in feite nog altijd anti-revolutionair. Het is een beetje ongeloofwaardig, zoals meer in zijn publieke loopbaan ongeloofwaardig was.

    • Kees van der Malen