Gerechtshof laat Boomsma wegens smaad vervolgen; Indië-strijder: citaat over SS kwetsend

AMSTERDAM, 19 NOV. De schrijver Graa Boomsma zal worden vervolgd wegens smaad. Dit heeft het Gerechtshof in Leeuwarden gisteren bepaald.

Aanleiding tot de vervolging is een opmerking van Boomsma (40) in een vraaggesprek in het Nieuwsblad van het Noorden van 6 maart 1992 over Nederlandse soldaten tijdens de politionele acties: “Ze waren geen SS-ers, nee, ook al konden ze door de dingen die ze deden er wel degelijk mee worden vergeleken. Maar ze werden er toe gedreven. Schoten ze niet, dan liepen ze de kans door een meerdere te worden neergeschoten.” De eerste regel van dit citaat was de kop boven het artikel.

Boomsma zei dit naar aanleiding van zijn nieuwe roman De laatste tyfoon, dat het relaas bevat van een zoon die ontdekt wat zijn vader deed tijdens de politionele acties in Indië. Boomsma's vader vocht ook in Indië.

De oud-militair L. Buma, die ook in Indië was gelegerd, voelt zich in zijn eer en goede naam aangetast door de passage. Hij diende een klacht in bij de officier van justitie in Groningen. Die oordeelde dat hij niet tot vervolging over moest gaan. Buma diende vervolgens een klacht in bij het Gerechtshof in Leeuwarden. Het hof hoorde daarop de schrijver en de eveneens aangeklaagde journalist van het stuk, Eddy Schaafsma.

Volgens de advocaat-generaal van het gerechtshof, mr. P.M. Roelse, zouden de uitspraken van Boomsma 'ongenuanceerd, kwetsend en uitermate beledigend' zijn. Hij eiste vervolging van Boomsma. Het gerechtshof heeft die eis gisteren toegewezen. De officier van justitie in Groningen moet Boomsma en de journalist alsnog vervolgen, omdat de hof de opmerking een ongenuanceerde kwalificatie aan het adres van de Nederlandse militairen die in Indië vochten vindt. Boomsma's goede trouw wordt in twijfel getrokken. Hij zou de eer en goede naam van die groep militairen opzettelijk hebben aangetast door ze te vergelijken met SS-ers, die onvoorstelbare onmenselijke handelingen hebben verricht. Boomsma liet al eerder weten dat hij zich door deze vervolging in zijn positie als schrijver voelt aangetast. Hij vindt dat hij het recht heeft om de vergelijking te maken die hij heeft gemaakt. “Dat hoort bij mijn vrijheid als schrijver. Ik heb beelden en metaforen nodig, om de doofpotmentaliteit die ten aanzien van de politionele acties heerst te kunnen doorbreken.”