Een sigarenkist met vingerkootjes; Hoogmoed en val in roman van Freek de Jonge

Freek de Jonge: Opa's wijsvinger. Uitg. De Harmonie. 275 blz. Prijs ƒ 29,50.

Deze zomer deed Freek de Jonge in Amsterdam een aantal gastoptredens bij het theatercircus De Parade. Zijn tentje had geen podium en was stampvol: artiest en publiek konden elkaar in de ogen kijken, zoals een predikant en zijn gemeente. (Dominee was die avond een beetje aangeschoten, zoals twijfelende dominees behoren te zijn.)

Het verhaal dat De Jonge vertelde heette Opa's wijsvinger, net als zijn nieuwe roman. Het betrof een tragi-komische gelijkenis over hoogmoed en de val. Opa, een predikant, raakt zijn vermanende wijsvinger kwijt op een moment dat hij zich groter dan God waant. Voortaan balde hij noodgedwongen zijn vuist als hij naar de hemel wees - het zelfverzekerde gelijk was veranderd in machteloze boosheid. Opa's vingerkootjes gingen via de zoon over op de kleinzoon, verteller van de parabel, in een Hofnar-sigarenkistje. Dat detail gaf terloops het antwoord op de impliciet gestelde vraag: wat is een komiek? Een dominee zonder wijsvinger. De parabel van opa gaf niet alleen de titel aan De Jonges tweede roman, zij is er tevens de kern van. Ook in Opa's wijsvinger staan hoogmoed en de val centraal, gekoppeld aan de opkomst en ondergang van een satirisch goochelduo. Ook dat duo, pianist Johannes Huls en de 'maatschappijkritische goochelaar' Arthur Roest, heet 'Opa's wijsvinger'.

Hun eerste affiche toonde 'de joker met het geheven vingertje'. De roman doet uit de doeken hoe die joker dat vingertje kwijtraakte. Hoe Huls, de verteller, en Roest dachten groter dan God te zijn. Hoe ze door schade en schande wijzer werden, uit elkaar gingen en voortaan met een litteken door het leven moesten.

Want Huls is nu, vijftien jaar na dato, achtergrond-pianist in een proleterig restaurant. Roest heeft zich als geflipte profeet ('ontgoochelde goochelaar') laten opnemen in een tehuis voor 'verknipte wereldverbeteraars'. De hele roman hangt een hernieuwde confrontatie tussen beiden in de lucht. Dat zal niet gebeuren, maar Huls zal de geschiedenis van het duo wel herschrijven.

Het trefwoord is daarbij ontgoocheling. Niet alleen bij het duo. Ook de wereld om hen heen is geschonden. De talloze jongeren met ringetjes door de neus die in de roman figureren, de mooie Ester die haar aangezicht heeft bekrast en andere bijfiguren - iedereen in de roman is in een of andere vorm getekend. Het is de ontgoocheling van een generatie die De Jonge portretteert. Om dat lange verhaal kort te maken: grote mond gehad, neus gestoten, boos met de brokstukken zitten.

Wat de parabel van De Parade in een half uur duidelijk maakte, wordt in de roman over bijna driehonderd bladzijden uitgesmeerd. Een kort verhaal wordt lang gemaakt: Opa's wijsvinger barst uit zijn voegen van de verhaallijnen, parabels en aforismen, grappen en terzijdes.

Dat zijn we van De Jonge wel gewend. Maar in deze roman lijkt het nog een ander doel te hebben. Het is alsof de auteur een literaire verdwijntruc heeft willen uitvoeren. Alsof hij de autobiografische kern van de roman - de geschiedenis van het legendarische Neerlands Hoop - heeft willen laten verdwijnen in een moeras van bij-verhaaltjes.

Dat heeft de roman geen goed gedaan. Te veel ruimte wordt nu in beslag genomen door de omzwervingen van Huls en diens pogingen om het verleden en de confrontatie met Roest uit de weg te gaan. Dat zijn trage, vleugellamme passages, vol gemakkelijk gemopper op het heden - er groeit dan toch weer een wijsvinger uit het stompje.

Pas naarmate de confrontatie dichterbij komt en Huls' herinneringen aan 'die periode' dwingender worden, ontstaat er iets van lading. Dan krijg je een indringend beeld van de (psychologische) geschiedenis van de ondergang van Huls en Roest, Bram en Freek. In het gepaste bredere kader. Uiteindelijk kan de lezer De Jonge, een van die twee ontgoochelde goochelaars, dus in de ogen kijken. Net als in de piste van De Parade. Dat blijft een mooie ervaring. Maar de lezer moet er lang, te lang op wachten.

    • Gertjan van Schoonhoven