Voedingsbond wijst centraal akkoord af

AMSTERDAM, 19 NOV. De Voedingsbond FNV heeft gisteren het centraal akkoord, dat werkgevers en werknemers begin deze maand afsloten, afgewezen.

De bond zegt niet te geloven dat er concrete afspraken over werkgelegenheid met de werkgevers zijn te maken. Ook mist de bondsraad (het 'parlement' van de bond) afspraken over herstel van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Verder verwijt de bond de overheid onrust aan te wakkeren, door te dreigen met het intrekken van de ontslagbescherming en het niet langer algemeen verbindend verklaren van CAO's. Met dit laatste instrument legt de minister van sociale zaken CAO-afspraken aan een gehele bedrijfstak op.

De Industriebond FNV heeft gisteren het centraal akkoord en de eigen arbeidsvoorwaardennota voor de komende drie jaar wel goedgekeurd. In beide gevallen heeft behoud van werk voorrang voor loonsverhoging. De bondsraad scherpte de eigen nota wel aan. Zo wil de bond de prijscompensatie van 2,5 procent volgend jaar aanwenden voor controleerbare afspraken over werkgelegenheid. Mochten zulke afspraken mislukken, dan eist de bond de compensatie voor gestegen prijzen helemaal op als loon. Ook besloot de industriebond werken in het weekeinde niet als 'normaal' werk te beschouwen en de bestrijding van het ziekteverzuim vooral op preventie te richten. Het inleveren van geld en/of vrije tijd bij ziekte is echter niet definitief van de baan.

Het afwijzen van het centraal akkoord door de Voedingsbond FNV heeft volgens voorzitter P. Andela overigens weinig consequenties. De bond keurde gisteren namelijk wel de eigen arbeidsvoorwaardennota goed, welke aansluit op de afspraken in het centraal akkoord. Ook in de eigen nota gaat werk voor inkomen en wordt de looneis van 2,5 procent naar beneden bijgesteld als werkgevers willen strijden voor behoud van werkgelegenheid.

“De bondsraad heeft vooral een principiële discussie gevoerd over het centraal akkoord”, aldus Andela van de Voedingsbond FNV. “Wij vinden dat een dergelijke akkoord meerwaarde moet bezitten.” Andela erkent dat het onwaarschijnlijk is dat minister De Vries (sociale zaken) zijn dreigementen volgend jaar uitvoert. “Maar het wantrouwen is zo groot dat ik desondanks mijn mensen niet over de streep kreeg.”