In de Amsterdamse gaarkeukens; Dagboek-achtige verhalen van Frans Pointl

Frans Pointl: Rijke mensen hebben moeilijke maten. Verhalen. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 152 blz. Prijs ƒ 27,50.

In het verhaal 'Witte kandij' bezoekt de hoofdpersoon in Frans Pointls nieuwe verhalenbundel de oude joodse mevrouw Pereira. Iedere week opnieuw vertelt zij hem haar geschiedenis van de vlucht uit Polen naar Nederland en daarna de periode in Amsterdam. Hij kan haar verhaal dromen, maar iedere keer vraagt hij haar het te herhalen. 'Ze laat zaken weg die ze vorige keer vertelde en voegt nieuwe elementen toe, zodat het verhaal steeds iets nieuws krijgt.' Bij Pointl is dit niet zomaar een zinnetje, het is zo ongeveer zijn poëtica. In deze woorden vat hij zijn eigen manier van werken samen.

Rijke mensen hebben moeilijke maten is alweer Pointls derde bundel en wie zijn succesvolle debuut De kip die over de soep vloog en het daarop volgende De aanraking heeft gelezen, komt veel bekends tegen. Vertrouwde figuren als zijn dominante moeder die hem zijn jeugd afpakte en zijn losbandige, maar tragische oom Simon keren terug in de mooiste verhalen van de bundel, die ook qua stijl en verteltrant niet afwijken van die in zijn vorige boeken.

Ongetwijfeld valt de hoofdpersoon van de consequent in de ik-vorm geschreven verhalen samen met de auteur, die geen enkele moeite doet om dat te verbergen. Waar de 'ik' een naam heeft, luidt deze Frans Pointl, de auteur van het boek De kip die over de soep vloog. In 'Ongeluk is ook een soort geluk', een verhaal over de wordingsgeschiedenis van de schrijver figureren de mensen die hem gestimuleerd hebben, zoals Johan Polak, Adriaan Morriën en Rogi Wieg onder hun eigen namen. Pointl vertelt hoe hij onder invloed van vele tabletjes seresta zijn eerste televisie-optreden (bij Adriaan van Dis) onderging en hoe zijn debuut als gevolg van de publiciteit zo'n succes werd dat hij werd genomineerd voor de AKO-prijs.

De 'ik' in de bundel Rijke mensen hebben moeilijke maten houdt minutieus een dagboek bij, dat hij gebruikt als basis voor zijn verhalen. Gezien het autobiografische karakter van alles wat Pointl tot nu toe geschreven heeft, zal hij deze methode zelf ook wel toegepassen. Helaas is dat in dit nieuwe boek herhaaldelijk te merken: niet aan de directe en bijna kinderlijk eenvoudige stijl - dat was juist de charme van zijn vorige bundels - maar aan het feit dat veel van de verhalen zelf zo bedroevend weinig voorstellen. Het verslag van zijn wording als schrijver stijgt niet uit boven dagboekaantekeningen voor particulier gebruik en datzelfde geldt voor zijn 'avonturen' in de Amsterdamse gaarkeukens of in zijn straat in de Indische buurt vol bijstandtrekkers en junks.

Wel mooi en ontroerend zijn de typische Pointl-verhalen zoals 'Hugo', 'De nieuwe vrouw', en 'Witte kandij' waaraan kennelijk jarenlang is geschaafd: over zijn vreugdeloze jeugd, de restanten joods leven en de eigen onmacht om een 'normaal' bestaan op te bouwen. Steeds hetzelfde verhaal vertellen, elementen die al bekend zijn weglaten en andere toevoegen zodat het verhaal steeds iets nieuws krijgt: de verhalen die volgens dit beproefde procédé geschreven zijn, redden de bundel. Had Pointl zich consequent aan deze methode gehouden, dan was dit boek misschien iets dunner geworden, maar wel aanzienlijk rijker.

Een irritant trekje in Pointls minder geslaagde dagboekachtige verhalen is zijn gekokketteer met de armoede en met de zelfkant (kijk mij er eens ellendig aan toe zijn, en zie hoe dapper ik mij in leven houdt met mijn eten in gaarkeukens en kleren van het Waterlooplein). Tegelijkertijd spreidt hij een soort parvenu-achtige zelfgenoegzaamheid ten toon over zijn status als schrijver en paradeert hij in sommige verhalen zelfs als weldoener van zwervers en allochtone have-nots.

Deze zelfvergroting bereikt een dieptepunt in 'Beeldverhaal': slechte foto's van het wansmakelijke interieur van de schrijverswoning in Amsterdam-Oost. Bij de foto's van de gruwelkamertjes met bloemetjesbehang en plastic kuipstoeltjes staan bijschriften als: 'Het heiligdom der heiligdommen. Slechts door weinigen aanschouwd. Het bureautje in het werkhok. Daar staat de trouwe Erika (made in DDR - alweer een stuk geschiedenis) waarop ik m'n twee verhalenbundels tikte.'

De zelfingenomenheid druipt er van af. Kennelijk zijn Pointls benen niet sterk genoeg om de weelde van het succes te dragen. Dat is jammer, zeker voor een schrijver die juist imponeerde door zijn soberheid en eenvoud.

    • Elsbeth Etty