Prix Medicis; Wat doet Thomas als hij niet bij Claire is? Laconieke roman van Emmanuele Bernheim

De belangrijkste literaire prijzen van Frankrijk zijn deze maand uitgereikt. De gezaghebbende Prix Goncourt ging naar de van oorsprong Libanese schrijver Amin Maalouf voor zijn historische roman Le Rocher de Tanios. Emmanuèle Bernheim kreeg de Prix Médicis voor Sa femme. Het verrassendste boek was echter L'Oeil du Silence van Marc Lambron. Een jurylid van de Prix Goncourt liet weten dat deze roman over de fotografe Lee Miller aanvankelijk bovenaan het lijstje van zijn jury stond, maar werd gepasseerd omdat hij de Prix Femina al had gekregen.

Emmanuèle Bernheim: Sa femme. Uitg. Gallimard, 114 blz. Prijs ƒ 34,40.

De Prix Médicis ging dit jaar naar een roman waarvan de omvang omgekeerd evenredig is met de kwaliteit. Sa femme van Emmanuèle Bernheim telt 114 bladzijden, twee min of meer uitgewerkte personages en enkele figuranten; de handeling speelt zich grotendeels af in het appartement van de hoofdpersoon, Claire.

Claire is dertig jaar oud en sinds twee jaar als huisarts werkzaam. Ze doet haar werk gewetensvol, maar van werkelijke betrokkenheid bij het lot van haar patiënten is nauwelijks sprake. Herfst en winter zijn met hun pieken van griep en longontsteking haar favoriete jaargetijden. Tijdens huisbezoeken aan bedlegerige patiënten is zij vooral vervuld van een diepe voldoening over haar eigen solide gezondheid: 'Nooit voelde ze zich zo goed als in een ziekenkamer.' De klinische blik waarmee zij haar zieken ausculteert en beklopt, is net zo onaangedaan als het roestvrijstaal van haar smetteloze instrumentenkast.

Tegenover het huis van Claire bevindt zich een door brand verwoest gebouw waarvan de sloop en wederopbouw parallel loopt met de intrige. Claires tas wordt gestolen in de koffiebar waar zij ontbijt, en diezelfde ochtend nog bij haar terugbezorgd door de aannemer van het bouwproject, Thomas Kovacs, die de tas, ontdaan van portemonnaie en credit-card, achter de omheining van het bouwterrein heeft gevonden. Er ontwikkelt zich een verhouding die door de familiebanden van de aannemer - hij zegt een vrouw en twee kinderen te hebben - aan stricte beperkingen onderworpen is: 'Op welk uur van de dag hij ook bij haar kwam, Thomas bleef altijd vijf kwartier bij Claire. Nooit langer. Zelden korter.'

De ontmoeting met Thomas is voor Claire aanleiding af te rekenen met het verleden. Terwijl de bouwval aan de overkant onder dreunende mokerslagen tot stof verpulvert, maakt zij geruisloos een einde aan de kwijnende relatie met haar vroegere echtgenoot. Als deze tijdens zijn wekelijks bezoek aan Claire in haar ijskast daar nog nooit eerder waargenomen champagne en vruchtesap aantreft, trekt hij stilzwijgend de door Claire beoogde conclusies. Bernheim maakt slechts spaarzaam gebruik van dialogen en verliest zich al helemaal niet in psychologiserende verklaringen. Wat haar personages beweegt, moet blijken uit hun handelingen hetgeen voor veel aardige, verrassende wendingen zorgt.

Drie suikerklontjes

Het raadsel dat aan de roman spanning verleent, is de figuur van Thomas. Thomas houdt van zijn werk en van Claire, doet altijd drie suikerklontjes in zijn koffie, is punctueel en buitengewoon zwijgzaam over dat gedeelte van zijn leven dat zich aan Claires waarneming onttrekt. Daarnaar kan zij slechts gissen, en dat doet ze dan ook met overgave. Met een mengeling van hartstocht en door haar beroep getrainde afstandelijkheid bestudeert Claire het gedrag van Thomas en verzamelt alle gegevens die haar mogelijk iets over hem kunnen vertellen en haar bezitsdrang kunnen bevredigen. Aangezien Thomas haar nauwelijks houvast biedt, en haar observatievermogen groter is dan haar verbeeldingskracht, hangt Claire haar fantasieën over haar geliefde op aan stereotiepe voorstellingen. Ze voorziet hem van een aantrekkelijke echtgenote met een boeiende baan (Sa femme), twee leuke kinderen en een comfortabel huis, kortom een gezinsleven dat beantwoordt aan alle clichés over echtelijk geluk. Vervolgens kan ze het niet laten om haar eigen eenzame leven daar steeds mee te vergelijken. Ongeluk verzekerd, zou je denken, maar aan die stereotiepe ontwikkeling weet Emmanuèle Bernheim met de dubbele bodem van een ogenschijnlijk conventioneel happy end op een buitengewoon speelse manier te ontsnappen. Hoe ze dat doet, zal ik niet verraden, want je moet een spinneweb niet proberen te ontrafelen met een decoupeerzaag.

Emmanuèle Bernheim is één van die schrijvers die een klein gebied centimeter voor centimeter verkennen. Sa femme is haar derde roman; de eerste twee, Le cran d'arrêt (1985) en Un couple (1988) behandelen een vergelijkbaar thema en tellen elk nog geen honderd pagina's. Bernheims zinnen zijn kort maar doeltreffend, ze schuwt overbodige mededelingen en beschrijvingen en uit haar laconieke logica spreekt een droog gevoel voor humor. In stijl en behandeling van de thematiek vertoont haar werk een duidelijke verwantschap met dat van de zogenaamde minimalisten, Minuit-auteurs als Jean-Philippe Toussaint, Patrick Deville en Jean Echenoz. In kwaliteit kan Emmanuèle Bernheim wedijveren met de beste van deze drie schrijvers, Toussaint.

    • Manet van Montfrans