De tentoonstellingsmachine stilgezet; Witte de With-Cahier, tussen tijdschrift en catalogus

Witte de With - Cahier 1, 192 blz. Prijs ƒ 45,-. Het tweede nummer verschijnt in juni 1994.

Het eerste nummer van de nieuwe serie Witte de With - Cahiers dat dit najaar verscheen, valt meteen met de deur in huis. Zonder introductie over de opzet van de Cahiers en de relatie met het tentoonstellingsprogramma van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With, krijgt de lezer meteen de eerste bijdrage voorgeschoteld: een persoonlijke impressie van Hermann Pitz, die de tentoonstelling Walker Evans & Dan Graham in Rotterdam en in Münster bezocht.

Het persbericht geeft meer informatie over het ontstaan van de Cahiers, waarvan er tot eind 1996 zeven zullen verschijnen. De serie zal voor een deel de catalogi, die tegenwoordig bijna als een verplicht nummer bij elke tentoonstelling worden gepubliceerd, vervangen. De cahiers moeten een platform bieden waarop de verschillende activiteiten van Witte de With - tentoonstellingen, discussies, lezingen - met elkaar in verband kunnen worden gebracht. In dit bredere kader is ook plaats voor artikelen waarin verwante thema's vanuit andere invalshoeken worden onderzocht. De serie mikt op een internationaal publiek: de bijdragen verschijnen in het Engels en in de oorspronkelijke taal van de auteur.

Het is echter de vraag of een Cahier wel in alle opzichten een catalogus (of vouwblad) kan vervangen. Zo staan er bijvoorbeeld in dit eerste nummer kleurenfoto's van de wandschilderingen die acht kunstenaars deze zomer voor de tentoonstelling As Long As It Lasts maakten. Ze vormen een goede documentatie van het project. Voor een catalogus die bij de opening gereed moet zijn, was dit waarschijnlijk niet haalbaar geweest. Maar het is wel jammer dat de verhelderende teksten en foto's van Henri Jacobs, Marien Schouten en Jessica Stockholder, enkele deelnemers aan het project, niet al tijdens de tentoonstelling beschikbaar waren.

Hetzelfde geldt voor het artikel van Benjamin Buchloh dat eerder in het tijdschrift Texte zur Kunst verscheen. Zijn analyse van Gerhard Richters installatie voor de laatste Documenta in Kassel (een 'ouderwets' kabinet van schilderijen) vormde mede de aanzet tot As Long As It Lasts. Volgens Buchloh stelt Richter de manier waarop veel installaties tegenwoordig functioneren aan de kaak. Installatie kunst lijdt in de woorden van Buchloh aan 'expansionistisch zelfbedrog': 'ruimtelijke controle' neemt de plaats in van artistieke autonomie.

Fotografie

De eerste drie artikelen in Cahier 1 zijn gewijd aan fotografie, de overige aan de schilderkunst. Er is een lezing opgenomen van Camiel van Winkel over de 'kinetische impuls' en het gebruik van fotografie en sculptuur. Geïnspireerd door het werk van recente Post-human kunstenaars houdt Van Winkel een pleidooi voor de 'herwaardering en herdefiniëring van de performance'.

De 'huisfilosoof' van Witte de With op het gebied van fotografie, de Fransman Jean-Francois Chevrier, geeft een curieuze 'reprise' van artikelen die hij schreef voor de catalogi bij de exposities Walker Evans & Dan Graham en Michelangelo Pistoletto e la fotografia. Voortbouwend op deze studies ziet Chevrier nu overeenkomsten tussen Graham en Pistoletto. Niet de spiegels die beide kunstenaars vaak gebruiken, maar de fotografie vormt de inzet van zijn betoog. Net als indertijd bij Evans en Graham vind ik de verbanden die Chevrier legt gezocht en weinig relevant. Anders dan hij suggereert vormt architectuur bij Graham de kern van zijn veelzijdige activiteiten en gaat het Pistoletto meer om het effect van het (fotografische) beeld op de toeschouwer.

De nieuwe serie - tussen catalogus en tijdschrift - voorziet zeker in een leemte. Na de publiciteit rondom de opening van een tentoonstelling, valt er meestal een stilte. De tijd voor reflectie en discussie ontbreekt omdat de tentoonstellingsmachine moet blijven draaien.

Terwijl curators van tentoonstellingen tegenwoordig soms even veel aandacht krijgen als de kunstenaars, houden de tentoonstellingsmakers van Witte de With, Chris Dercon en Gosse Oosterhof, zich bescheiden op de achtergrond. Tè bescheiden vind ik, de activiteiten van Witte de With en de inhoud van dit Cahier maken nieuwsgierig naar hun motieven.