Den Haag wil meer openheid van 'Brussel'

PAG.9 HOOFDARTIKEL

BRUSSEL, 19 NOV. Als enige lidstaat verzet Nederland zich tegen nieuwe Europese regels voor de openbaarheid van bestuur, die het veel te restrictief vindt.

Nederland vreest dat 'Brussel' straks de bevoegdheid krijgt om de Tweede Kamer informatie te onthouden.

De Europese Unie (EU) zou het daarmee de Nederlandse regering onmogelijk kunnen maken om de Kamer ontwerp-Europese regels ter inzage te geven. Het Nederlandse verzet wordt in Brussel niet erg kansrijk geacht. Woensdag haakte Kopenhagen, de laatste medestander van Den Haag, af - net voor de vergadering van het Comité van EG-ambassadeurs.

Nederland meent dat de Europese Commissie en de Raad van Ministers van de Unie met de nieuwe regels vrijwel ieder verzoek om inzage in interne stukken kunnen en zullen weigeren. Dit zegt de Nederlandse woordvoerder in Brussel. De zogeheten gedragscode voor de toegang tot informatie bevat een aantal dwingende uitzonderingsregels die de Nederlandse regering veel te ruim vindt. De enige facultatieve weigeringsgrond lijkt ontworpen om de nog resterende vragen af te kunnen wijzen. “De instellingen kunnen ook het verzoek om inzage weigeren om het belang van de Unie-instelling bij het geheim van de onderhandelingen te beschermen”, luidt de laatste regel. Volgens diplomaten in Brussel kunnen daarmee vrijwel alle interne stukken geheim worden gehouden totdat de Raad er een formele beslissing over neemt. Dan is het doorgaans te laat voor de Kamer om politieke druk uit te oefenen.

De gedragscode is een gevolg van de belofte aan de burger op de Europese Raden Birmingham, Edinburgh en Kopenhagen om het bestuur van de Unie juist 'transparant' te maken. “Maar het resultaat is precies het tegenovergestelde”, aldus een cynische reactie van een diplomaat. “Deze regels zijn geschreven door dezelfde juristen die er zich al tijden aan ergerden dat in Brussel alles meteen uitlekt.” Pogingen om de verslagen van het Comité van EG-ambassadeurs aan de Raad en de Voorzitter in 'geanonimiseerde vorm' toch ter beschikking van het publiek te mogen stellen, zijn mislukt. In deze stukken staat doorgaans precies vermeld welke lidstaten voor en welke tegen zijn. Door formuleringen als 'sommige lidstaten' versus 'andere' zou het geheim van de onderhandelingen kunnen worden bewaard. Deze, zogeheten Coreper verslagen zijn in Brussel weliswaar vertrouwelijk maar meestal niet moeilijk te krijgen.

Pag.5: 'Ik kan Kamer zelfs niet vertrouwelijk informeren'

Staatssecretaris Dankert vreest vooral dat hij zich straks niet kan houden aan artikel drie van de Nederlandse goedkeuringswet van het Verdrag van Maastricht. Daarin stelt de Kamer de voorwaarde steeds de vergaderstukken te ontvangen waarover Nederland in Brussel onderhandelt. Dankert vreest dat hij op grond van de nieuwe regels zelfs de Kamer niet vertrouwelijk zal mogen informeren. De Kamer heeft de voorwaarde voor inzage vooraf gesteld na haar ervaringen met het Verdrag van Schengen. Toen moest de regering steeds weigeren de ontwerpteksten officieel ter inzage te geven omdat anders de belangen van andere lidstaten werden geschaad. Intussen beschikten zowel de Kamer, alle media en vrijwel iedere belangstellende over kopiën van concept-teksten die via ambtenaren of lobbyisten waren uitgelekt.

Eergisteren heeft Dankert de Kamer ingelicht. Hij zei in de vergadering van de Commissies EG-zaken en Justitie dat Nederland “buitengewoon hard is opgetreden” in Brussel, maar helaas “tegen een muur is gelopen”. Dankert zei de Kamer de indruk te hebben “dat we volstrekt de verkeerde kant uitgaan” en dat Nederland “in een geïsoleerde positie” verkeerde. Hij citeerde een reactie van de Franse delegatie in de Raad op zijn pleidooi voor meer openheid. “Precies om dezelfde redenenen die de heer Dankert voor openheid noemt, zijn wij er tegen”. Dankert sprak van een “totaal hopeloze strijd”.

De nieuwe gedragscode maakt het ook vrijwel onmogelijk om vragen van burgers, belangenbehartigers en journalisten om bepaalde stukken ter inzage te krijgen te honoreren. In het (geheime) compromis-voorstel van het Belgische voorzitterschap worden als dwingende weigeringsgronden voor de verspreiding genoemd, documenten “waarvan de verspreiding schade zou kunnen toebrengen”:

aan het openbaar belang (openbare veiligheid, internationale betrekkingen, monetaire stabiliteit, juridische procedures, inspectie- en onderzoeksactiviteiten); aan het individu en diens privacy; aan beroeps- en bedrijfsgeheim; aan de vertrouwelijkheid die door de particuliere of rechtspersoon is bedongen die de informatie heeft verstrekt of die door de wetgeving van de lidstaat die de informatie heeft verstrekt, wordt vereist.

Bij wijze van troost voor Den Haag stelt het Belgische voorzitterschap nog voor om over twee jaar de toepassing in de praktijk van de gedragscode te evalueren. In de gedragscode valt verder nog de bepaling op dat het de aanvrager kan worden verboden om de aangevraagde documenten te verspreiden of te vermenigvuldigen “voor commerciële doeleinden”. De Nederlands Wet openbaarheid van bestuur kent drie absolute uitzonderingsgronden. Alleen als de staatsveiligheid of bedrijfsgeheimen in gevaar komen of als publikatie geschillen tussen het staatshoofd en de ministers aan het licht brengt, moet Den Haag inzage weigeren. Andere overheidsbelangen moeten afgewogen worden tegen het belang van publicatie en kunnen dus wijken. Het Nederlandse systeem wordt wel gekarakteriseerd als een 'ja, tenzij'-systeem, terwijl Brussel nu principieel zou kiezen voor een 'nee, tenzij'-benadering.

De Europese gedragscode dient met algemene stemmen in de Raad van Ministers op 6 december te worden aangenomen. Een mogelijk Nederlands veto is echter op voorhand al onschadelijk gemaakt door een advies van de Juridische Dienst van de Commissie. Daarin wordt de Raad gewezen op de mogelijkheid de gedragscode op te nemen in het Huishoudelijk Reglement van de Raad. Dat reglement kan met eenvoudige meerderheid van stemmen worden vastgesteld. De Nederlandse bezwaren kunnen zo makkelijk worden genegeerd. Nederlandse diplomaten proberen intussen om aan de gedragscode een verklaring toe te laten voegen, waarin het inlichten van het nationale parlement toch wordt toegelaten. Het recht op toegang tot Unie-documenten moet in ieder geval voor 1 januari zijn geregeld.

Samen met 'subsidiariteit' was 'transparantie' het belangrijkste antwoord van de EG op de politieke onrust rond het Verdrag van Maastricht. Met subsidiariteit werd gedoeld op het principe van minimale bemoeizucht door Brussel; er zou zoveel mogelijk aan regionale of nationale autoriteiten worden overgelaten. Transparantie was het verzamelbegrip voor minder geheimhouding in Brussel. Daaronder werd verstaan de toegang van tv-camera's tot Raadszittingen, een publieke tribune bij persconferenties en toegang tot geheime vergaderstukken. Onder het Deense voorzitterschap in de eerste helft van dit jaar zijn regelmatig tv-camera's toegelaten die de eerste uren van een Raadsvergadering registreerden. Ook kwamen er gereserveerde plaatsen voor het publiek in de persconferentie-zaal. Het Belgische voorzitterschap schafte deze nieuwigheden echter alweer grotendeels af. TV-camera's mochten van de Belgen tot nu toe alleen een feestelijke raadsvergadering filmen, waar een samenwerkingsakkoord met Tsjechië werd getekend.