Bedankt...

Tien minuten na rust, bij het tweede doelpunt van Dennis Bergkamp, weet ik het zeker: Nederland is geplaatst voor het WK.

Mijn gedachten gaan naar Peter van Vossen. Zou hij nu op de bank liggen met zoontje Kevin? Het rechterbeen strak als een strijkplank onder de rieten leestafel om te voorkomen dat hij dat geschepte balletje van Wouters een lel zou geven richting hangklok. Of zit hij in het praathuisje op de dijk van Zierikzee een beetje met de benen te wiebelen achter een sinaasappelkistje met flesjes pils? Ik denk het laatste. Zeeuwen lopen wel vaker naar buiten om wat te kermen tegen regen en wind als er te weinig genade is.

Poznan: donkerder kan een woord niet zijn voor Peter van Vossen. Als geen ander had de blonde spits met het beenderige gezicht recht op de schaamteloze sirene van oranje-getinte tribunes in het Lech-stadion. Waar nu De Boer liep en scoorde, hoorde hij, helmpoter uit Zeeland, te sleuren en te slingeren, te vlammen en te juichen. Zonder Van Vossen was er al lang geen sprake meer geweest van een WK-ticket voor Oranje. In Engeland en thuis tegen Polen redde hij het Nederlands elftal van een publieke tuchtiging. In z'n eentje.

Poznan: de zoveelste grafsteen op het kerkhof van niet-ingeloste verwachtingen. Het leven van een voetballer kan wreed en droevig zijn. Twee jaar geleden had Van Vossen zich uit de anonimiteit van een Belgische provincieclub opgerekt tot de EK-selectie voor Zweden. Een week voor de vreugdevolle afreis verdraaide de wervelwind zijn arm. Beknelde ader: trombose. In het ziekenhuis volgde hij de eerste EK-wedstrijd van het Nederlands elftal. Aan een infuus.

De transfer naar Anderlecht bracht wat verlate balsem. Van Vossen speelde zich in de gunst van bestuur en publiek. Halfweg de competitie was hij topscorer van de Brusselse club. Tot Johan Boskamp als trainer werd binnengehaald. Het systeem werd aangepast en de Zeeuwse spits kwam op de bank terecht. Hij bleef goedlachs maar zijn gezicht werd met de dag witter en witter. Te wit om het lijden op de automatische piloot nog langer te kunnen verbergen.

Ajax kwam. Zwevend op de goede moed van een waarzegster aan het klaptafeltje begon Van Vossen te trainen in De Meer. Het ging lekker op dat hoge toerental van de revanche. Het leven kon nog wat worden. Maar het noodlot liet niet los: opnieuw trombose in de arm. Even overwoog hij om vertroosting te gaan zoeken in de zware kerk van zijn ouders maar, gelukkig, topvoetbal genereert heidenen. Van Vossen vocht terug, op eigen kracht. De spieren gespannen als geslepen bajonetten. Hij bloeide weer op onder het magisch realisme van Louis van Gaal, was helemaal klaar om de concurrentieslag met Finidi George en Overmars aan te gaan. Zijn vrouw kreeg 's avonds weer een man thuis die fluitend ging zitten voor het sexprogramma van Angela Groothuizen. Kwestie van toch een beetje bij de tijd te blijven voor de opvoeding van de kleine Kevin.

Helaas: geluk is verdriet dat even uitrust. In de volle Schwung van de heropstanding begaf de knie van Peter van Vossen het. Sindsdien leeft hij in een land met ander licht. Ajacieden met nog enig erbarmen probeerden de eerste dagen een belletje maar kregen te horen dat Peter in het praathuisje op de dijk zat. Tussen een paar ouwe dorpsidioten, ook met meer herinneringen dan visioenen. Jongens als Jan Wouters en Frank Rijkaard hebben in principe genoeg sociale temperatuur om een vrije dag op te offeren voor een opbeurend bezoekje aan een tricolore compaan. Maar het zal er wellicht niet meer van komen. Euforie is dodelijk voor gevoelens van mededogen en troostrijke gedachten. Ook in die zin valt de WK-kwalificatie voor Van Vossen slecht.

Er is nog hoop. Toen ik Dick Advocaat de donderdagochtend in de aankomsthal van Schiphol achter zijn bagagekarretje zag wegstrompelen wist ik: daar gaat een man alleen. De bondscoach leek wel gestorven aan het succes van Poznan. Alles aan hem schrijnde in die achterlijke regenjas. Met een rug vol scherven verdween hij uit beeld. Ik denk dat het nog voor de kerst tot een omhelzing komt: Advocaat en Van Vossen samen in het praathuisje van Zierikzee. Pilsje en Spa rood op het sinaasappelkistje. Er zal weinig of niets worden gezegd. Maar uit de eerste windhoos van die donkere nacht zal één woord als een klaroenstoot van hun beiden komen gevallen: “Bedankt!”

    • Hugo Camps