Fischerklok voorkomt chaotische tijdnoodtaferelen

TILBURG, 19 NOV. De serene, kerkelijke rust van de speelzaal wordt in de emotioneel zwaar beladen barragerondes van het Interpolis schaaktoernooi niet langer verstoord door hartverscheurend chaotische tijdnoodtaferelen. Dit jaar geen grootmeesters die uit hun voegen getrild met een dame meer door hun vlag gaan of, aan de andere kant van de medaille, grootmeesters die in verloren stelling desperaat beukend op de klok met doffe ogen gefixeerd staren naar de wegtikkende seconden van hun tegenstander. Nee, dit jaar worden de beslissingspartijtjes verspeeld met de Fischer-klok.

Het principe van de digitale Fischer-klok is eenvoudig. Beide spelers beginnen hun partij met een bepaalde hoeveelheid tijd, in dit geval twintig minuten, en krijgen er per zet die zij uitvoeren een bepaalde hoeveelheid tijd bij, in dit geval tien seconden. De voornaamste filosofie achter de nieuwe klok is dat de uitslag van de partij in hogere mate bepaald wordt door schaaktechnische kwaliteiten, aangezien de nodige sukkeligheid vereist is om nog op tijd te verliezen.

In het doorgaans conservatieve schaakwereldje zijn de reacties onvermijdelijk verdeeld. Jonathan Speelman uit zijn bedenkingen: “Het schaken wordt er niet noodzakelijkerwijs leuker door. Het is toch aantrekkelijk voor het publiek wanneer twee spelers in krankzinnige tijdnood zitten?” Een mening die volstrekt wordt tegengesproken door Lev Poloegajevski: “Dit is de belangrijkste vernieuwing in de schaakwereld van de laatste twintig jaar. Als ik alleen maar denk aan al die partijen die ik verloren heb omdat ik niet wist of ik naar mijn omhoogkruipende vlaggetje moest kijken of naar mijn stelling.”

Het is een gevoelsmatig verschil van mening dat steeds weer opduikt, zoals ook blijkt uit een korte gedachtenwisseling tussen Eric Lobron en Jan Timman. Lobron ziet er de lol niet van in: “Als je verloren staat, kun je wel ophouden. Er valt toch niks meer te ritselen.” Waarop Timman zich enigszins verbaasd afvraagt: “Maar is dat eigenlijk niet wat de bedoeling zou moeten zijn?”

Jeroen Piket ziet weinig reden om zich negatief uit te laten over de nieuwigheid. De klok verhinderde hem op geen enkele wijze om ten koste van Hertneck als enige Nederlander naast Timman door te dringen tot de derde ronde. “Ik heb wel altijd gevonden dat je in een rapid-partij door je vlag moet kunnen gaan, maar anderzijds is dit eerlijker. Al met al verandert er niet zo veel en begrijp ik de mensen niet die over aanpassingsmoeilijkheden spreken.”

Bobby Fischer vroeg in 1989 in de Verenigde Staten patent aan op de door hem bedachte telmethode. Vorig jaar vond de Amerikaan de Joegoslavische zakenman Vasiljevic bereid om zijn gedroomde klok te laten bouwen voor de omstreden revanche-match tegen Boris Spassky. Eén miljoen exemplaren wilde de grootdenkende sponsor laten produceren, maar diens vlucht naar Israel betekende het einde van dit plan. De klokken waarmee in Tilburg gespeeld wordt, zijn naar ontwerp van de in België wonende Nederlander Tom Fürstenberg gemaakt door de Enschedese firma D.G.T. Fürstenberg overweegt niet om een patent aan te vragen op de klok. Wel probeert hij de wereldschaakbond FIDE te overtuigen van de voordelen van zijn klok boven de nu gehanteerde tijdmeters, zodat in de naaste toekomst ook de 'reguliere' partijen in Tilburg met de Fischer-klok gespeeld zullen worden.

Zoals vaak het geval is met revolutionaire uitvindingen is ook de Fischer-klok niet zonder voorlopers. Zo werken de Japanse shogi-klokken al enkele decennia volgens een vergelijkbaar principe. David Bronstein, de legendarische aanvalsspeler die na zijn voortijdige uitschakeling nog enige dagen in Tilburg verblijft, herinnert met bescheiden trots aan een visionair idee dat hij in 1973 publiceerde. “Nadat ik een prachtige grootmeesterpartij in tijdnood had zien verongelukken bedacht ik mijn klok. Beide spelers krijgen twintig minuten in de 'bank'. Voor iedere zet krijgen ze vervolgens vijftien seconden. Wanneer die niet genoeg zijn teren ze in op de 'bank'.' Het verschil van Bronsteins klok met die van Fischer is dat bij Bronstein geen tijd te sparen valt. Als je korter dan vijftien seconden nadenkt, verdwijnen de resterende seconden. Volgens Bronstein is dat een duidelijk voordeel: “Van al dat sparen word je alsnog nerveus.” Waar hij beleefd aan toevoegt: “Maar toegegeven, ook Fischers klok is een goede klok.”

Uiterst tevreden met de Fischer-klok is hoofdscheidsrechter Geurt Gijssen. De tijdnooddisputen zijn gereduceerd tot nul en alles blijft rustig in de speelzaal. De weemoed van romantici die geen afstand kunnen doen van de adrenaline slurpende oude klok, is aan hem niet besteed. Bespiegelend merkt hij op: “Ze moeten niet vergeten dat de klok niet tot het wezenlijke van het schaakspel hoort.”