Ze lachen harder en huilen eerder; Het onvoorspelbare lot van Cyrano op Broadway

Als een twintigste-eeuwse Peter Stuyvesant maakt Joop van den Ende zich op voor de verovering van New York. Zondagavond gaat op Broadway zijn dure musical Cyrano in première, met de Nederlander Bill van Dijk in de hoofdrol. “We doen er alles aan om te voorkomen dat de Nederlandse herkomst veel aandacht krijgt. Iets wat uit een onbekend land komt, is hier a priori verdacht,” zegt Van den Ende. Maar de eerste Amerikaanse complimenten betroffen het Rembrandteske licht en de Vermeer-achtige aankleding. Alles hangt nu af van de recensie in de New York Times.

Dinsdagavond, een paar minuten over elf, West 52nd Street, Broadway. Op het trottoir, bij de stage door van het Neil Simon Theatre, willen een stuk of tien theaterbezoekers nog niet naar huis. Hoofdzakelijk vrouwen zijn het, die gespannen naar de artiestenuitgang turen. Het wachten is op Bill van Dijk, de hen enkele uren eerder nog volkomen onbekende hoofdrolspeler van Cyrano, the musical. Ze kijken uit naar het moment waarop hij zal verschijnen en bespreken zijn charmes. Een meisje van een jaar of twintig zegt tegen haar vriendinnen dat ze liever vertrekt voordat de ster van de show verschijnt: “Anders val ik flauw.” Een tweede vraagt zich hardop af of hij een trouwring zal dragen.

Na een minuut of vijf verschijnt Bill van Dijk. Zijn nieuwe bewonderaars applaudisseren. Vriendelijk signeert hij programmaboekjes. Een oudere dame wil met hem op de foto en krijgt haar zin. “Look!” zegt een toekijkende mevrouw van onbestemde leeftijd. “Ain't he gorgeous?” Knikkend naar alle kanten laat Van Dijk de complimenten over zich heen gaan. Hij maakt dit tafereeltje nu al een paar weken lang elke avond mee. Maar hij weet ook dat dit nog slechts de previews zijn. De vuurproef komt pas zondagavond, na de première.

Om kwart over elf is het trottoir voor het Neil Simon Theatre leeg en gaan de lichtjes uit. Bill van Dijk spoedt zich naar zijn tijdelijke onderkomen. Ook de man die al die tijd ietwat terzijde stond, producent Joop van den Ende, loopt de nacht in. Ook hij loopt nog de hele dag van alles af te kloppen. De previews, die in Nederland try-outs zouden worden genoemd, liepen goed. Voor de dagen na de première zijn echter nog niet veel kaarten verkocht. Die verkoop komt pas op gang als maandagochtend de kritieken goed zijn. Als ze slecht zijn, zal Cyrano hier waarschijnlijk floppen. En de kritieken zijn nu nog volkomen onvoorspelbaar.

Vorig jaar heeft Joop van den Ende in zijn bedrijf - waar nu 650 man in dienst is, of 750, hij weet het niet van dag tot dag precies - een brief verspreid om iedereen tot financiële voorzichtigheid te manen. “We zullen allemaal wat zuiniger moeten zijn, heb ik gezegd, want we doen een grote buitenlandse investering. En dat kan fout gaan. Ik hou er iedere dag rekening mee dat het op een mislukking uitdraait. Alle voortekenen zijn gunstig, godzijdank, maar ik ben er absoluut nog niet van overtuigd dat het zal lukken.”

Smash hit

Toen hij vorig seizoen de musical Cyrano van componist Ad van Dijk en tekstschrijver Koen van Dijk (geen familie) met groot succes in Nederland uitbracht, wist Van den Ende al dat hij ermee naar Broadway zou gaan. Broadway is, in zijn ogen, het hoogste wat een mens in de musical-sector kan bereiken. Wie hier succes boekt, heeft een show in handen die tot in lengte van jaren in alle werelddelen zal worden gespeeld. Van den Ende meent met de muzikale bewerking van het poëtische melodrama van Edmond Rostand over een produktie te beschikken die kan wedijveren met de wereldhits van dit moment (Cats, The Phantom of the Opera, Les Misérables, Miss Saigon). Als een twintigste-eeuwse Peter Stuyvesant maakt hij zich op voor de verovering van New York. De produktiekosten voor de Broadway-versie van Cyrano bedragen 7 miljoen gulden. Als er genoeg publiek op afkomt om de show een jaar lang in dit theater te laten staan, is er sprake van een hit. Dan is de investering terugverdiend. Als de show het langer dan een jaar volhoudt (Cats wordt hier al tien jaar lang elke avond gespeeld), mag de producent zich eigenaar van een smash hit noemen. Maar die kans is klein; acht van de tien Broadway-produkties moet voortijdig van het repertoire worden genomen en eindigt dus met verlies.

Verslindend

Het overzichtelijke, maar ook ietwat beangstigende van deze bedrijfstak is dat het lot van de nieuwe show doorgaans wordt bepaald door slechts één man: de recensent van de New York Times. Schrijft hij slecht, dan is het in negen van de tien gevallen afgelopen. Nog maar een half jaar geleden is een miljoenen verslindende produktie negen dagen na de première opgedoekt, omdat de New York Times er negatief over was en het publiek daarom wegbleef.

“Het publiek voor Broadway-shows is wat meer highbrow dan het Nederlandse musical-publiek,” zegt Peter T. Kulok, de Amerikaanse coproducent van Cyrano. “Wij hebben de grote massa al verloren aan de televisie en aan ander, goedkoper vertier. En er is in feite maar één krant in New York die de intelligentere lezers aanspreekt: de New York Times. Als die krant vertelt dat een show de moeite waard is, is dat voor het theaterpubliek volstrekt geloofwaardig. Andere media worden veel minder geloofd. Het is natuurlijk aardig om in een ander blad een goede kritiek te krijgen, maar de Times is de enige die dat onmiddellijke effect op de bezoekcijfers heeft. Een show die in de Times niet goed wordt besproken, krijgt het heel moeilijk.”

Strikte regels

Kulok brengt 10 procent van het produktiebudget in; de overige 90 procent komt van Van den Ende, voor iets minder dan de helft van het bedrag bijgestaan door Nederlandse investeerders. Maar belangrijker dan die 10 procent is 's mans kennis over de zeden en gebruiken van Broadway.

“Ik heb geleerd,” aldus Van den Ende, “dat dit een kleine, overwegend oudere gemeenschap is met strikte regels. Daarin moet je meegaan, want als je dat niet doet, ben je al een outcast voordat je begonnen bent. Je kunt maar beter niet teveel opvallen. En ook, als nieuweling, niet te hoog van de toren blazen. Verder doen we er alles aan om te voorkomen dat de Nederlandse herkomst veel aandacht krijgt. Iets wat uit een onbekend land komt, is hier a priori verdacht. Dat kan nooit wat wezen. En de Amerikanen zijn er panisch voor om met een loser geassocieerd te worden. We hebben zelfs bij de audities al gemerkt dat sommige acteurs niet kwamen uit angst voor het onbekende. Alles wat risico's inhoudt, is gevaarlijk. Een loser is blijkbaar voor zijn leven getekend.”

Het verdoezelen van de Nederlandse herkomst krijgt zelfs komische trekken voor wie het programmaboekje ter hand neemt. Daarin heet het dat Bill van Dijk vorig jaar de titelrol speelde in 'de Europese Cyrano-produktie' en dat hij ook voordien actief was in 'Europese' dan wel 'internationale' shows.

“Het is voor Joop heel moeilijk geweest,” zegt Peter T. Kulok met hoorbare compassie, “dat zijn show hier niet meteen al met evenveel aandacht is ontvangen als in Nederland zou gebeuren. De hoeveelheid publiciteit die hij thuis bij voorbaat krijgt als hij een nieuwe produktie begint, is hier ondenkbaar - zelfs in het allerbeste geval. Ook wat betreft redactionele aandacht is de concurrentie hier veel groter.”

Van den Ende beaamt dat hij enkele weken geleden nog het Amerikaanse publiciteitsbureau op het matje heeft geroepen, omdat in de kranten op dat moment nog nauwelijks meer dan paar zinnen was verschenen: “En dan kwamen ze me het nog vol trots laten zien óók, als er ergens een alinea over Cyrano stond! Maar je moet, zei ik, toch veel méér free publicity kunnen krijgen? Nee, dat kan niet. Je hebt alleen al op te boksen tegen veertien andere musicals die hier spelen.” Plus de shows die binnenkort beginnen: recht tegenover het Neil Simon Theatre opent volgende week een nieuwe My fair lady, met de tv-ster Richard Chamberlain in de hoofdrol, en over twee weken gaat een musical-versie van de legendarische dansfilm The red shoe in première.

Literaire uitstraling

Hoe zijn, in deze slangenkuil, de reacties op een nieuweling als Joop van den Ende - vijandig?

“Nee, apathisch,” antwoordt Kulok. “De beste strategie voor Cyrano is dan ook bescheidenheid. Dit is voor Nederlandse begrippen een grootse show, maar voor Broadway is het een intieme produktie met een Europese, enigszins literaire uitstraling. We hebben geen sterren en geen grote balletten te bieden, alleen een elegante produktie met een schitterend, ontroerend liefdesverhaal. Onze publiciteitscampagne en onze reclame zijn bescheiden van toon. Soft sell, niet schreeuwen.”

Zelf zegt Van den Ende echter wel degelijk enige vijandigheid te hebben ervaren: “Als ik namelijk iets anders wilde dan wat hier gebruikelijk is. Het blijkt volkomen ongewoon te zijn om een groot billboard op Times Square te hebben voor een show die nog niet in première is gegaan. Ik heb voet bij stuk gehouden, want ik wilde aanwézig zijn zodra we met de previews begonnen, vijf weken geleden. Dat is me gelukt. En kijk nu eens: The red shoe hangt er óók!” In enkele andere gevallen, waar het de publiciteit betrof, heeft hij zich voorlopig toch maar neergelegd bij de inzichten van Kulok; het leek hem niet verstandig meteen overal tegenin te gaan.

Het was, naar verluidt, al bijzonder genoeg dat Van den Ende en zijn rechterhand Robin de Levita na een arbeidsintensieve avond besloten een glas te drinken met cast en crew. Zulk direct contact tussen de producent en zijn ondergeschikten is men op Broadway niet gewend. Nu worden beiden tijdens hun rondgangen door het theater voortdurend op de schouders geklopt en bij de voornaam genoemd - het 'familiegevoel' heeft ook hier wortel geschoten.

Zolang de heren maar niet denken dat ze in ruil daarvoor ook op niet-gereguleerde inspanningen kunnen rekenen. In de kleine kamertjes die Van den Ende naast Kulok heeft betrokken op de 27-ste verdieping van een met veel bladgoud belegd kantoorgebouw aan Times Square, op loopafstand van het theater, klinken stoute staaltjes over de wurgende greep die de vakbonden op bijkans ieder gebied in de theaterwereld uitoefenen. De bonden, die vóór alles op werkgelegenheid uit zijn, rusten niet voordat een producent zoveel mogelijk mankracht in dienst heeft genomen en schrijven strikte regels voor over rusttijden en exorbitante toeslagen voor overwerk. Wie zich daartegen zou verzetten, wordt prompt met een staking geconfronteerd. Zo werd knarsetandend toegestaan dat Van den Ende zijn eigen Nederlandse regisseur meenam, benevens zijn eigen Nederlandse ontwerpers van decors, kostuums, licht en geluid, maar voor elk van hen moest bovendien een Amerikaanse assistent worden geëngageerd, die in de meeste gevallen weinig tot niets te doen heeft. En pas na een brief van minister d'Ancona van WVC, waarin stond dat Amerikaanse acteurs in Nederland wèl altijd welkom zijn, stond de Amerikaanse acteursvakbond toe dat Bill van Dijk op Broadway de hoofdrol zou spelen. Zelfs toen hij al in New York was gearriveerd, kon de vakbond het nog niet laten om haar machtpositie te demonstreren. Door voor te wenden dat nog niet alle papieren in orde waren, zag Van Dijk zich gedwongen een paar dagen naar Canada uit te wijken, terwijl de repetities al waren begonnen.

Godheid

“Ik heb het snel opgegeven om dit systeem te bevechten,” zegt regisseur Eddy Habbema in een verveloos vertrekje van het tot de laatste millimeter volgebouwde theater. “Je gaat eraan kapot als je dat probeert; de structuur is in staat je te vernietigen. Je opstellen als de buitenlander die hier komt vertellen dat wij heel anders werken, en dat zij er waanzinnige regelingen op nahouden, werkt volkomen contraproduktief. Aan de andere kant leidt het systeem er ook toe, dat je je als regisseur in een absolute machtspositie bevindt. Jij knipt met je vingers en iedereen doet wat je zegt. Ik kan niet ontkennen dat dat voor een Nederlandse regisseur soms heel prettig is. Al zie ik ook wel in dat het gevaarlijk is; het is verleidelijk om te gaan geloven dat je inderdaad een godheid bent.”

Diepte

De eerste complimenten die hij inmiddels ontving, betroffen vooral 'het Rembrandteske licht' en 'het Vermeer-achtige van de aankleding' - twee tekenen van de soberheid die hij nastreefde. Zijn voornaamste zorg, aldus Habbema, was erop toe te zien dat Cyrano niet een volstrekt veruiterlijkte voorstelling zou worden. “De acteurs kunnen àlles wat je van ze vraagt, maar door hun enorme vakmanschap loop je ook gauw het risico dat alles op effect wordt gespeeld. Mijn grootste probleem was met hen de diepte in te gaan. De sleutel van deze produktie ligt niet in het uitpakken met gigantische taferelen, maar in het liefdesverhaal van Cyrano, Roxanne en Christian - die drie.” Het getuigt, naar Broadway-normen, van durf dat Habbema een cruciale scène met dit drietal op een bijna kaal toneel heeft neergezet, zonder daaraan een spuitende fontein of een spectaculaire groepering van figuranten toe te voegen. Hij was dan ook een gewaarschuwd man: “Ik heb hier shows gezien die ik zelf in Nederland had geregisseerd - en ik vond dat ze, puur door hun grootte, volkomen vernield waren. Oh nee, dacht ik, dat dus nooit!”

De regisseur spreekt met enthousiasme over het Broadway-publiek, dat vele malen extremer op alles reageert dan een zaal vol Nederlanders: “Ze lachen harder en ze huilen eerder. Het is fascinerend te zien hoeveel directer hier wordt meegeleefd en hoe daardoor ook de acteurs worden meegesleept om er nog net weer die extra push aan te geven. En na afloop krijg je ook meteen te horen wat ze ervan vonden, heel onomwonden.” Glanzend van trots citeert hij de bezoeker die hem bij het verlaten van de zaal toevoegde: “This is not just a hit, this is a classic!”

Nederlandse delegatie

Vol goede moed, maar zonder overmoedig te worden, houden Van den Ende en zijn medewerkers zich dezer dagen aan zulke voortekenen vast. Gisteravond was de eerste pers in huis, en vrijdag- en zaterdagavond volgt de rest, maar de afspraak luidt dat men pas na de galapremière van zondag zal publiceren. Die première wordt onder meer bijgewoond door niet minder dan 450 employés, relaties, investeerders en sponsors uit Nederland, die op kosten van JE Productions worden overgevlogen en in het Marriott-hotel aan Broadway worden ondergebracht. Daartoe behoort ook een WVC-delegatie onder leiding van minister d'Ancona, die morgenmiddag zelfs - op eigen kosten, overigens - een speciale Cyrano-receptie organiseert. De vraag naar de zin van zo'n prijzige snoepreis voor zoveel genodigden, wordt door de producent met een enigszins verlegen schouderophalen beantwoord. Hij kon toch moeilijk tegen 'al die mensen die belangrijk zijn voor mijn bedrijf' zeggen dat ze niet mogen komen?

Dat daarnaast de afgelopen weken ook heel wat media op de gastenlijst hebben gestaan, dient een praktischer doel. In theater Carré in Amsterdam wordt vanaf volgend voorjaar een nieuwe Nederlandse versie van Cyrano vertoond. Aangezien de kaartverkoop intussen is begonnen, kan het geen kwaad dat het Amerikaanse avontuur nu enige publiciteit trekt. Alleen de Amerikaanse publiciteitscheffin stelt de invasie van Nederlandse media niet op prijs: ze lopen hinderlijk in de weg en kunnen niets bijdragen aan het vurig verlangde Broadway-succes.

Na de voorstelling van zondagavond organiseert Van den Ende een opening night party in een leegstaande ballroom tegenover het Neil Simon Theatre. Tegen elven arriveert daar de eerste editie van de New York Times van de volgende dag. Na één blik op de kunstpagina zal het voor de producent zo goed als vaststaan of hij 90 procent van 7 miljoen dollar in het water heeft gegooid - of niet.