'Zwarte dag' voor industrie; Sanering van Europese staal stuit op Italië

BRUSSEL, 19 NOV. De crisis in de Europese staalindustrie is geëscaleerd tot een openlijk conflict tussen Italië en de overige lidstaten van de Europese Unie. Italië blokkeerde gisteren de uitvoering van een Europees plan om de overcapaciteit in de staalindustrie weg te werken.

Binnen de Europese Unie wordt al meer dan een jaar gepraat over mogelijkheden om via een gemeenschappelijke aanpak de huidige overcapaciteit van ruim 25 miljoen ton staal te elimineren. Gisteren zouden de industrie-ministers uit de 12 lidstaten een definitief besluit moeten nemen, maar na afloop van hun bijeenkomst in Brussel bleek dat de onderhandelingen muurvast zaten. Mogelijk wordt volgende maand een nieuwe poging ondernomen.

Europees commissaris Bangemann (industrie) sprake van “een zwarte dag” voor de staalindustrie en voor de nieuwe Europese Unie. Hij zei dat hij in zijn hele loopbaan als Duits minister van economische zaken en als Europees commissaris nog nooit een vergadering in Brussel had meegemaakt waarbij de deelnemers zich zo negatief opstelden als gisteren. De impasse betekent volgens hem dat er voorlopig geen enkele verbetering zal komen in “de dramatische situatie” in de staalindustrie met “instabiele en zwakke prijzen”.

Het inkrimpingsplan gaat er vanuit dat de Europese staalbedrijven op vrijwillige basis produktiecapaciteit aanbieden. Maar het plan kan alleen slagen als ook bedrijven die staatssteun hebben gekregen, voldoende capaciteit inleveren in ruil voor die steun. De Europese Commissie heeft daarover al overeenstemming bereikt met vijf ondernemingen, waaronder het Spaanse CSI en het Duitse Ekostahl. Maar het overleg met de Italiaanse regering over Ilva is uitgemond in een groot conflict. Uitgaande van de spelregels die ook in de andere landen zijn toegepast, wil Brussel dat de Italianen 2 miljoen ton staal inleveren. De Italiaanse minister Savona, die nauw telefonisch contact onderhield met Rome, wilde gisteren niet verder gaan dan 1,5 miljoen ton.

De besluitvorming geschiedt op basis van unanimiteit. Toen gisteren duidelijk werd dat de Italianen niet wilden bewegen, werden door lidstaten als Engeland en Frankrijk ook steeds meer bezwaren op tafel gelegd tegen de regelingen die de Commissie had getroffen met onder andere de Spaanse staalindustrie en het Duitse Ekostahl. Maar zowel de Europese commissarissen Bangemann en Van Miert (concurrentie) als de Belgische minister Wathelet die de vergadering leidde, zeiden ervan overtuigd te zijn dat er een doorbraak was gekomen indien het probleem met de Italianen niet voor een blokkade had gezorgd.

Wathelet toonde zich gisteren uiterst teleurgesteld over het feit dat de andere elf lidstaten niet bereid waren een politiek beginselakkoord te sluiten over de staalsanering, los van de Italiaanse zaak. Die bereidheid zou in ieder geval een positief signaal hebben betekend voor de particuliere staalbedrijven in Europa. “Maar helaas zijn we zover nog niet”, aldus Wathelet, die sprak over “diepgaande meningsverschillen”.

Volgens commissaris Bangemann hebben de particuliere bedrijven al toezeggingen gedaan voor capaciteitsreductie van in totaal 10,5 miljoen ton. Maar hoeveel die bedrijven zullen inleveren, zal pas echt duidelijk worden op het moment dat er een akkoord is met de Italianen en als de lidstaten het ook eens zijn geworden over de andere dossiers.

“Het gaat nu om pure onderhandelingen om de belangen van de eigen industrie zo goed mogelijk te verdedigen. Niemand laat nu al het achterste van zijn tong zien”, zo werd gisteren gezegd na afloop van de vergadering. Opgemerkt werd ook dat de uitkomst van het beraad niet alleen maar negatief hoeft te worden beoordeeld. “Het feit dat men er niet uit is gekomen, betekent dat de Italinenen verdere toezeggingen moeten doen om produktiecapaicteit in te leveren. Dat kun je ook positief uitleggen”.

    • Wim Brummelman