Elmore Leonard

Elmore Leonard: Pronto. Uitg. Viking, 265 blz. Prijs: ƒ 35,85. Onlangs verscheen Rum Punch, Leonards vorige, zeer sterke thriller als pocket. Uitg. Dell Books en Penguin Books, resp. ƒ 19,15 en ƒ 18,95.

In Pronto zoekt Elmore Leonard het onkarakteristiek ver buiten de deur: een groot deel van deze nieuwe misdaadroman speelt in Rapallo, Italië. Harry Arno, een bejaarde bookmaker met mafia-connecties in South Miami Beach, besluit zijn oude dag te slijten in het land van zijn voorouders, vooral omdat hij daar tijdens het laatste oorlogsjaar een glimp heeft opgevangen van Ezra Pound, de ongrijpbare dichter die een vreemde fascinatie op hem uitoefent; een passie die Leonard op een mooie manier onverklaard laat. Op de valreep van zijn vertrek komt Arno knel te zitten tussen de politie en de mafia. Eenmaal in een groot oud landhuis in Rapallo begint Arno zich stierlijk te vervelen en dus te drinken, terwijl zich langzaam een groep bekenden rondom hem verzamelt, de meesten met kwade bedoelingen.

Net als zijn hoofdpersoon lijkt Leonard ook niet te weten wat hij aanmoet met zijn nieuwe locatie, want in het Italiaanse gedeelte van Pronto sleept het verhaal zich moeizaam voort. Gaandeweg richt de aandacht zich op Rayland Givens, een U.S. Marshall die zich uit eigener beweging naar Rapallo heeft begeven, om redenen die nooit helemaal geloofwaardig worden. Pas wanneer iedereen weer terug is in Leonards vertrouwde Florida lijkt de auteur er zin in te krijgen; Pronto eindigt met een spannende, mooi ironische finale, waarin iedereen het op iedereen heeft gemunt. Een mindere Leonard, maar niettemin verplichte kost, al was het maar om het onvergetelijke portret van Jimmy Capotorto, een baas in het mindere mafiamilieu in South Beach: volgevreten, lethargisch, niet in staat om te luisteren, gefascineerd door een grote mot in Butterfly World die geen mond heeft. “How'd the fucker get so big if it can't eat?”

    • Dennis de Hoop