Achttien jaar gevangenschap zonder opgaaf van reden

How the hell did they survive? Zondag, Ned.3, 17.05-17.55u.

In 1991 werden in Marokko 200 politieke gevangenen vrijgelaten, na een grote campagne van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International en Amerikaanse druk voorafgaand aan een bezoek van koning Hassan II aan de Verenigde Staten. Het beruchte ondergrondse gevangenkamp Tazmamert in het zuiden van het land werd in september ontruimd, vlak voor Hassans aankomst in de VS.

Onder de 65 gedetineerden die er jarenlang opgesloten hadden gezeten, en zo slecht waren behandeld dat de meesten per brancard moesten worden weggedragen, waren de drie broers Bourequat: Midhat-René, Bayazid-Jacques en Ali-Auguste, Franse staatsburgers die in 1973 voor verhoor waren opgepakt en van wie sindsdien niets meer was vernomen. Nadat ze in opdracht van koning Hassan in een ziekenhuis waren opgepept - er ontbrak hun werkelijk aan niets - werden ze op 30 december van dat jaar in vrijheid gesteld. Nu leven ze in Frankrijk, met hun herinneringen en hun wrok, tegen de Marokkaanse koning die hen vastzette en de Franse regering die er niets aan deed.

In de documentaire 'How the hell did they survive' (waarom in vredesnaam die Engelse titel?) vertellen de drie broers, nu respectievelijk 61, 60 en 54 jaar oud, hun verhaal over hun gevangenschap en de tijd daarna. Misschien is het gruwelijkste aspect daarvan de onzekerheid over de reden van hun gevangenschap. Achttien en een half jaar is uit hun leven weggenomen, zonder dat ze weten waarom. Bij hun vrijlating spraken ze voor het eerst een functionaris van de Marokkaanse justitie, die hun meedeelde dat geen reden voor een aanklacht was gevonden. Al die jaren hebben ze dus voor niets vastgezeten, concluderen ze.

De drie broers leidden voor hun verdwijning het leven van rijke playboys. Hun vader was een Franse officier die de Marokkaanse geheime dienst had georganiseerd, hun moeder een nicht van koning Hassan, en ze hadden dan ook directe contacten met leidende kringen, niet het minst met het hof.

Zo kreeg Ali lucht van een samenzwering tegen de koning, waarvan hij Hassan op de hoogte stelde. Het is aannemelijk dat hun gevangenschap daar op de een of andere wijze mee te maken heeft, maar hoe precies, dat blijft onduidelijk.

Het verblijf in Tazmamert, tien jaar lang, was onmenselijk: altijd in het donker, met beschimmeld brood, wat peulvruchten en vermicelli als dagelijks voedsel, tegen een achtergrond van de doodskreten van stervende gevangenen en het waanzinnig geschreeuw van degenen die gek waren geworden. “Hier wacht men slechts op de dood”, kregen ze bij hun aankomst van andere gevangenen te horen.

De Bourequats overwinnen de gekmakende eentonigheid door herinneringen aan Parijs op te halen: zo ontsnappen ze aan de werkelijkheid, op een manier waarop ook veel Westerse gijzelaars in Libanon bij hun verstand zijn gebleven. Maar daar houdt de overeenkomst met die andere gijzelaars meteen weer op: voor hun vrijlating hebben Westerse regeringen, en zeker ook de Franse, zich ingespannen - de Bourequats werden genegeerd.

De reden ligt zonder twijfel in de Frans-Marokkaanse relaties, waaraan Parijs grote waarde hecht. Daaruit volgt ook de “allerhartelijkste dank” die president Mitterrand na de vrijlating in een boodschap aan koning Hassan uitsprak. Ook Franse kranten toonden zich daar indertijd verbaasd over. Le Monde vroeg zich af of het werkelijk nodig was Hassan zo te bedanken omdat hij drie Fransen na al die jaren had vrijgelaten “in een fysieke toestand die veel zegt over de behandeling die zij in de Marokkaanse gevangenissen hebben ondergaan”. En Parijs wil nog steeds niks van de Bourequats weten: onder politieke druk heeft de Franse zender Antenne 2 uitzending van deze documentaire voorlopig uitgesteld.

    • Carolien Roelants