'Aanpak chaos VN schiet tekort'

De organisatie en werkwijze van de Verenigde Naties staan al enige tijd ter discussie. DICK THORNBURGH, ex-ondersecretaris-generaal van de VN, speciaal belast met bestuur en management, schreef er een vernietigend rapport over. Woede was zijn deel, maar uiteindelijk heeft hij weinig weerwoord gekregen.

NEW YORK, 19 NOV. “Secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali is in staat de organisatie te hervormen, maar zijn tempo is aan het afnemen. Hij begon met een vliegende start, maar door de enorme hoeveelheid taken is het vuur er uit.” Richard (Dick) L. Thornburgh (61) heeft zijn reserves over de nabije toekomst van de VN. De oud-gouverneur van Pennsylvania en ex-minister van justitie onder president Bush was van begin 1992 tot begin dit jaar werkzaam bij de VN, met als taak het management door te lichten en “de secretaris-generaal te helpen met zijn hervormingsagenda”.

Na precies één jaar bracht Thornburgh op 1 maart 1993, vlak voor zijn vertrek, een rapport uit waarin hij van de organisatie van de VN geen spaan heel liet. De organisatie kent volgens het rapport geen ingebouwde controle op fraude, verspilling en misbruik. Benoemingen hebben veel te vaak plaats op grond van ras, nationaliteit en ideologie, in plaats van op prestatie. Kortom, jaarlijks worden er tientallen miljoenen dollars over de balk gegooid.

Daarom pleit Thornburgh voor een onafhankelijk bureau van een inspecteur-generaal waarin niet alleen aantoonbare fraude wordt onderzocht, maar ook nepotisme en misbruik. Onderzoek, inspectie, accountantscontrole en programma-evaluatie zijn de vier zuilen waar zo'n bureau op moet rusten. Het bureau zou rechtstreeks onder de secretaris-generaal moeten vallen zodat hij in staat wordt gesteld zijn managers rekenschap te laten afleggen.

Het onlangs ingestelde bureau voor inspecties en onderzoek bij de VN lijkt gemodelleerd naar Thornburghs aanbevelingen. Het is echter gepresenteerd als een tussenstap op weg naar een daadwerkelijke benoeming van een inspecteur met ruime bevoegdheden binnen het VN-apparaat. Het hoofd van het nieuwe bureau, Mohamed Niazi, heeft een tijdelijke aanstelling. Pas tijdens de Algemene Vergadering van de VN in het najaar van 1994 zal een onafhankelijke, interne inspecteur worden aangesteld.

Hoewel Thornburgh zich in kleine kring bijzonder opgewonden heeft over het halfslachtige nieuwe inspectiebureau, is zijn houding naar buiten toe ingehouden: “Het bureau zoals dat nu is voorgesteld is een eerste stap op weg naar wat ik heb voorgesteld, maar het schiet nog schromelijk tekort. Dit is het bij lange na nog niet. Ik heb begrepen dat Niazi een staf van maar liefst negentig man tot zijn beschikking krijgt, maar ik weet verder niet hoe het bureau wordt opgezet.”

Hij vindt het verkeerd dat Boutros-Ghali een dorpsgenoot heeft benoemd. “Ik wil mijn bezwaren niet toespitsen op de persoon van Niazi. Het is ook niet fout dat hij een vriend is van de secretaris-generaal, maar wel dat hij een insider is. Er moet iemand komen die er met een frisse blik tegenaan kijkt.”

Thornburghs benoeming bij de VN was het resultaat van een verzoek van president Bush aan Boutros-Ghali; Thornburgh was daarmee de eerste Amerikaan op die post. Alle betrokkenen wisten dat het een tijdelijke aanstelling betrof. Hij had op verzoek nog wel langer willen aanblijven om zijn aanbevelingen uit te voeren, “maar dan had dat ook meteen in december vorig jaar moeten gebeuren toen ik mijn bevindingen aan de secretaris-generaal heb doorgegeven”.

Volgens Thornburgh werden zijn werkzaamheden bemoeilijkt toen in oktober vorig jaar duidelijk werd dat Bush de presidentsverkiezingen ging verliezen. “Bij de VN realiseerde men zich dat de regering die mijn benoeming had bewerkstelligd het niet lang meer voor het zeggen zou hebben. Dat verminderde ons vermogen om iets gedaan te krijgen. Ik kan geen bewijzen van sabotage overleggen omdat het erg subtiel gebeurde, maar het was duidelijk dat de bureaucratische machthebbers gebruik maakten van de overgangssituatie. Mensen namen een houding aan van: 'wij moeten voor de periode dat deze man hier nog is onze tijd uitzitten'.”

Volgens Thornburgh zijn veel mensen bij de VN erg kwaad geworden over zijn rapport en gingen er stemmen op om het in de papiervernietiger te gooien. “Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die geen exemplaar kunnen krijgen bij het bureau van de secretaris-generaal. Dat is erg dom gedrag, maar het laat ook zien dat er enorme weerstand is tegen verandering binnen de VN, want ik weet uit goede bron dat de secretaris-generaal veel van mijn inzichten deelt.”

De woede over zijn rapport geldt vooral het aplomb waarmee hij de organisatie kritiseerde. “Mijn rapport was geen diplomatiek rapport maar een management-rapport. Binnen de VN zijn ze meer gewend aan bedekte termen. 'Financieel bungee-jumpen' en 'old boys network' zijn geen diplomatieke termen en dat weet ik natuurlijk ook wel.” De term bungee jump gebruikt Thornburgh als hij het heeft over het “blind vertrouwen” dat VN-functionarissen hebben dat voor elke nieuwe vredesoperatie het geld wel ergens vandaan zal komen. Old boys network gebruikt hij in verband met het opvullen van vacatures.

Thornburgh benadrukt dat er veel goede diplomaten bij de VN rondlopen, maar er is geen middelmanagement. Hij verbaasde zich erover dat hij nota bene als ondersecretaris voor bestuur en management van sommige benoemingen niets hoorde. “Dat waren benoemingen door de secretaris-generaal, maar ik betwijfel of hij die kandidaten zelf heeft gezien. De taak van een inspecteur-generaal zou zijn om te kijken hoe die procedures verlopen.”

Berucht bij de VN is ook het 'double-dipping': werknemers die een pensioen krijgen keren vaak terug als consultant. Alleen als ze voor de duur van zes maanden of langer worden aangetrokken, wordt dat inkomen in mindering gebracht op hun pensioenuitkering. “Ik wil geen namen of cijfers noemen”, zegt Thornburgh, “maar in veel gevallen was het werkelijk buiten alle perken en kwam het op mij over als misbruik.”

Veel van de organisaties binnen de VN hebben een eigen bestuur en een eigen budget, waardoor er nauwelijks nog een goede controle vanuit New York mogelijk is. Schoorvoetend noemt hij als voorbeeld de FAO in Rome, de Wereldvoedselorganisatie, die al jaren een eigen koers vaart. De Amerikaanse irritatie ten opzichte van de VN en de terughoudendheid om contributie te betalen heeft volgens Thornburgh deels te maken met de verspilling, fraude en misbruik binnen de organisatie en het gebrek aan bereidheid om daar iets aan te doen. Als de VN tonen dat de bereidheid er is om dat aan te pakken zal de terughoudendheid in Washington vanzelf verminderen. “Ergernis over de gebrekkige organisatie raakt de fundamentele relatie van de VN met de VS en andere belangrijke contribuanten”, zegt Thornburgh.

Thornburgh zegt nooit een reactie van de secretaris-generaal te hebben gehad op zijn rapport. Maar er is ook niemand van de VN geweest die zijn beweringen heeft bestreden. “Als ze onjuistheden hadden gevonden had ik dat ongetwijfeld snel gehoord. De vraag is of de politieke wil er is om iets te ondernemen. Aan Boutros-Ghali zal het niet liggen, maar het is de vraag of de lidstaten echt bereid zijn Boutros-Ghali al hun vertrouwen te geven.”

    • Lucas Ligtenberg