Meer gevallen van mishandeling kinderen gemeld

UTRECHT, 19 NOV. Hij blijft every inch a gentleman. Dus gaan er geen krachttermen over tafel, noch verheft hij zijn stem, de directeur van de landelijke stichting buro's vertrouwensarts inzake kindermishandeling (BVA's) drs. B. Samsom. Maar hij maakt zich wel degelijk ongerust en hij is kwaad.

Kwaad op het kabinet dat volgens Samsom in de nabije toekomst de rechten van de ouders wil laten prevaleren boven de rechten van hun kinderen die in de knel zitten. En ongerust over het groeiend aantal meldingen van vermoedens van kindermishandeling. Hun aantal is gestegen van 400 in 1972, toen de eerste vier vertrouwensartsen werden benoemd, tot 13.000 nu. De elf bureaus die Nederland telt kunnen steeds minder snel op meldingen reageren. Het BVA in Noord-Brabant heeft al een wachtlijst aangelegd.

Als een kind niet al te ernstig is geslagen, niet seksueel is misbruikt of anderszins ernstig lichamelijk verwaarloosd is, valt het in de categorie 'minder spoedeisend' zoals Samsom zegt. “In die gevallen gaat het om kinderen die langdurig worden gepest of emotioneel worden verwaarloosd. Het kan tussen de drie en zeven weken duren voor daadwerkelijk naar zo'n melding wordt gekeken.”

Volgende week buigt de bijzondere Kamercommissie voor het jeugdwelzijnsbeleid zich over het standpunt van het kabinet dat ouders binnen twee weken op de hoogte gebracht moeten worden van een melding van een vermoeden van kindermishandeling. Ook vindt het kabinet dat de betrokken ouders er recht op hebben binnen twee maanden het dossier in te zien.

Samsom: “Nergens staat met zoveel woorden dat de anonimiteit van de melder gewaarborgd moet blijven en dat vind ik een gevaar. Een grootmoeder die vermoedt dat haar zoon zijn dochtertje misbruikt zal niet snel aan de bel trekken wanneer zij weet dat haar naam in het dossier komt. Hetzelfde geldt voor een buurman of buurvrouw, voor een onderwijzer en niet te vergeten voor de huisarts: die is er namelijk voor het hele gezin, hij moet ze allemaal te vriend houden. Als ouders zijn naam in het dossier aantreffen als degene die een vertrouwensarts heeft ingeschakeld omdat hij een vermoeden heeft van kindermishandeling, is hij het hele gezin kwijt.”

Een tweede reden waarom de BVA's zich vooralsnog keren tegen inzagerecht voor ouders, is dat een groot deel van de meldingen vermoedens van mishandeling betreft. “In de fase waarin het om (nog) niet meer dan een vermoeden gaat is het niet goed doenlijk om ouders te informeren dat een melding bij het BVA is binnengekomen respectievelijk ouders inzage te geven in het dossier”, aldus de landelijke stichting buro's vertrouwensarts. Overigens hebben de provincies Friesland en Flevoland aangekondigd hun bureau van de landelijke stichting los te koppelen.

Dertig procent van de meldingen die bij de BVA's binnenkomen zijn afkomstig van huis-, school- en kinderartsen. De laatsten worden nogal eens geconfronteerd met kinderen die 'heel toevallig' steeds hun armpje breken. Huisartsen zien met enige regelmaat kinderen die gewond zijn omdat ze van de trap of uit de boom gevallen zijn. “Ook als er nergens een boom te bekennen valt. Ouders zijn erg vindingrijk. Je hebt ook ouders die zo slim zijn dat ze met verschillende breuken naar verschillende artsen gaan om zo te voorkomen dat de eigen huisarts wantrouwend wordt”, aldus Samsom.

Het gros van de meldingen, 40 procent, is afkomstig van familie, kennissen en buren. In 30 procent van de gevallen zijn het leerkrachten en jeugdhulpverleners die bij een BVA een melding deponeren. Samsom: “Kinderen nemen zelf nauwelijks het initiatief. Ze durven hun mond niet open te doen.”

Het aantal kinderen dat als gevolg van mishandeling overlijdt schat Samson op tien per jaar. Nog onlangs overleed een baby van acht weken, nadat het van de vader een, naar later bleek, dodelijk pak slaag had gekregen. “Nee, wij stappen niet naar justitie als wij ervan op de hoogte worden gesteld. De arts die erbij werd geroepen, weigerde een natuurlijke doodsoorzaak op te geven en uit onderzoek in het ziekenhuis bleek het kind door mishandeling te zijn overleden. Wij stellen ons op het standpunt: kindermishandeling is een gezinsprobleem. Het kan helpen wanneer de dader wordt gestraft, maar wij zetten niet aan tot vervolging. Wij helpen zelf ook niet, wij zorgen ervoor dat de hulp aan een betrokken gezin op gang komt.”

    • Anneke Visser