China: Apec is verband maar geen gemeenschap

Niet bekend

Het meest informeel was op de thee met marmelade-chocolate chip cookies bij een echte Amerikaanse lopende-band-arbeider van Boeing, hetgeen hem uitermate vreemd moet hebben toegeschenen. Vijftig Chinese medewerkers en Boeing-functionarissen propten zich in de kleine woonkamer met zijden gordijnen en vanillekleurig karpet. Jiang, die vlak voor zijn vertrek een groot economisch liberalisatieprogramma heeft ingevoerd, vroeg belangstellend of de arbeider zijn huis in eigendom had (“ja”) en of hij het zelf had verbouwd (“ja”).

De Apec-deelnemers hebben lang gedebatteerd over de vraag of de Apec een “gemeenschap” is. Het Chinees kent helemaal geen woord voor “gemeenschap”. Bovendien doet het woord “gemeenschap” denken aan de EG en dat voorbeeld willen de Apec-leden juist niet volgen. Een dergelijke intensieve relatie is hen een gruwel. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qian Qichen maakte dan ook duidelijk dat er geen sprake was van een gemeenschap, dat daar ook niet over was gesproken en dat er ook niet was gesproken over de richting die Apec zou inslaan.

De uitgesproken Maleisische Minister van Handel, Dato Seri Rafidah Aziz, vond dat Apec niet mag worden geïnstitutionaliseerd. “Het moet geen jaarlijkse affaire worden. Elk nieuw voorstel over een de structuur van Apec, moeten we nauwkeurig bestuderen”, zei ze.

Maleisië is naast Indonesië, de Filippijnen, Thailand, Singapore en Brunei lid van Asean, een organisatie, die de integratie nastreeft, die Apec mist. Volgens richtlijnen van de Asean mag de Apec de verdere integratie van Asean niet in de weg staan. Vooral de armere Aseanleden hebben groot bezwaar tegen de plannen van Clinton om Aziatische markten te openen. In landen als Indonesië of de Filippijnen speelt de staat nog een belangrijke ondersteunende rol in de economie. “Er zijn vele niveaus van economische ontwikkeling”, zei de Filippijnse minister van Buitenlandse Zaken, Roberto Romulo. “En we moeten onze kloof met de rijke landen eerst verkleinen voor we mee kunnen doen. De VS moeten consideratie hebben met de positie van de zwakkere economieën.”

Wat voor de Aseanleden geldt, geldt des te sterker voor China, een economie met een communistische erfenis, die bij verre na niet lijkt op het systeem van vrije ondernemingen in het Westen. President Clinton zei gisteren tot de Chinese president Jiang Zemin dat hij ontevreden was met het grote handelstekort dat de VS met China hebben en dat hij “verder zou willen werken” over die kwestie. Maar de onderlinge verschillen zijn nog groter dan die tussen Japan en Amerika.

Volgens Romulo leren de Amerikanen nu dat het allemaal niet zo snel kan gaan. “Ze wilden op het snelspoor en dat gaf ons toch de verkeerde indruk”, zegt hij. “Ze krijgen nu in de gaten dat het iets voor de lange termijn is.”

De spraakverwarring geldt niet alleen tussen de VS en Aziatische landen maar tussen alle Apecleden onderling. Voor de vertegenwoordigers van andere Aziatische landen is het soms moeilijk om aan Chinese regeringsvertegenwoordigers te vragen of ze bepaalde toezeggingen willen naleven. Het antwoord is soms onrustbarend indirect. Asean-leden hebben onenigheid met China over het gebruik en de exploitatie van de Zuidchinese Zee maar verklaarden vorig jaar de kwestie te laten rusten. China heeft deze declaratie gesteund. Maar toen Filippijnse functionarissen de Chinese vertegenwoordigers daar naar vroegen, kregen ze een vage verklaring dat het “in de lijn lag” van bepaalde partijbesluiten.

De gesprekken tussen president Clinton en Jiang Zemin leken soms op een dialoog tussen twee doven. Jiang hield een vijftien minuten durende monoloog tegen Clinton over de ontoelaatbaarheid van inmenging in binnenlandse Chinese zaken. Vervolgens ging Clinton verder met het uiten van zorgen over de mensenrechtensituatie in China. De sfeer was goed, aldus beide zijden, maar naar de inhoud te oordelen leek de confrontatie keihard. Over Tibet zei hij dat er voor 90 procent Tibetanen wonen. Zhemin kon daar bewijzen voor aanvoeren, in de vorm van boeken, onder andere geschreven door Amerikanen. Chinezen konden zich maar moeilijk aan het Tibetaanse klimaat aanpassen, aldus Jiang. Ja, de politieke gevangenen in China kregen prima medische verzorging was zijn antwoord op Clintons vraag of het Internationale Rode Kruis niet bij hen toegelaten kon worden. En gezinsleden van dissidenten in het buitenland hoefden “enkel maar de solliciteren” voor een visum.

Het mensenrechtenvraagstuk omvat veel meer dan twee regeringsleiders kunnen oplossen. Het gaat om de confrontatie tussen twee totaal verschillende samenlevingen. Zelfs Amerikaanse diplomaten erkennen dat de explosieve groei en economische liberalisatie in sommige delen van China kan destabiliseren. Het Congres heeft de meestbegunstigingsclausule (kortingen op Amerikaanse importtarieven die de meeste andere landen ook genieten) voor China met één jaar verlengd. Half volgend jaar moet het Congres weer verlengen en China moet voor die tijd duidelijke stappen hebben ondernomen. Jiang zou de mensenrechtenkwesties van de handel willen scheiden, zoals in relaties tussen Aziatische landen de gewoonte is. Maar president Clinton kan daar niet in zijn eentje over beslissen. Het Congres kijkt over zijn schouder mee.

Clinton zou graag zien dat China bemiddelt in de dreigende produktie van een atoombom door de Noordkoreaanse regering. President Jiang Zemin hield zich echter op de vlakte en zei dat hij graag “demilitarisering” van het hele Koreaanse schiereiland ziet en dat de problemen met Noord-Korea door onderhandeling moeten worden opgelost. Er zijn 30.000 man Amerikaanse troepen in Zuid-Korea.

    • Maarten Huygen