Een heilig moeten

De vereniging Kunsten '92 schijnt een boekje te hebben uitgebracht onder de titel Waarom kunst moet. Volgens Frans de Ruiter, voorzitter van de vereniging, hebben 100.000 Nederlanders het boekje al in huis.

Kunst moet. Kunst moet, is een korte zin. Kunst moet, is een zin van twee woorden. Kunst moet, is een verschrikkelijke zin. Wie leest dat kunst moet, krijgt spontaan een hekel aan kunst, een afkeer van kunst, een haat jegens kunst. Kunst moet, is een categorische imperatief, zoiets als Ordnung mub sein, maar dan nog korter, nog dwingender. Kunst moet, is de eerste regel uit het handboek van de cultuurpolitie.

Vroeger had je: melk moet. Ik zie een schoolklas voor me met sterk vermagerde oorlogskinderen. Om aan te sterken moeten zij melk drinken. In de pauze worden de flesjes binnengedragen, maar de melk is te vet voor de ondervoede kinderen en een paar beginnen al te braken. Wat ook moet, is de tandarts. De afspraak is vanmiddag om vier uur, niet vergeten. Eerst boort hij vier gaatjes en daarna zal hij een beugel plaatsen. Nee, je moet! Trouwens, je moet vanavond ook nog je huiswerk doen. Alle hoofdsteden van Europa. Dat is voor je eigen bestwil, later zul je merken hoeveel plezier je daarvan hebt. Nee, ik ga daar niet over discussiëren. Moeten is dwang en huilen is kindergezang.

Toen de pil nog niet bestond, werden kinderen geboren als een moetje. Als je zo'n moetje niet wilde, zette je je meisje achterop de brommer en reed zo hard mogelijk over een weg met kinderhoofdjes. Dat was voor haar geen pretje. Als het moetje toch kwam, moest je trouwen. Dat moest namelijk van je ouders. Van de paus moet dat nog steeds.

Ben je zo ongelukkig om een jongen te zijn, dan moet je ook in militaire dienst. Wil je dat niet, dan moet je een uitvlucht bedenken. Lukt het je inderdaad om uit dienst te blijven en je vindt een baantje, dan moet je over het geld dat je verdient weer belasting betalen. Daar valt niet onder uit te komen. Wat ook moet: je hand voor je mond houden als je hoest, beleefd blijven tegen mensen die je minacht, loyaal zijn tegenover de partij, op tijd komen voor afspraken, mensen laten uitspreken, ouder worden, erotische gevoelens voor de vrouw van je beste vriend onderdrukken en Duitsers die na de oorlog geboren zijn niets nadragen. En kunst. Kunst moet ook.

De vraag is echter: wat doen we met mensen, die kunst niet moeten? Wat doen wij met al die armzaligen van geest, die nooit naar toneel gaan, geen concert bezoeken en nimmer een gedicht lezen? Zonder kunst zijn deze mensen verloren.

Alleen kunst kan deze mensen redden. Maar hoe? Wie niet in dienst wil, wordt opgehaald door de marechaussee. Wie geen belasting wil betalen, krijgt een deurwaarder op bezoek. Wie abortus pleegt op een moetje, wordt verdoemd tot in het hiernamaals. Kunst moet. Het heilig moeten duldt geen tegenspraak. Wie kunst niet moet, moet maar voelen. Hier ligt een taak voor de overheid.

Wij moeten hierbij in de eerste plaats denken aan kunstkampementen, waar kunstbarbaren in een straf regime worden heropgevoed. Elke morgen om half zeven op. Als een geestelijk bad eerst twee uur poëzie uit het hoofd leren. Dan marcheren wij en colonne naar de muziekkamer voor een concert. Wie in slaap valt, wordt voor gedwongen verpleging opgesloten in een cel, dat wil zeggen dat met twee klemmen om zijn of haar hoofd een koptelefoon wordt geplaatst, waaruit voor de rest van de dag een symfonie van Hindemith of Penderecki zal klinken.

's Middags valt er te genieten van een toneelvoorstelling. Wie er niet in slaagt om hiervan te genieten, krijgt van de door Kunsten '92 aangestelde kunstbewakers een speciaal programma, dat hem of haar zal leren genieten. Daarna vier uur verplicht lezen in de isoleercel. 's Avonds zullen de bewoners van het kampement worden onderworpen aan een test, die moet toetsen of hun kijk op de wereld genoegzaam is veranderd. Pas wanneer blijkt dat kunst werkelijk een vrijplaats in hun denken heeft veroverd, zullen zij het kamp mogen verlaten.

Het lijkt mij een schitterend plan, dat bovendien voor extra werkgelegenheid in de kunstensector kan zorgen. Als je het zo bekijkt, heeft Frans de Ruiter volkomen gelijk: kunst moet.