Colin Harrison

Colin Harrison: Bodies Electric. Uitg. Bloomsbury, 385 blz. Prijs: ƒ 36,35.

Een echte New Yorker kijkt wel beter uit, maar Jack Whitman, geslaagde executive in een multi-media gigant die veel weg heeft van Warner Bros, spreekt een arme jonge vrouw aan in de subway. Dat komt omdat Jack sinds de brute moord op zijn vrouw, zomaar op straat voor een ziekenhuis in Harlem, een man met een groot gemis is, ondanks zijn comfortabele huis in Brooklyn en zijn fantastische inkomen. De vrouw is Latijns-Amerikaans, beeldschoon en ongrijpbaar, precies wat Jack nodig heeft om weer te kunnen leven.

Bodies Electric is een typische Amerikaanse grote stadsfantasie, over twee werelden die volkomen van elkaar gescheiden zijn en o wee als iemand de grens tussen die twee overschreidt. Jack raakt betrokken bij de vreselijk armoedige, maar toch zo echte levens van Dolores en haar vervreemde echtgenoot, de gevoelige macho Hector, die helemaal onderaan in hetzelfde bedrijf als Jack blijkt te werken. Dolores en haar dochtertje worden door hem opgenomen in de ijskoude wereld van het New Yorkse zakenleven. De gevolgen zijn voor alle partijen desastreus.

Ook voor de lezer. Harrison is in staat sprankelende zinnen te schrijven, maar zijn verhaal werkt niet mee. De oneindig fascinerende Dolores waarover hij hoodstukken lang uitweidt, komt uiteindelijk toch vooral over als een tweedimensionale slettebak. Ook het portret van New York als een multiculturele gevarenzone waarin dure en goedkope levens elkaar maar beter niet kunnen kruisen, bestaat toch vooral uit sentimentele noties. Alleen het eindeloze zelfbeklag van Jack Whitman, die alles kwijt raakt, mist zijn uitwerking niet; het bezorgde mij bijna vierhonderd bladzijden lang een vaag maar onmiskenbaar gevoel van misselijkheid.

    • Dennis de Hoop