Smokkelpraat en plekgetreiter; De ontelbare kleine lijntjes van K. Schippers

K. Schippers: Vluchtig eigendom. Uitg. Querido, 327 blz. Prijs ƒ 47,50.

Het was Kees Fens die eens veronderstelde dat de grootheid van schrijvers als Nescio en Alberts ligt in de bescheidenheid van hun pretenties. De mens wordt in hun werk niet voorgesteld als een superieur wezen, maar als een klein onderdeeltje van de kosmos. Een typisch Nederlands fenomeen, volgens Fens, omdat wij in ons platte land zoveel hemel boven ons hebben, die ons vanzelf herinnert aan onze nietigheid.

Zo'n onzwaarwichtige schrijver is ook K. Schippers, niet toevallig een liefhebber van Nescio en Alberts. Niet toevallig ook degene die in de jaren zestig, samen met J. Bernlef, in Barbarber de aandacht vestigde op het meest gewone en alledaagse. Erg ver heeft Schippers zich nooit verwijderd van dit sobere uitgangspunt, al moet men zich deze gewoonheid ook weer niet al te gewoon voorstellen. Want het typisch Nederlandse ligt niet alleen besloten in een nuchtere toon, of in een laconieke stijl, maar ook in steelse verwijzingen naar wat zich aan de menselijke waarneming of het begripsvermogen onttrekt en dat ongenoemd blijft.

Naar een woord als nostalgie is het in zijn nieuwe roman, Vluchtig eigendom, vergeefs zoeken. Toch moet het daarom in de eerste plaats gaan, om het verlangen naar vroeger, naar jeugd, naar een leven dat nog alle kanten op kan. Zijn lezers afleiden van de hoofdzaak, geen aanleiding geven tot te veel sentiment, dat is wat Schippers onophoudelijk doet. Een blik in het innerlijk van zijn romanfiguren is ons niet vergund. Evenmin als Nescio, Alberts en Bernlef is hij een psycholoog. Hij is een onvermoeibaar anekdotist, een verzamelaar van de meest uiteenlopende en intrigerende wetenswaardigheden, voorvallen en verhalen. Het is alleen jammer dat het zicht op het geheel door het overvloedige feitenmateriaal nog wel eens wat duister wil worden. Vluchtig eigendom hangt een beetje uit het lood. Het verhaal komt traag op gang, raakt pas over de helft op volle toeren om tenslotte, na ruim driehonderd bladzijden toch nog abrupt te eindigen, met een mooi desolate, maar ook nogal onverwachte scène, die mij nog steeds doet verlangen naar een kleine epiloog.

Compositie is niet Schippers' sterkste punt. Het is soms lang zoeken naar de grote lijn tussen de honderden anekdotes die hij moeiteloos uit zijn mouw lijkt te schudden en die de neiging hebben ieder voor zich de aandacht op te eisen. De ontelbare kleine lijntjes vergoeden echter veel, en misschien wel alles. Schippers is geen romancier, maar een onderzoeker, een essayist, een taalsnuffelaar. Hij moet het niet hebben van een verhaal dat zich in een paar woorden laat samenvatten, maar van een behoedzame benadering, niet van klare taal, maar van 'smokkelpraat', niet van eenheid van plaats, maar van 'plekgetreiter'. Zijn personages kijken niet gewoon om zich heen, maar doen zich andere reizigers cadeau of 'oogsten' het gezelschap. Stille genieters zijn het, die zich eerder bekommeren om de smaak van een tomaat, of de schaduw van hun voet dan om de zwaartekracht of een wiskundig postulaat.

Ierse bijl

Schippers is een meester in het omcirkelen en omzeilen. Voortdurend worden er omtrekkende bewegingen gemaakt, ook letterlijk, want er wordt in de roman veel gejongleerd met de wereldbol. Hongaren, Nederlanders, Fransen, Chinezen, Japanners en Zuidafrikanen mogen elkaar hier de hand schudden en elkaar en ons vermaken met anekdotes over een Ierse bijl, een Deens radiostation of een Italiaanse weegschaal. En om hun mobiliteit nog te vergroten blijven al deze figuren anoniem, en worden ze aangeduid met hun beroep, hun gelaatstrekken of hun plaats in de familie, zodat een drogist van gedachten kan wisselen met een vrouw met amandelogen en een ex-schoonzuster.

Hoofdpersoon van Vluchtig eigendom is een Franse pianiste, die zich tijdens een optreden in New York herinnert hoe zij als 18-jarige aan de Engelse zuidkust een 11-jarige Hongaarse jongen ontmoette, die een bepaalde geur verspreidde. Om die geur, die ze maar even kon opsnuiven, die niet meer dan haar vluchtig eigendom werd, draait het in de roman. Het is een onbepaalde geur waaraan zich, in Schippers-idioom, nog geen gebeurtenissen of voorvallen hebben gehecht. 'Er is nog geen keuze gemaakt voor de lucht van een roos of een dadel, voor de geur van nieuwe schoenen of verbrand hout, voor banket of peper, lavendel of vulpeninkt, pas gestreken katoen of vuurwerk.'

De pianiste beseft dat het deze geur is die ze op het podium wil verklanken. Twintig jaar lang is de muziek afdoende voor haar geweest, maar nu, rond haar veertigste, vraagt ze zich af of haar spel zich wel kan meten met het leven en de geur zelf.

Vluchtig eigendom is te beschouwen als een pendant van Een liefde in 1947 (1985). Daarin ging een man op zoek naar het vijf jaar oudere meisje dat hij op 11-jarige leeftijd had aanbeden. Nu is het de vrouw die het 11-jarige jongetje probeert terug te vinden. Ook in dit geval verloopt de hernieuwde ontmoeting - met een plaatsvervangende 11-jarige - niet helemaal naar wens, al ligt dat niet aan de jongen. Ook hij heeft veel op met 'de dingen die uitblijven' en heeft een talent voor mooie, onthechte opsommingen: 'afstand en stilte, echo's en jodium, schutkleuren en klankborden'. Meer dan een vluchtig eigendom van de jongen en zijn geur is de pianiste ook in de herkansing niet gegeven. Haar eigen jeugd, waar het allemaal wel om begonnen moet zijn, krijgt ze er toch niet mee terug.

Schippers laat zien wat iemand kan overkomen die zich niet langer met klanken en beelden tevreden stelt en haar ivoren toren verlaat om de echte wereld te gaan verkennen. Van een kijker wordt zij bekekene met weinig prettige gevolgen. Zij verlaat, om zo te zeggen, haar eigen verhaal om ondergebracht te worden in dat van anderen. Zonder dat ze het weet figureert ze als hofdame in een stripverhaal. Door een hotelgast wordt zij herschapen tot een arrogante dame die geen oog heeft voor kansarme kinderen en ze eindigt in een ontluisterende reclamespot voor appelmoes.

Maar dit suggereert alweer teveel van een samenhang, een verhaal met kop, romp, staart en een conclusie. De charme van dit boek wordt misschien juist wel uitgemaakt door zijn onbepaaldheid. Vluchtig eigendom mag eerder een verzameling overwegingen zijn dan een roman, maar ik had er toch geen enkele bladzijde van willen missen.

UIT: K. SCHIPPERS, VLUCHTIG EIGENDOM

In het gangpad van de trein schat ze de nog vrije plaatsen. Met een koffer en een krant gaat ze twee mannen die te hard praten voorbij, keurt de bank af tegenover de matroos, die met een arm om zijn beminde zit, kijkt op haar tenen naar de uithoeken van de coupé, nee, lege banken zijn er niet meer.

Er is nog plaats naast een meisje dat tegenover haar moeder en haar broer voor het raam zit. Ze legt haar koffer in het bagagenet. De krant glijdt van onder haar arm op de grond.

Een donkere man links raapt hem op. Ze pakt hem aan, knikt naar haar drie medepassagiers en gaat zitten. Het gebeurt zo snel achter elkaar dat het nauwelijks een volgorde lijkt te hebben.

Met een paar vlugge openlijke blikken oogst ze het gezelschap, het voorrecht van elke nieuwkomer. De val van de krant is aan het drietal voorbijgegaan.