Verdeeldheid in EU over vluchtelingenbeleid

ATHENE, 19 NOV. Binnen de Europese Unie (EU), de opvolger van de Europese Gemeenschap, heerst verdeeldheid over de opvang van vluchtelingen uit Bosnië-Herzegovina. Groot-Brittannië en Frankrijk verzetten zich tegen een door Duitsland gesteund voorstel om te komen tot een systeem van gedeelde verantwoordelijkheid voor de opvang van deze vluchtelingen.

Dit bleek vanochtend op de conferentie van ministers voor migratie van de 32 lidstaten tellende Raad van Europa in Athene. Op initiatief van Zweden hebben de landen die tot nu toe de meeste vluchtelingen uit het oorlogsgebied hebben opgenomen een resolutie opgesteld met het voorstel om “vluchtelingen op te vangen op een meer gelijkwaardige basis”.

De resolutie, die volgens de Zweden slechts “een morele verplichting” inhoudt, wordt behalve door Duitsland gesteund door Denemarken, Noorwegen, Zwitserland en Oostenrijk. In de resolutie wordt ook voorgesteld een speciaal fonds in het leven te roepen voor de hervestiging van oorlogsslachtoffers in hun vaderland. Volgens de Zweden is de resolutie vooral gericht tegen Groot-Brittannië en Frankrijk, die relatief geringe aantallen vluchtelingen hebben opgenomen. Beide landen zijn niet van plan de resolutie te steunen. Ook Nederland onthoudt zijn steun.

Staatssecretaris Kosto (justitie) noemde de resolutie vanochtend “onbekookt”. “De officiële lijn is nog altijd dat vluchtelingen allereerst in hun regio moeten worden opgevangen. Nu wordt een oproep gedaan aan alle landen in de wereld. Als we daarop ingaan, hoe zit het dan met Somaliërs? Bovendien draagt Nederland al zijn steentje bij met de opvang van Bosniërs”, aldus Kosto.

    • Frank Vermeulen