Fusie Enschede-Hengelo moet bedrijvigheid aanlokken; Twentestad wordt industriestad

ENSCHEDE/ HENGELO, 19 NOV. In café Nationaal in Hengelo is het volgens de uitbaatster “het gesprek van de dag”. En dat al weken. “Veel zijn er tegen”, zegt ze op zijn Twents. “Maar ze weten eigenlijk niet waarom. Mij persoonlijk kan het niks schelen. Fuseren, ze doen maar.” Zeven kilometer verder, op de markt in Enschede, loopt een ouder echtpaar. “Twentestad? Laat me niet lachen”, zegt de man, een gepensioneerde postbode. “Ze liegen zichzelf in de portemonnee. Dat geld uit Den Haag krijgen ze nooit. En die werkgelegenheid?” Zijn vrouw valt hem bij: “Dertigduizend nieuwe banen moet het opleveren, de vorming van zo'n grote stad. Nou, als grote steden zoveel werk bieden, waarom hebben Amsterdam en Utrecht dan zoveel werklozen?”

De fusie van Twentes grootste steden Hengelo en Enschede maakt in beide kampen de tongen los. Tukkers heten een stug volkje te zijn, maar over de gebeurtenis van het jaar hebben de meesten wel een mening, al blijkt uit menig straatinterview ook een tweede berucht volkskenmerk: scepticisme. 'Kiek'n wat 't wordt' is hier een vaststaande uitdrukking en veel inwoners van beide steden laten weten het “allemaal eerst nog eens te moeten zien gebeuren”. “Ik maak het niet meer mee”, zegt een 68-jarige Hengeloër zonder enige zweem van twijfel en met een glimlach die geen spoedig einde zijner dagen voorspelt, “als dat gebeurt zit ik allang hier boven.”

Als het aan de bestuurderen van beide steden ligt, hoeft de man zo lang niet te wachten om het wel mee te maken. Vorige week kwamen de colleges van burgemeester en wethouders van Hengelo en Enschede tot een principebesluit voor de fusie, die in hun ogen in 1996 of 1997 rond kan zijn. Als beide gemeenten akkoord zijn, is een speciale wet nodig om de fusie daadwerkelijk te regelen.

Jaren van moeizame onderhandelingen zijn aan het voorlopig resultaat voorafgegaan. Het samengaan van beide steden is een politiek en emotioneel geladen onderwerp. Enschede was vanouds de 'rooie stad', waar ongeschoolde maar trotse arbeiders de textielfabrieken bevolkten. In het burgerlijke, CDA-gezinde Hengelo hadden de geschoolde arbeiders uit de metaalnijverheid de overhand. 'Die uut Hengel' hadden het volgens de Enschedeërs hoog in hun bol. Windbuilen werden ze genoemd. Van de weeromstuit scholden Hengeloërs de nijvere maar 'domme arbeiders' in de buurgemeente uit voor 'krekels'.

Dergelijke sentimenten leven echter voornamelijk nog onder oudere inwoners van de steden en hebben bij de fusiebesprekingen geen rol gespeeld, benadrukt Hengelo's wethouder van financiën en economie G. ten Thij. “Hooguit op de achtergrond.” De beweegredenen voor de fusie zijn van economische aard. Enschede en Hengelo pogen als dubbelstad toe te treden tot het selecte groepje 'grote steden van Nederland'. De fusie moet nieuwe economische bedrijvigheid aantrekken. Ten Thij: “Iedereen wil tegenwoordig maar verzekeringsmaatschappijen binnenhalen en prachtige kantoorparken bouwen. Wij doen daar niet aan mee. Het is tegenwoordig een besmet woord, maar wij gaan ons profileren als industriestad. Daar is niks mis mee. Daar zijn we ook groot mee geworden.”

De fusie moet de dubbelstad ook meer rijkssteun opleveren. Twentestad (de beoogde nieuwe naam, al staat die nog niet vast) zou 230.000 inwoners gaan tellen en daarmee ongeveer even groot als Utrecht worden. “Dan hebben we ook recht op het extra geld dat naar dergelijke steden gaat”, stelt Ten Thij. Beide steden krijgen nu samen 230 miljoen gulden uit het Gemeentefonds, Utrecht mag op 360 miljoen rekenen. De dubbelstad wil niet de hele kloof overbruggen, maar rekent toch op minimaal 45 miljoen extra per jaar. Van dat geld moeten nieuwe wegen en industrieterreinen worden aangelegd en uitgebreide renovatieplannen voor beide stadscentra worden uitgevoerd.

Want laat het duidelijk zijn, stelt Ten Thije, “de dubbelstad wordt een twee kernen-stad”.

Enschede en Hengelo blijven na de fusie elk een min of meer volwaardig stadsdeel. Het groene tussengebied blijft bijna volledig in stand, een sneltram moet voor goede verbindingen zorgen. De gemeentebesturen hebben een principebesluit over de verdeling van belangrijke (bovenlokale) functies gesloten, uitgaande van de huidige sterktes. Enschede blijft dus koopcentrum en cultureel centrum, Hengelo wordt openbaar-vervoersknooppunt en het bestuurscentrum van de nieuwe gemeente. En die beslissing alleen al heeft maanden overleg en veel zweet gevergd. Het was voor het kleinere Hengelo, waar men toch vreest meer identiteit in te leveren dan Enschede, een cruciaal onderhandelingspunt. Als 'troostprijs' mag Enschede het eventueel nieuwe 'regiobestuur Twente' gaan huisvesten.

Overigens betekent dat niet dat alle gemeente-ambtenaren (1.250 van Enschede, 675 van Hengelo) in Hengelo worden gehuisvest. De dubbelstad wil zes dependances in evenzoveel wijken opzetten, waar de burger terecht kan voor onder meer een paspoort of met klachten over zijn omgeving. De fusie levert beide gemeenten een verwachte efficiencybesparing van 15 miljoen op de gezamenlijke begroting op. Men gaat er niet vanuit dat er arbeidsplaatsen vervallen.

De weg naar de fusie loopt nu via de gemeenteraden, die op 11 januari de plannen behandelen, maar nog geen eindoordeel uitspreken. In beide steden wordt namelijk op 3 mei een referendum gehouden. De uitslag daarvan mag om grondwettelijke redenen niet 'bindend' verklaard worden voor de besluitvorming in de gemeenteraad, maar de partijen verplichten zich wel er terdege rekening mee te houden. Maar dan moet wel worden voldaan aan de eis dat ten minste 60 proecent van de keizers zijn stem uitbrengt in dat referendum.

Voor burgemeester H. Wierenga van Enschede, die vijf jaar geleden het idee voor de dubbelstad lanceerde, lijdt het geen twijfel dat de uitkomst positief zal zijn. “Als het niet doorgaat, is dat slecht voor de ontwikkeling van Twente. Het zou een gemiste kans zijn. Wij ontberen hier in het oosten nu echt een grote stedelijke agglomeratie.” Deze week nog stond Wierenga voor de Enschede stads-tv burgers te woord over het onderwerp. Hij was zelfs verrast door het gebrek aan kritiek. “Ik hoorde vooral een positieve ondertoon”, stelt hij.

Een probleem apart wordt nog de benoeming van een burgemeester voor de nieuwe gemeente. Hengelo's burgemeester W. Lemstra lijkt duidelijk ambities in die richting te hebben. Maar volgens zijn wethouder Ten Thij gaat men er vanuit dat voor de dubbelstad “een heel nieuwe burgemeester” wordt benoemd. In april 1994 legt Wierenga zijn functie neer. Zijn opvolger zou dus slechts drie jaar kunnen 'zitten'. Wierenga weigert zich over dat probleem uit te laten. “Dat moet de commissaris van de koningin maar oplossen met mijn opvolger.”