Rubens uit Californie en Derbyshire; Twee collecties oude tekeningen in Londen

Het Amerikaanse Getty museum begon in 1981 met het verzamelen van tekeningen van oude meesters, de tweede hertog van Devonshire omsteeks 1700. Schitterende tekeningen uit beide collecties zijn nu te zien in Londen.

Old Master Drawings from Chatsworth. British Museum, Londen. T/m 9 jan. Ma t/m za 10-17u, zo 14.30-18u, 24, 25 en 26 dec. en 1 jan. gesloten. Catalogus ƒ 43,50 (in het museum).

Drawings from The J. Paul Getty Museum. Royal Academy of Arts, Londen. T/m 23 jan. Dag. 10-18u. 24, 25 en 26 dec. gesloten. Catalogus ƒ 14,50.

De tweede hertog van Devonshire (1672-1729) was een bijzondere verzamelaar. Hij bracht niet alleen het grootste deel van de collectie bijeen, die bestaat uit ruim tweeduizend tekeningen van oude meesters, maar was ook een kenner die zijn bezit graag toonde en het plezierig vond om er met bezoekers over te praten. Eén van hen was een Fransman die in 1728 'vijf of zes ochtenden' in zijn bibliotheek doorbracht, om daar de in mappen opgeborgen tekeningen te kijken, bijvoorbeeld een schitterende Leda en de Zwaan van Leonardo da Vinci. De Fransman noemde de hertog een van de 'très gratieux Seigneurs' van Engeland. 'Hij heeft veel gereisd en ontvangt vreemdelingen zeer goed,' schreef de Franse bezoeker in een brief.

Een van de nakomelingen van de tweede hertog, de zesde hertog van Devonshire, pakte het anders aan. Hij 'redde' naar eigen zeggen de tekeningen uit de portfolio's van zijn voorvader en exposeerde ze vanaf 1835 in Chatsworth House, het landgoed van de familie ten noordwesten van Londen. Van deze 'reddingsactie' hadden de tekeningen ernstig te lijden. Door de langdurige blootstelling aan het licht verbleekten vele werken en kwamen er vlekken op.

In de twintigste eeuw werd als betaling van successierechten een aantal tekeningen uit de Chatsworth collectie aan het British Museum overgedragen. In 1984 zorgde de elfde hertog voor veel opschudding door 71 tekeningen uit zijn bezit bij Christie's in Londen te veilen. Nadat hij deze bladen tevergeefs voor ruim 21 gulden aan het British Museum had aangeboden, gingen ze op de veiling voor een recordbedrag van meer dan negentig miljoen gulden van de hand. Drie jaar later volgde bij Christie's nog een kleine veiling van zestien tekeningen.

De belangrijkste koper op de veilingen uit het Chatsworth bezit was het J. Paul Getty Museum in Malibu. Op de veiling in 1984 kocht het Getty Museum voor ruim 29 miljoen gulden dertien Old Master Drawings van onder anderen Leonardo da Vinci, Mantegna, Raphael, Titiaan, Rubens, Van Dyck en Holbein. In 1987 breidde dit Amerikaanse museum zijn collectie verder uit met tekeningen van kunstenaars als Veronese en Correggio.

Ondanks pogingen van de Britse autoriteiten om enkele van deze kunstschatten als nationaal kunstbezit voor Engeland te behouden, verdwenen de tekeningen naar het als een Romeinse villa gebouwde Getty Museum in Californië. Tot begin januari bestaat er echter in Londen de unieke mogelijkheid om zowel de Chatsworth collectie te zien als de tekeningen uit het Getty Museum, waaronder vijftien bladen die in 1984 en 1987 bij Christie's werden gekocht.

Pioenrozen

De tentoonstelling van tekeningen uit het Getty Museum in de Royal Academy of Arts omvat 120 werken van Leonardo tot Van Gogh. Een bezoek aan de expositie is in de eerste plaats een esthetisch genoegen. Om enkele hoogtepunten te noemen: een gedetailleerde studie van rode pioenrozen van Martin Schongauer, de eenvoud van de dorsende boer met wagen van Rubens, Rembrandts verfijnde landschapstekening, Daumiers scherp geobserveerde onderonsje van een advocaat met een verdachte en de melancholieke herderin van Millet.

Tekeningen geven de kijker op een directe manier inzicht in de artistieke motieven van een kunstenaar. De Getty-verzameling biedt bovendien een gevarieerd beeld van de verschillende technieken en toepassingen van tekeningen. Dürers Vliegend hert in waterverf en gouache is eigenlijk een zelfstandig kunstwerk, terwijl een blad van Veronese vol met snelle figuurstudies als voorbereiding diende van een altaarstuk. Van Goghs met rietpen en bruine inkt getekende portret van de postbode Roulin ontstond waarschijnlijk pas nadat hij het schilderij had voltooid. Het Getty Museum bezit verder een karton van Sabastiano del Piombo met een robuust getekende kop van een heilige die de kunstenaar gebruikte voor een fresco en verschillende ontwerpen voor glas-in-lood ramen.

Soms zijn het verhaal en het doel waarvoor een tekening gemaakt werd nauwkeurig vast te stellen. Op een blad van J.M. Moreau de Jonge worden bijvoorbeeld drie fraai geklede en gekapte dames afgebeeld die onder het toeziend oog van een jonge geestelijke een gesprek voeren over de zwangerschap van een van hen. Deze illustratie was bestemd voor een serie gravures met modieuze scènes uit het leven in de achttiende eeuw. Ook de tekening van Fragonard waarop een vrouw op een onopgemaakt bed zit en volgens de titel tegen haar hondje zegt 'Oh, als hij mij even trouw was!', behoeft geen nadere uitleg.

Bij een late pastorale scène van Titiaan blijft de betekenis echter duister. Hier zit een naakte vrouw met haar hoofd verborgen onder een laken bij een kudde schapen. Is het thema Indolentie leidt tot Lust, zoals een geleerde suggereerde? Deze pentekening van Titiaan is afkomstig uit de Chatsworth collectie. In het British Museum is een even geheimzinnig landschap van Titiaan tentoongesteld waarop een paard met teugels maar zonder berijder op de oever van een meertje vlucht terwijl achter hem een slang uit het water opduikt.

Belegging

Een vergelijkbare verwantschap bestaat er tussen de eerder genoemde tekening van Rubens met de dorsende boer, oorspronkelijk afkomstig uit de Chatsworth collectie, en Rubens' boerenmeisje dat boter karnt, dat nu in het British Museum hangt.

De vraag in hoeverre je het moet betreuren dat deze kunstwerken door verkoop van elkaar gescheiden zijn, is niet eenvoudig te beantwoorden. De tweede hertog van Devonshire kocht zelf ook grote aantallen tekeningen uit andere collecties zoals bijvoorbeeld die van Nicolaes Flinck, zoon van schilder Govert Flinck. Zolang de oorspronkelijke verzamelingen goed gedocumenteerd zijn en de kunstwerken voor onderzoekers en publiek toegankelijk blijven, zijn er weinig bezwaren tegen dit soort transacties tussen particulieren. Anders wordt het wanneer kunst gereduceerd wordt tot belegging en achter slot en grendel verdwijnt of wanneer het uniek nationaal kunstbezit betreft.

Het is interessant om de verzamelingen van Chatsworth en Getty met elkaar te vergelijken. De Getty verzameling begon in 1981 met de aankoop van een tekening van Rembrandt en is inmiddels uitgegroeid tot zo'n vierhonderd tekeningen. De exposities in Londen zijn op dezelfde manier geordend. De grootste groep wordt bij beide gevormd door de Italiaanse school en daarnaast zijn er Vlaamse, Nederlandse, Duitse en Franse tekeningen. Getty toont bovendien nog enkele bladen van Spaanse kunstenaars als Goya en Engelse als Blake, Gainsborough en Turner. Op de tentoonstelling in het British Museum, die bijna twee keer zo groot is als die in de Royal Academy, ontbreekt de negentiende eeuw. De Chatsworth collectie omvat vele topstukken maar heeft, ook in de wijze van presentatie, toch meer het karakter van een studieverzameling van hoge kwaliteit. Het Getty Museum wil bewust geen studieverzameling opbouwen - de aandacht is hier in de eerste plaats gericht op de aankoop van hoofdwerken van bekende meesters. En dat heeft, zo is in de Royal Academy te zien, spectaculair materiaal opgeleverd voor een tentoonstelling.