Bonden: lonen kunnen bevroren in ruil voor extra geld zorgsector

ROTTERDAM, 19 NOV. De vakbonden in de zorgsector zijn bereid voor 1994 de lonen te bevriezen en ook af te zien van prijscompensatie. Maar dan moet het kabinet de uitgaven voor de sector wel met ruim vijfhonderd miljoen gulden meer laat stijgen dan het van plan is. Volgens de bonden kunnen daardoor 12.500 banen behouden blijven die anders zouden verdwijnen.

Dit schrijven AbvaKabo, CFO en FHZ in het actieprogramma 'Nu echt aan het werk!' dat zij gisteren hebben gepubliceerd. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) en de werkgevers toonden zich in een eerste reactie positief over het plan. Simons zal volgende week met de bonden over hun voorstellen praten.

Het in 1994 afzien van een prijscompensatie van 2,5 procent betekent een besparing van zo'n vijfhonderd miljoen op de loonkosten in de zorgsector. Het actieprogramma voorziet verder in een verlaging van de loonkosten voor de 'lagere' banen. Dat gebeurt door ook voor de werkgevers een premievrije voet van 23.000 gulden in te voeren. Maar de lage premie-afdracht aan het pensioenfonds die daarvan het gevolg is, moet volgens de bonden dan wel worden gecompenseerd door een aanzienlijke verhoging van de pensioenpremie voor de hogere inkomens.

De bonden willen voorts meewerken aan het vormen van een 'banenpool' voor laagbetaalde functies. Ze verwachten dat daarmee 7.500 werklozen aan de slag kunnen als assistent-bibliotheekmedewerker, aankomend crèchebegeleidster, keuken- en magazijnhulp of als conciërge. Eerder had minister d'Ancona (WVC) aangekondigd zo'n banenpool te willen vormen. De bonden verwachten maar een deel van 185 miljoen gulden daarvoor nodig te hebben dat het kabinet daarvoor beschikbaar zou willen stellen. Wel gaan ze er daarbij vanuit dat het Europees Sociaal Fonds zestig miljoen gulden voor dit initiatief ter beschikking stelt.

Volgens AbvaKabo-onderhandelaar A. Wirtz moet het actieprogramma als één pakket worden beschouwd waaruit niet naar believen elementen kunnen worden geplukt. “Absolute voorwaarde” voor de medewerking van de bonden noemde Wirtz dat het kabinet de beperking van de uitgaven ongedaan maakt.