Bulgarije; Op de rand van een bankroet

Het wordt bijna routine: voor de vierde keer binnen een jaar heeft in Bulgarije het kabinet van Ljoeben Berov een motie van wantrouwen overleefd. Met 130 tegen 83 stemmen wees het parlement gisteren - de stemming was één dag uitgesteld wegens de voetbalwedstrijd Frankrijk-Bulgarije - de door de oppositionele Unie van Democratische Krachten (SDS) ingediende motie van de hand.

De Bulgaren hebben meer reden zich te verheugen over het voetbalsucces tegen de Fransen dan over de gang van zaken in de Bulgaarse politiek of die in de economie. Een val van het kabinet-Berov zou hebben geleid tot een crisis waarop niemand zit te wachten en tot verkiezingen die niemand goed uitkomen. Aan de andere kant betekent zijn aanblijven een verlenging van de impasse waarvan al maandenlang sprake is en die hervormingen in de weg staat.

In Bulgarije stagneert zo ongeveer alles en heeft zo ongeveer iedereen ruzie met iedereen. De grootste partij, de SDS, de paraplu-organisatie van de vroegere anticommunisten, is haar koppositie in het parlement kwijtgeraakt door interne verdeeldheid, intriges en persoonlijke afrekeningen. Van de SDS heeft zich een achttien parlementsleden omvattende 'Nieuwe Unie voor Democratie' (NSD) afgesplitst. Veel interne partijruzies worden geprovoceerd door de radicale SDS-leider en ex-premier Philip Dimitrov, die iedereen die het niet met hem eens is uitmaakt voor 'communist' of 'verrader' en die een talent heeft medestanders van zich te vervreemden. Een van de meest ingrijpende consequenties van Dimitrovs optreden is de onmogelijkheid een coalitie-akkoord aan te gaan met de Beweging voor Rechten en Vrijheden (MDF), de partij van de Turkse minderheid, want ook MDF-leider Dogan is volgens Dimitrov een 'verrader', net als president Zjeljoe Zjelev trouwens, zijn voorganger als SDS-leider, die door Dimitrov c.s. wordt beschuldigd van pogingen het communisme terug te brengen. Het Bulgaars heeft er zelfs een nieuw woord voor: zjelevisme, een slappe houding tegenover het communisme.

Als gevolg van het geruzie is de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) de grootste partij in het Bulgaarse parlement geworden. Zij controleert en dicteert in feite, hoewel formeel in de oppositie, het werk van de niet-partijgebonden Ljoeben Berov en zijn regering, die doorgaans alleen op de automatische steun van de kleine MDF kan rekenen en voor alle belangrijke zaken gedwongen is concessies te doen aan de ex-communisten.

Nieuwe verkiezingen zouden wellicht een oplossing kunnen bieden en kunnen resulteren in een parlement dat niet meer in overgrote meerderheid uit leden van formele oppositiepartijen bestaat. De SDS eist die verkiezingen, hoewel opiniepeilingen hebben uitgewezen dat haar een forse nederlaag wacht: de Bulgaarse kiezer is uitgekeken op het permanente geruzie binnen de SDS, die bovendien - al dan niet terecht - wordt geassocieerd met problemen als de hoge werkloosheid, de trage teruggave van land en de stagnatie in de privatisering. De BSP wil evenwel geen verkiezingen, omdat de huidige situatie haar heel aardig uitkomt: ze eet van twee wallen. Enerzijds kan ze Berov permanent onder druk houden, werken aan de geleidelijke terugkeer van communistische kaders in de economie en het bestuur, en hervormingsvoorstellen afzwakken, anderzijds draagt ze voor impopulaire maatregelen geen formele verantwoordelijkheid.

In deze impasse komt van daadwerkelijk hervormen weinig terecht. Berov klaagde onlangs dat in een vol jaar slechts tien hervormingswetten zijn aangenomen en dat het parlement heeft nagelaten de belangrijkste hervormingen - van het belastingsysteem, de bankroetregels, het banksysteem en de privatisering - te regelen.

Een van de belangrijkste handicaps van de regering is het gigantische begrotingstekort, veroorzaakt door een tegenvallende belastingopbrengst. Veel staatsbedrijven zijn de facto failliet en gaan gebukt onder zware wederzijdse schulden. Het begrotingstekort dwingt de regering te overwegen de lonen in de staatssector en sociale uitgaven te beperken.

Minister van financiën Stojan Aleksandrov waarschuwde eerder deze maand dat Bulgarije “op de rand van een bankroet” verkeert. “De tragedie van de regering is haar onvermogen monetaristische maatregelen in structurele aanpassingen te vertalen. Er gaapt een kloof tussen de monetaristische en de structurele kant van de hervormingen”, aldus Aleksandrov. “Er dreigt een financieel bankroet. Zonder snelle actie kan het ergste gebeuren: hyperinflatie. Het land bevindt zich in een noodtoestand. Alleen als iedereen zich aaneensluit - politici, parlementariërs, partijen, het electoraat en de man in de straat - kan een ramp worden voorkomen.”

Berov viel vorige week naar aanleiding van de vierde motie van wantrouwen bitter uit naar het parlement. “Als het parlement hervormingen niet wil aannemen moet het maar een andere premier zoeken of de kiezers aan het woord laten. Het parlement moet ophouden zijn tijd te verknoeien met kritiek op de regering en verantwoordelijkheid aanvaarden voor het lot van het land. Ik heb deze bittere kop voor de helft leeggedronken; als u wilt dat ik de tweede helft ook leegdrink moet u me de minimale voorwaarden gunnen om dat te kunnen doen of anders een ander kiezen. De Heer heeft ons kleine land voorzien van genoeg kandidaten voor deze glorieuze functie.”

Berov blijft voorlopig met zijn halfvolle glas zitten en regeert verder - als leider van wat Dimitrovs tweede man, Ivan Kostov, gisteren kwaad bestempelde als “een BSP-regering”.

    • Peter Michielsen