Roberto Ciulli regisseert uit bezorgdheid over de wereld; Op zoek naar betekenis van theater in moeilijke tijden

Voorstelling: Teatro Comico naar motieven van Carlo Goldoni door Theater a.d. Ruhr. Regie: Roberto Ciulli; decor en kostuums: Gralf-Edzard Habben; spelers: Maria Neumann, Ludwig Hollburg e.a. Gezien 16/11 Stadthalle Mülheim. Te zien t/m 22/11 aldaar.

Het Westduitse gezelschap Theater an der Ruhr heeft een traditie opgebouwd regelmatig in Nederland gastvoorstellingen te geven. Het is te hopen dat de nieuwe voorstelling Teatro Comico ook hier te zien zal zijn. In de regie van Roberto Ciulli ontvouwt het gezelschap een prachtige voorstelling, die exemplarisch mag heten voor het Duitse toneel.

Letterlijk vertaald betekent Teatro Comico 'het toneel'. Over toneel, over de plaats van het theater in de maatschappij, gaat deze voorstelling, waaraan teksten van Goldoni ten grondslag liggen. Goldoni is het ideale toneelspelerstoneel; hij schreef als het ware virtuoze speeldozen die door regisseurs en acteurs opgewonden moeten worden en tot leven gebracht. De personages zijn verwant aan de aloude clowns uit de commedia dell'arte. Ze zijn herkenbaar in hun koele weemoed of verborgen tragiek. Uit eerdere voorstellingen van het Theater an der Ruhr, zoals Das Käthchen von Heilbronn van Kleist, bleek dat Ciulli en de zijnen affiniteit bezitten met het Italiaanse komische toneel. Alle stukken van Goldoni gaan, uiteindelijk, over het theater. Dat moet voor de regisseur aanleiding zijn geweest deze voorstelling te monteren.

Het is moedig wat Ciulli met Teatro Comico wil zeggen. Veel sterker dan in Nederland doet het Duitse toneel uitspraken over de politieke situatie. De eenwording van het land en de haat jegens vreemdelingen komen aan de orde. Wat is de betekenis van theater in tijden van oorlog? Met deze vraag is de voorstelling gemaakt, en op deze vraag moet de toeschouwer antwoord zien te vinden. Eenvoudig is dat niet; het Theater an der Ruhr bouwt een voorstelling op uit metaforen en beelden. We worden niet bekoord of verleid; we moeten opletten.

Net zoals in Goldoni's De Impresario van Smyrna is in het begin van de voorstelling de Bühne leeg. We kijken tegen het kale, zwarte toneelhuis aan. Iemand komt op en zet een cassetterecorder op het immense podium. Er klinkt muziek van Jan Garbarek. Dan verschijnen een voor een de personages in sobere kostuums. Ze bewegen zich alsof ze uit een schilderij van Schlemmer zijn gestapt. Er gaat een grote eenzaamheid uit van dit tafereel. De acteurs vertellen in monoloog over hun verleden als toneelspeler. Dat is allemaal voorbij. Hun gezelschap is opgeheven, de schouwburg gesloten. Toch komen ze elke avond bijeen. De een heeft een hondje dat hij Rilke noemt, er is een vrouw die alles van terzijde gadeslaat. Ze rookt intens. Zij is 'de vrouw zonder herinnering', zoals haar rol symbolisch heet. Voor haar bestaat er alleen een heden. Een actrice probeert honderdmaal 'Guten Abend' te zeggen, in alle toonaarden, tot ze uit wanhoop zwijgt. Het zijn scènes die me sterk deden denken aan Prova d'orchestra van Fellini. Kunstenaars die op zoek zijn naar de legitimering van hun kunst. Bovendien wachten ze op een wonder: een rijke Turk uit Smyrna wil een theater beginnen en is op zoek naar acteurs daarvoor.

Naar de door Goldoni voorgeschreven gelukkige afloop zoeken we vergeefs in Mülheim. De voorstelling is daar te geladen voor, te grondig somber. Het Duitse theater heeft zichzelf altijd 'in Frage gestellt'. Roberto Ciulli is een van de hedendaagse Duitse regisseurs die toneel maken uit een grote bezorgdheid. Claus Peymann deed dat in Bochum, Peter Stein in Berlijn. Deze voorstelling is exemplarisch omdat ze aanduidt dat het theater een nulpunt heeft bereikt. Er is niets meer dat houvast biedt. Acteurs hebben geen afgebakende rollen; tussen hen bestaat geen dramatisch spel. Uitbundigheid ontbreekt. Wat overheerst is de eenzaamheid van de theatermaker die zich zo bewust is van zichzelf en zijn kunstvorm dat het pijn doet. Deze leegte en impasse verwoordt het Theater an der Ruhr in de meest extreme vorm, namelijk door de toeschouwer niets anders te bieden dan een voorstelling die tot bijna niets is gereduceerd. Het eindpunt van het Duitse theater is in het begin al aangekondigd: een cassetterecordertje op een kaal toneel. De volgende keer verschijnen er zelfs geen acteurs; die blijven achter de coulissen, ten prooi aan wanhoop.