Nullijn is niet langer taboe voor de Industriebond FNV

AMSTERDAM, 19 NOV. Enkele weken geleden moest voorzitter Bé van der Weg van de Industriebond FNV nog persoonlijk naar Dordrecht reizen om zijn morrende achterban toe te spreken. Daar stuitte hij op groot wantrouwen jegens de werkgevers. Waarom op voorhand loon inleveren als nog niet vaststaat of werkgevers wel afspraken over werkgelegenheid willen maken?

Gisteren toonde Van der Weg zich een gelukkig man. Na “een van de stevigste discussies in de afgelopen jaren” ging de bondsraad (het 'parlement' van de industriebond) akkoord met het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de komende drie jaar. Daarin geniet behoud van werkgelegenheid de prioriteit, waarvoor loonsverhoging moet wijken.

Saillant detail is dat de Industriebond FNV, alle consternatie binnen èn buiten de bond ten spijt, volgend jaar maar één grote bedrijfstak-CAO hoeft af te sluiten - voor de 200.000 werknemers in de metaal- en elektrotechnische industrie. Van der Weg: “Er rust een enorme druk op dat contract en dat leidt ertoe dat geen van beide partijen nog een stap kan zetten zonder gezichtsverlies te leiden.”

Voorzitter J.L van den Akker van de metaalwerkgevers, verenigd in de FME, zou een “oorlogssfeer” creeëren. De voorman van de FME doet voorkomen dat de vakbeweging de ernst van de situatie niet inziet, zegt Van der Weg. En niets is volgens de voorzitter van de Industriebond FNV minder waar. “We geven alleen aan dat de metaalindustrie een gemèleerde sector is, waar het in sommige delen slecht gaat en andere delen minder slecht.”

Ondernemingen die wèl in financiële nood verkeren, kunnen volgens Van der Weg rekenen op een gematigde opstelling, zoals onder andere Philips en Hoogovens al eerder ervaarden. Daarnaast pleit hij voor het oprichten van een Industriebank, die dergelijke bedrijven financieel moet helpen. Het voorstel van voorzitter A. Westerlaken van de christelijke vakcentrale CNV alleen hulp te geven aan “milieu- en arbeidsvriendelijke” ondernemingen, vindt hij onrealistisch. “Dat zijn bespiegelingen met weinig kans op succes.”

Ook het CNV-idee om pensioenfondsen meer te laten investeren in Nederlandse ondernemingen, zelfs als dat een lager rendement oplevert, wijst hij van de hand. “Pensioenfondsen hebben een eigen verantwoordelijkheid en mogen alleen verantwoorde risico's nemen. In dit land moeten we ervoor waken dat de pensioenfondsen de slechte risico's en de banken alleen de leuke risico's voor hun rekening nemen.”

Het streven om de economische situatie meer per bedrijf te bekijken, past in de decentrale benadering van het CAO-overleg. Daarbij ziet de bond ook een rol voor de ondernemingsraad. Opmerkelijk, want enkele jaren terug meende de vakbeweging nog dat de leden van de OR uit de hand van de directie aten. Maar de belangen van de OR en de vakbeweging zijn tegenwoordig gelijk: beide organisaties staan volgens Van der Weg voor een goede rentabiliteit van de ondernemingen. Van de Industriebond FNV mogen de bevoegdheden van de ondernemingsraad dan ook worden verruimd, met name op het gebied van werktijden, arbeidsomstandigheden en flexibeler arbeid.

Van der Weg vreest niet voor afkalving van de positie van zijn bond. “Bijna zeventig procent van de leden van de OR is aangesloten bij een vakbond. Natuurlijk heeft de bond in sommige bedrijven geen invloed, maar dat moeten we onszelf verwijten. Kennelijk hebben we de werknemers daar niet aan de vakbeweging weten te binden.”

    • Yaël Vinckx