Debat over sociale zekerheid op lange baan

DEN HAAG, 19 NOV. Het WAO-voorstel van de Commissie-Buurmeijer zal het in de Tweede Kamer zeker niet halen. En de bedrijfsverenigingen hebben hun langste tijd als publiekrechtelijke organisaties gehad. Zoveel is deze week duidelijk geworden over de toekomst van de sociale verzekeringen en veel meer eigenlijk niet.

Het gisteren afgesloten debat tussen de fractiespecialisten in de Tweede Kamer en de parlementaire-enquêtecommissie die de uitvoering van de sociale verzekeringen heeft onderzocht, wordt volgende week ongetwijfeld vervolgd in een parlementaire gedachtenwisseling met meer politiek vuurwerk. Want dan staan de fractieleiders tegenover het kabinet (in geval van GroenLinks de toekomstige fractieleider), dan gaat het tussen Brinkman en Wallage, tussen Brouwer en Bolkestein en met Van Mierlo, die gisteren nog openlijk zijn ondeskundigheid op het terrein van de WAO toegaf.

Dan is Buurmeijer, nummer twintig op de kandidatenlijst voor de komende verkiezingen, weer gewoon een lid van de PvdA-fractie, en kunnen de CDA-leden Van der Burg en Hillen vrijelijk kiezen voor het van hun commissie geheel afwijkende WAO-standpunt van fractievoorzitter Brinkman. Dat dit tweetal deze week kenbaar maakte dat hun opvatting vanaf volgende week wel eens zou kunnen veranderen, was een van de meer opvallende gebeurtenissen, niet zozeer in het debat zelf, maar vooral in het aangrenzende discours. Hoezeer ze hun opstelling daarna ook trachtten te nuanceren en hoezeer ook voorzitter Buurmeijer weigerde in negatieve bewoordingen over de uitlatingen van de CDA-leden van zijn commissie te spreken. De verdeeldheid die in de commissie was geslopen, is illustratief voor de opvattingen van de Kamer over de aanbevelingen in het rapport van Buurmeijer en de zijnen.

De waardering die CDA-fractiewoordvoerder Wolters in het debat aan het adres van Buurmeijer persoonlijk uitsprak, deed daardoor bijna ironisch aan. “Onder zijn leiding is een goed en unaniem onderschreven rapport tot stand gekomen. Met name van deze unanimiteit zijn we onder de indruk, zeker omdat het hier gaat over een onderwerp, waarbij politiek bepaalde inzichten dominant zijn.”

Niet alleen CDA-leden van de Commissie-Buurmeijer komen voor de worsteling te staan waar straks hun loyaliteit ligt - bij de commissie en hun eigen aanbevelingen of bij hun fractie met een daarvan afwijkend standpunt. Stel dat in de Tweede Kamer volgende week een motie wordt ingediend dat gedeeltelijk arbeidsongeschikten een WAO-uitkering horen te houden. Dat is wel de opvatting van de PvdA-fractie zoals die deze week door Kamerlid Leijnse werd verwoord, maar het gaat lijnrecht in tegen het rapport van de commissie. Hoe zal dan de opstelling van de PvdA-leden Buurmeijer en Vermeend als (ex-)leden van die commissie zijn? Soortgelijke dilemma's zullen ook de commissieleden van de andere partijen dan op hun weg vinden. 'Het denken staat niet stil', is het voor de hand liggende excuus voor forse koerswendingen.

De verdeeldheid tussen de partijen en binnen sommige fracties zelf maakt de kans op heldere politieke keuzes op dit moment vrijwel uitgesloten. Het kabinet, waarvan het standpunt over het rapport-Buurmeijer niet vóór volgende week is te verwachten, staat voor hetzelfde probleem. Want het moet wel een standpunt formuleren waaraan de nummer één (Kok) en nummer twee (Wallage) van de kandidatenlijst van de PvdA zich kunnen binden en tegelijkertijd het CDA-smaldeel binnen het kabinet. Gezien de verdeeldheid tussen CDA en PvdA over bijvoorbeeld WAO en Ziektewet zal dat niet meevallen, ook al hebben CDA-minister De Vries en PvdA-staatssecretaris Wallage eerder aangekondigd het debat op hoofdlijnen met de Kamer te willen aangaan en dat ze tijdverlies zoveel mogelijk wensen te voorkomen.

Het wordt voor het kabinet nog een hele toer de indruk te vermijden dat het zich al in het pre-demissonaire stadium bevindt. Een mooi tijdpad voor verdere besluitvorming, brede formuleringen over grote lijnen, wie weet een commissie voor verdere terreinverkenningen, dat is voorlopig het te verwachten resultaat. En meer concreet, de opheffing van de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) die over de keuringen voor de WAO gaat, alsmede de vaststelling dat het toezicht op de uitvoerders van de sociale verzekeringen onafhankelijk moet worden, dus zonder werkgevers en werknemers. Maar zover was de politieke consensus al gevorderd voordat de Commissie-Buurmeijer werd ingesteld.

Buurmeijer rekende het gisteren tot zijn zegeningen dat de ontmanteling van bedrijfsverenigingen, de bolwerken van werkgeversorganisaties en vakbonden, een Kamerbrede wens is geworden. Dat zal voor staatssecretaris Wallage zonder twijfel een reden zijn in de organisatiewet over de sociale verzekeringen, waarover hij al een voorstel bij de Tweede Kamer heeft ingediend, de bedrijfsverenigingen nog slechts een tijdelijke status te geven.

Hun uitvoeringstaak bij de WAO, WW en Ziektewet loopt dus ten einde. Alleen het CDA heeft er nog moeite mee dit paradepaardje op het maatschappelijk middenveld te zien sneuvelen, al geldt dat zeker niet voor een vleugel in de fractie die met Brinkmanniaans is aan te duiden. Woordvoerder Wolters had de grootst mogelijke moeite in het debat aan te geven waarom de bedrijfsverenigingen volgens het CDA straks eigenlijk nog zouden moeten bestaan, terwijl hun taak, zoals hij zelf toegaf nog slechts “gering” zal zijn. Maar de verklaring daarvoor was wellicht te vinden in een briefje dat Buurmeijer in die fase van het debat vanuit CDA-hoek kreeg aangereikt. Daarop stond: “Zelfs al staan wij volkomen naakt, dan nog hebben wij moeite toe te geven dat wij naakt zijn”.

    • John Kroon