Op de hand van de levenden; Televisie en de pil van Drion

Er is All you need is love, het ontroeringsprogramma waarin mensen, geholpen door een feestelijke televisie-regie, de liefdesverklaring kunnen ensceneren die zij eigenhandig niet dorsten uit te spreken.

Er is de Het-spijt-me-show, waarin kandidaten publiekelijk goed kunnen maken wat hen met een schuldgevoel heeft opgezadeld.

Maar er is nog niet de Pil-van-Drion-show.

Hij ligt zo voor de hand dat ik hem niet ook nog hoef te beschrijven. Het is trouwens nog niet zo ver, er is nog geen op afroep verkrijgbare pil waarmee men een einde aan zijn leven kan maken - maar er zijn wel documentaires, zoals er afgelopen zondag bij de VPRO één te zien was in Lopende Zaken. Hij liet haarscherp zien wat één van de onvermoede bij-effecten is die de Pil zou kunnen hebben, en eigenlijk al heeft.

De documentaire opende met de vaderlijke stem van Cherry Duijns, die een citaat voorlas uit het inmiddels befaamde essay waarin H. Drion zijn voorstel tot verstrekking van zo'n pil doet, en onderwijl zagen we een vrouw met een wonderlijke onthutste blik. Ze was oud en werd met enige moeite overeind geholpen door een al even oude man en een jonge verzorgster. Later zouden we de blik van de vrouw beter leren kennen en verbinden met wat we van haar te weten kwamen: ze was diep dement. Ze antwoordde tijdens de uitzending, als ik me goed herinner, maar één keer direct op een vraag, met een onverhoeds 'ja', toen haar man vroeg of ze zich Amerika herinnerde. Ja. Daarna verviel ze weer in haar blik, die het midden hield tussen verbijsterd, stout en argwanend.

Het citaat van Drion en het beeld van deze twee oude mensen hadden te zamen een reusachtige uitwerking. Je stelde je de vraag: zijn deze mensen dan dus rijp voor Drions pil, en zou ik, als ik daartoe in staat was, hun die pil ook kunnen overhandigen?

Het was een vreemde en beklemmende manier om naar twee zulke hulpeloze mensen te kijken. Natuurlijk, de man had kennelijk zelf gevraagd om deze aandacht, maar dat maakte de situatie niet minder ongemakkelijk. Het werd je heel moeilijk gemaakt om niet te denken: waarom bestaat dit echtpaar eigenlijk nog?

De man las passages voor uit een dagboek waarin hij bijvoorbeeld de eerste incontinentie van zijn vrouw beschreef, een half jaar eerder. Het was een zware vrouw. Uit het laatste shot van de film bleek dat ze heimelijk bonbons weggriste van tafel. Het moet voor de man en de verzorgers uitputtend zijn om haar bij te staan. En de filmmakers lieten er met de keuze van hun beelden (van een zielloze bingo-avond, van een conversatiezaal vol doezelende gezichten) weinig twijfel over bestaan: beter dood dan zo.

Sloepje

We kregen op een gegeven moment een vrijwilliger van de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie te zien die met de man de papieren kwam doornemen. Er bestaan codicillen waarin je gedetailleerd kunt aangeven welke behandelingen je allemaal niet meer op je botgevierd wil zien als je iets overkomt waardoor je je bewustzijn verliest.

Ook deze vrijwilliger was oud. Hij koesterde zijn papiermassa zoals Charon zijn sloepje. Ik weet niet of hij 'beter dood dan zo' dacht, maar wel dat hij, zoals hij gefilmd was, geen aantoonbaar levendige interesse toonde in hoe deze mensen leefden. Het was alsof de vraag 'hoe gaat het nu', gesteld uit iets anders dan beleefdheid, taboe was.

En terwijl het programma vorderde begon ik het te begrijpen: omdat Drions pil tot de uitvoerbare, bespreekbare mogelijkheden is gaan behoren, wordt het steeds moeilijker om niet te denken 'beter dood dan zo'. Het noemen alleen al van de Pil maakte het deze filmmakers moeilijk om iets ánders te filmen dan datgene wat de Pil, als oplossing, mogelijk en zelfs noodzakelijk maakt.

Het gaat hier niet om de hoofdpersoon van deze documentaire, maar om de filmmakers die in deze kwestie op leven en dood, zo kwam het me voor, gekozen hadden.

Ze waren, al filmend, in de klem gaan staan die ze zelf, door Drion zo pontificaal te citeren, hadden neergelegd. Want iedere glimp van iets ánders dan uitzichtloosheid zou ons hebben doen afvragen wat 'beter dood dan zo' nu eigenlijk inhoudt. We kregen bijaldien stereotype hoge ouderdom te zien. De makers leken alleen maar te registreren, maar ze waren doende een betoog sluitend te krijgen. Ik beweer niet dat zij wilden dat de vrouw dood was, maar hun beelden en hun montage verrieden niet dat zij worstelden met de vraag hoe men aan iemand die door haar omgeving kennelijk is opgegeven een waarde toe kan kennen. Het was alsof zij haar los moesten laten terwijl zij nog in levenden lijve aanwezig was.

Op zeker moment probeerde de echtgenoot haar aan het lachen te maken. Dit deed hij om aan te geven hoe weinig contact er nog met haar was. Terwijl de camera draaide maakte hij een komieke beweging met zijn neus waardoor zijn bril opwipte.

Gesteld dat het hem wèl gelukt was om haar een glimlach te ontlokken (zoals hij zei dat wel eens gebeurde); gesteld dat de filmmakers vastbesloten waren geweest, desnoods ten koste van vele uren geduldige aandacht voor de vrouw, haar aan het lachen te maken - dan zouden we hebben gedacht, tegen een desperaat soort beter weten in: als dit kan, wat kan er dan nog meer? We zouden werkelijk in verwarring zijn gemaakt en ons zelf hebben gevraagd wanneer we het woord 'uitzichtloos' nu eigenlijk moeten gebruiken.

Wuivend

En gesteld dat we de vrouw, in een opname die naar valt te vrezen niet eens in het hoofd van de makers is opgekomen, hadden kunnen zien kijken naar, zeg een boom wuivend in de wind - dan zouden we, wie weet, gedacht hebben: ze vindt het prettig om te kijken naar een boom wuivend in de wind. Wie in deze krant de piepkleine, maar prachtige, op de rand van een euforische wanhoop balancerende stukjes heeft gelezen die Marijke Hilhorst over de omgang met haar demente moeder heeft geschreven, weet over wat voor scènes ik het heb.

Te vermoeden valt dat Drions pil een hele uitkomst is - vooral voor jezelf als je zelf midden in je leven bent en op de televisie naar mensen kijkt die niet worden betrapt op enigerlei aanraking, die door degenen die met hun camera naar haar staren niet naar buiten de wind in worden meegenomen, of door kinderen of vrienden omarmd. Zulke sentimentaliteiten, ze worden overbodig als ik me, dankzij de Pil, steeds vanzelfsprekender af zal vragen: waar halen ze het recht vandaan om er nog te zijn?

Daarna kwamen de Krasse Knarren, en toen een documentaire van Netty Rosenfeld, Ik heb mijn oog geslagen op het bed. Het was binnen vijf minuten duidelijk dat zij, om met Elias Canetti te spreken, 'op de hand van de levenden' was. Ook bij haar moest er beslist worden op leven en dood. En er is lang niet zo'n aangrijpende, terughoudend geregistreerde scène op de televisie te zien geweest als die waarin de hoofdpersoon (de jonge Amsterdamse arts Hirschfeld) een ongeveer zestigjarige man probeert te vertellen dat het beter zou zijn om zijn terminaal demente moeder 'los te laten'. Bedoeld werd dat het niet langer zin had haar leven te verlengen met kunstmatige voeding.

Even tevoren hadden we van deze man gezien hoe ook hij iemand die opgegeven was aan het lachen had proberen te maken. God weet hoe lang hij met deze roerloze, aan een infuus liggende vrouw opgescheept had gezeten. Maar toen de arts met zijn voorstel kwam, spartelde hij op een onbeschrijfelijke, bijna klapwiekende manier tegen. Zijn broer kwam tussenbeide en zei tegen de arts: hij heeft voor haar gezorgd, daarom is het voor hem het moeilijkst. We hadden het inderdaad gezien, en zullen het niet licht vergeten: hoe hij haar had aangeraakt om iets te ontlokken wat misschien alleen hij nog kon interpreteren als een glimlachje, en hij hoefde daarbij niet naar de filmploeg te kijken of die het ook had opgemerkt; het was er geweest omdat hij het gezien had, ongeveer op de wijze waarop ouders van pasgeborenen overal glimlachjes zien waar die voor derden onnaspeurbaar zijn ,

De vraag die beide programma's stelden was zo oud als de wereld: wie ben je ten overstaan van dat wat je uitzichtloos noemt? Het verschil tussen de documentaires kan misschien zo beschreven worden: in Lopende Zaken werd de man gefilmd terwijl zijn vrouw zijn hand greep, en hij zei: “Niet zo hard knijpen.” Bij Netty Rosenfeld zag je tal van aanrakingen (het was alsof de hele documentaire uiteindelijk daar over ging), en je wilde ze zien - zoals die van de vrouw die haar bijna gestorven man heel secuur zijn lippen schoonveegde.

Sinds de discussie die H. Drion, met zijn montere, verlichte toon en zijn liberale voorstel, is begonnen, wordt het bijna van politiek belang wie je uiteindelijk het grootste gezag toekent - hij die weergeeft 'wat nu eenmaal het geval is', of zij die werkelijk naar de kleinste bewegingen kijkt.

    • Willem Jan Otten