Orion scheert over zee op zoek naar drugs

Nederland en de Antillen bekijken binnenkort de resultaten van het opsporen van drugs door de Nederlandse marine in het Caraïbisch gebied. Experts zullen onderzoeken of de missie moet worden voortgezet.

BASIS PARERA, 19 NOV. De Verenigde Staten besteden meer dan twee miljard gulden aan de militaire operatie om drugstransporten door Centraal-Amerika en het Caraïbisch gebied tegen te houden. De 'War on Drugs' die president Bush vier jaar geleden met veel fanfare afgekondigde, kan niet verhinderen dat er nog evenveel verdovende middelen in de VS worden aangeboden en dat de prijs daarvan stabiel is.

In een rapport van Clintons Nationale Veiligheidsraad, dat enkele weken geleden uitlekte, krijgt de regering de aanbeveling meer militaire middelen en manschappen in Latijns-Amerika in te zetten om ter plekke de laboratoria waar drugs worden verwerkt te ontmantelen. Syndicaten die voor het vervoer zorgen, zou ter plekke het werk onmogelijk moeten worden gemaakt. Volgens dit rapport moet Amerika niet langer proberen transporten die eenmaal onderweg zijn tegen te houden. Dat is een druppel op een gloeiende plaat: te kostbaar en het heeft te weinig effect. Enkele maanden geleden verklaarde Janet Reno, de Amerikaanse minister van Justitie: “In de zes maanden dat ik minister ben heb ik geen enkel bewijs gekregen dat deze dure methode werkt.”

Militairen spreken haar tegen. Zij menen dat zij op hun plaats zijn in het Caraïbisch gebied, omdat een uitgebreider begrip van veiligheid, in dit geval bescherming van de eigen burgers tegen drugs, een heel nieuwe dimensie aan hun werk geeft. Ook de Nederlanders op Curaçao en collega's in Den Helder en Den Haag zijn langzamerhand tot die slotsom gekomen. De militairen in Key West (Florida), die onder een grote bureaucratie moeten werken en afkomstig zijn uit verschillende krijgsmachtonderdelen, zeggen dat tien procent van de drugstransporten in het Caraïbisch gebied door hen wordt tegengehouden en dat er daarnaast een grote preventieve werking uitgaat van deze extra opsporingsactiviteiten.

Nederland zegde in december 1991 spontaan bescheiden hulp toe aan de grote Amerikaanse operatie met radarballonnen, vliegtuigen, helikopters, patrouilleboten en fregatten, die vanuit Key West wordt geleid. Het betreft een missie met één Orion patrouillevliegtuig, één helikopter en een stationsschip. Zaak was wel dat de Antilliaanse regering zelf zou zorgen voor 'fase twee' van het programma: het aanhouden en onderzoeken van verdachte transporten en de aanhouding van koeriers. Nederland kon slechts een oog- en oorfunctie vervullen.

Herhaaldelijk heeft minister Ter Beek (defensie) het afgelopen jaar de Antilliaanse regering laten weten dat bij deze gezamenlijke actie “al te goed buurmans gek is”. Maar tot frustratie van de Nederlandse deelnemers aan het uitkammen van de zee rond de Antilliaanse eilanden gebeurde er ondanks die herhaalde oproepen heel weinig. Wel werd samen met het openbaar ministerie, de Antilliaanse politie en douane op 23 augustus de oefening 'Hot pursuit' gehouden waarbij ook een Antilliaanse politieboot en een drugshond werden ingezet, maar veel meer dan het opbrengen van het daarvoor gehuurde zeilbootje gebeurde er niet.

De Antilliaanse minister van justitie, S. Römer, zegt dat resultaten nu eenmaal moeilijk te meten zijn bij de opsporingsacties, maar dat er wel degelijk een preventieve werking uitgaat van de extra activiteiten van de Nederlandse marine. Zij heeft te weinig middelen om alle tips die van de marine komen, na te trekken. Daarvoor zijn helikopters nodig en kleine vliegtuigen en meer boten. De procureur-generaal van de Nederlandse Antillen is volgens mevrouw Römer druk bezig een beleidsplan op te stellen en, zo verzekert zij, het kabinet toont dat het van goede wil is.

Nederlands marinepersoneel dat bij de opsporingsactiviteiten betrokken is, vraagt zich af of Den Haag wel van de Antilliaanse regering kan verwachten aanhouding en inbeslagneming voor haar rekening te nemen. Zij hebben na een jaar de indruk gekregen dat een dergelijke moeilijke opdracht te zwaar is voor de plaatselijke politie en douane. De Nederlandse marine ziet veel meer in gezamenlijke acties, waarbij Nederland de prudente oog- en oorfunctie vervult maar daarnaast zelf actief meehelpt om ook tot resultaten te komen en aanhoudingen te verrichten.

“Hoe mooi het ook is om laag over de zee te scheren, je kunt niet jarenlang je baantjes trekken en gemiddeld twee keer per maand een verdacht transport doorgeven zonder dat er op de eilanden actie volgt”, zegt een van de deelnemers. Volgens een ander heeft 'de politiek in Den Haag' zich er bij het begin van de samenwerking met de Amerikanen op verkeken dat zo'n actie alleen maar zin kan hebben als er in de territoriale wateren van de Antillen ook werkelijk iets gebeurt met de meldingen van de Orion. Vroeg of laat moet er een vervolgactie komen en de Antilliaanse regering lijkt niet bij machte om dat voor elkaar te krijgen, zo meent hij.

Deze zomer heeft het Amerikaanse commando in Key West op de Tafelberg in Curaçao tijdelijk een radarstation geïnstalleerd. Bij het aftasten van het luchtruim bleek dat er een groot aantal vluchten was met kleine vliegtuigjes die in Colombia opstegen richting Caraïbisch gebied. Opvallend was dat enkele dagen na plaatsing van de radar, waarvan de signalen opgevangen kunnen worden, het luchtverkeer aanmerkelijk minder werd. Om meer inzicht te krijgen in de vliegbewegingen ter plaatse, zal ook op Aruba een radarstation worden geplaatst.

De marine heeft nog een langere wensenlijst: een extra fregat, meer helikopters, een tweede Orion, in totaal 30 miljoen gulden extra per jaar. Maar ook, en dat vindt de marine het belangrijkste, inzet van Nederlands marinepersoneel om onderscheppingen en arrestaties mogelijk te maken. Het is volgens de mannen die het werk nu een jaar doen de enige mogelijkheid om de missie tot een succes te maken. Het blijft voor hen echter een vraag of Nederland dat politiek wel aandurft. Zo niet, dan wordt het snel “inpakken en wegwezen” en mèt de Amerikanen zouden zij dat betreuren.

    • Willebrord Nieuwenhuis