België: Werken in deeltijd is nieuwe oplossing

BRUSSEL, 20 NOV. De discussie over arbeidstijdverkorting zal de komende tijd in België ongetwijfeld een nieuwe impuls krijgen door het crisisplan waarover de rooms-rode regering van premier Dehaene deze week een akkoord bereikte. In de strijd tegen de oplopende werkloosheid - volgens het Planbureau heeft 13 à 14 procent van de beroepsbevolking geen baan - wil de regering de herverdeling van arbeid krachtig aanmoedigen.

Maar anders dan bij crisismaatregelen die in het begin van de jaren tachtig werden genomen door de regering-Martens, zet premier Dehaene nu niet in op een eenvormige terugdringing van de (individuele) arbeidstijd. In het crisisplan worden arbeidsduurvermindering en de vierdaagse werkweek slechts als mogelijkheden genoemd om arbeid her te verdelen, naast onder andere deeltijdarbeid, flexibele uurroosters, invoering van zogeheten opstap-banen en bevorderen van loopbaanonderbreking.

In kringen van vakbonden en ondernemers in België wordt natuurlijk gediscussieerd over herverdeling van arbeid en arbeidstijdverkorting, maar het blijkt in de praktijk toch de overheid die het voortouw neemt. In de periode 1983 - 1985 regeerde premier Martens met zogeheten volmachten, waarbij de lonen werden bevroren. In de praktijk kwam dat neer op een reële daling van de lonen met 3 procent. Om de vakbonden enigszins tegemoet te komen, verordonneerde de regering-Martens dat de collectieve arbeidsduur met 5 procent moest verminderen waarbij de ondernemingen dan 3 procent meer banen moesten scheppen.

Of die laatste doelstelling ook precies is gehaald, is twijfelachtig. Maar in ieder geval heeft de ingreep van de regering toen wel geleid tot een algemene verkorting van de arbeidsduur tot gemiddeld 38 uur in de week in de meeste bedrijfstakken. In enkele sectoren, zoals het grootwinkelbedrijf en het bankwezen, is de gemiddelde werkweek 36 uur. Maar officieel geldt in België nog steeds de in 1978 wettelijk ingevoerde 40-urige werkweek en in de praktijk wordt veelal ook 40 uur gewerkt. Veel werknemers komen - over een jaar uitgerekend - aan hun gemiddelde van 38 uur arbeid in de week door het opnemen van ATV-dagen.

Nu de werkloosheid de afgelopen jaren weer fors is opgelopen, ziet de Belgische regering zich opnieuw genoodzaakt het initiatief te nemen om meer mensen aan een baan te helpen. Dehaene stelt in feite dat werkgevers en werknemers zich moeten bezinnen over herverdeling van de arbeid, maar hij laat het vervolgens geheel en al aan hen over om de meest geschikte vorm te vinden.

De bedoeling is dat vakbonden en werkgevers per onderneming bedrijfsplannen gaan opstellen voor herverdeling van arbeid. Ondernemers die er op basis van die plannen in slagen extra personeel in dienst te nemen, mogen rekenen op een forse vermindering van de werkgeversbijdrage in sociale lasten.

De verwachting is dat het nog wel enige tijd zal duren voordat de eerste bedrijfsplannen op tafel liggen. Een collectieve verkorting van de arbeidstijd zit er niet meer in. Mogelijk dat veel meer wordt gekozen voor individuele vormen van arbeidstijdverkorting, zoals loopbaanonderbreking en deeltijdwerk. Elk jaar besluiten zo'n 50.000 Belgen hun carriëre tijdelijk te onderbreken. Een werkloze neemt dan hun plaats in en de tijdelijke uittreder krijgt dan een minimumuitkering.

Ook voor deeltijdwerk liggen nog vele mogelijkheden in België. Het relatief lage aantal deeltijders is ontstaan omdat vrouwen in België (eenderde van de arbeidsmarkt) al veel langer gewoon zijn om - in voltijdse banen - buitenshuis te werken dan in Nederland.

    • Wim Brummelman