'We kunnen toch gewoon bij Holland blijven?'

De staatkundige toekomst van Curaçao ligt morgen in de handen van de 110.000 kiesgerechtigde inwoners van Curaao. De politici vrezen de vermoedelijke uitkomst van de volksraadpleging, maar voor de democratie wordt het een mooie dag.

WILLEMSTAD, 18 NOV. Lilia Kaiser is bejaard en leeft van een karig inkomen uit de verkoop van loten en snoepgoed. Van alle opwinding over het referendum op Curaçao snapt ze niet veel: “Wat moet ik dan kiezen meneer? We kunnen toch wel bij Holland blijven?”

Lilia woont in een van de kleine houten huizen aan de Penstraat in de Curaçaose hoofdstad. In die buurt, de Penstraat en de Oranjestraat, beseffen veel bewoners dat ze voor het eerst zelf over de toekomst van hun eiland kunnen beslissen, maar de stroom informatie doet ze duizelen. En de volstrekte eensgezindheid van de politici vertrouwen ze niet. “Dat is uniek, want hier vliegen ze elkaar altijd over het minste in de haren”, zegt Francesco Zimmerman, gepensioneerd bouwvakker, in een mengeling van Papiaments en Nederlands. Hij heeft zijn keuze al gemaakt: “Opshion (optie) A: laat de eilanden bij elkaar blijven, dat is beter voor allemaal.” Laurence Clenson, een potige politieagent, dertiger, is het met hem eens. “Wij hebben het hier op Curaçao niet breed, maar we zijn het grootst van de Antillen en we moeten iets overhebben voor de kleinere eilanden. We zijn allemaal Antillianen.”

De politici van Curaçao staan morgen voor een vuurdoop bij het referendum over de staatkundige toekomst van het grootste eiland van de Nederlandse Antillen. Dat geldt ook voor de ministers die nog over zijn in het Antilliaanse kabinet, dat door een politieke crisis vleugellam is geworden. Unaniem hebben de politici zich uitgesproken voor een nieuwe, meer onafhankelijke positie van Curaçao binnen het koninkrijk: een apart land net als Aruba al sinds 1986 is.

In de Antilliaanse hoofdstad Willemstad heerst een opgewonden sfeer. Voor het eerst krijgen de ongeveer 110.000 kiesgerechtigde Curaçaoenaars de gelegenheid zelf een oordeel te geven over de toekomstige relatie met Nederland en ze kunnen zich daarbij losmaken van de voorkeur van de politici. Ze hebben een ruime keus uit vier opties: a) Curaçao blijft deel uitmaken van de Nederlandse Antillen, b) het eiland wordt een autonoom land binnen het koninkrijk der Nederlanden (de optie van de politici), c) het wordt een deel van Nederland (een soort overzeese provincie) en d) Curaçao wordt een onafhankelijke staat.

Curaçaoenaars vergeten even hun grote problemen op financieel gebied, de jeugdcriminaliteit, de verloren generatie van duizenden hopeloos aan drugs verslaafde jongeren en de snel afbrokkelende werkgelegenheid op het eiland. De kranten en de radio staan bol van informatie over het referendum en elke avond verdedigen vertegenwoordigers van alle vier de opties in de volkstaal, het Papiaments, hun standpunten voor de tv. Uit opiniepeilingen blijkt dat optie D (volledige onafhankelijkheid) slechts door enkele procenten van de bevolking wordt gesteund. Curaçaoenaars zijn gehecht aan hun band met het koninkrijk en de koningin als staatshoofd, ze willen hun paspoort en vrije toegang tot Nederland behouden en de Hollandse ontwikkelingshulp biedt veel mensen voordeel.

Formeel gaat het om een raadgevend referendum, want net als in de Nederlandse Grondwet is in het Statuut voor het Koninkrijk en de Eilandenregeling geen bepaling te vinden over een referendum, laat staan een beslissende volksraadpleging. Maar het Nederlandse lid van de commissie die het referendum heeft georganiseerd, prof. mr. P.C. Gilhuis uit Tilburg, meent dat de uitslag wel een sterke politieke binding moet opleveren. “Anders hoef je het niet te doen”, was zijn oordeel in een interview met deze krant. Met andere woorden: de politici kunnen niet om de uitslag heen. Als morgen geen enkele optie een meerderheid van meer dan vijftig procent haalt, volgt volgende week een tweede ronde tussen de twee populairste varianten.

De kiezers van Curaçao kunnen met hun voorkeur de trend in de lopende gesprekken met Nederland veranderen: als ze tegen de wil van de politici ingaan en kiezen voor behoud van de Antillen, zal ook Nederland dat respecteren en een Antilliaanse regering in stand houden. Dat betekent een breuk in het recente streven naar rechtstreekse staatkundige banden tussen de eilanden en Den Haag. Sint Maarten zal daar geen belangstelling voor hebben. Dat eiland streeft al sinds enkele jaren naar een aparte, autonome status binnen het koninkrijk. Maar Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben al laten weten in principe belangstelling te hebben voor behoud van de Antilliaanse eenheid.

Ondanks hun diepe wantrouwen in de politici, dat in elk gesprek naar voren komt, zijn de meeste Curaçaose kiezers wel van plan naar het stemhokje te gaan. De laatste peiling, uitgevoerd door de Universiteit van de Nederlandse Antillen, geeft aan dat morgen een opkomst van ruim tachtig procent mag worden verwacht. De politiek heeft hoog ingezet. Deze week is, vlak voor het referendum, nog een protocol ondertekend tussen de vakbond voor overheidspersoneel ABVO, het eilandbestuur en de Antilliaanse regering, waarin is beloofd dat van de drieduizend ambtenaren die nu nog voor de landsregering werken, niemand wordt ontslagen als die landsregering over een paar jaar wordt opgeheven.

“Een logisch signaal”, oordeelt minister Chucho Smits van financiën van de Antillen. “Die beslissing geeft zeker een politiek accent op dit moment, wat verwacht je anders? Kennelijk wil men de mensen die voor de regering werken, geruststellen. Voor het overgrote deel zijn het burgers van Curaçao, waarover bij dit referendum wordt beslist.”

Maar gedeputeerde (wethouder) Stanley Betrian van financiën denkt er anders over en heeft al met zijn portefeuille gerammeld, want de politici hadden eerder beloofd dat de overheid sterk zou worden afgeslankt om de kosten omlaag te brengen. Ze willen af van de dubbele bestuurslaag op Curaçao: een landsregering en een eilandbestuur. Dat werkt te traag, het overheidsapparaat is te log en te duur voor een klein eiland. Curaçao moet op eigen benen staan en niet meer verantwoordelijk zijn voor het wel en wee van de vier andere Antilliaanse eilanden, is de redenering.

Eilandbestuurder Betrian vindt dat een ongeclausuleerde belofte aan de ambtenaren, bedoeld om hun stemmen voor optie B te winnen, niet is te rijmen met de noodzakelijke bezuinigingen.

Minister-president Maria Liberia-Peters is niet gerust op een goede afloop voor optie B: Curaçao als autonoom land binnen het koninkrijk. De laatste weken is een invloedrijke groepering van zakenlieden onder aanvoering van een van haar voorgangers, Miguel Pourrier, en gesteund door vrijwel de complete vakbeweging, campagne gaan voeren voor optie A: behoud van de Antilliaanse eenheid. En dinsdag kondigden de vereniging van werkgevers en de Kamer van Koophandel uit protest tegen de 'politieke stunt' met het ambtenarenprotocol aan dat ze hun steun aan optie B van de politici intrekken. “Dit protocol is funest voor de economie”, zei Robert Willems, voorzitter van de Kamer van Koophandel.

De zakenlieden zien in behoud van de Antillen de beste garanties voor continuïteit van het vertrouwen van investeerders in Curaçao en de vakbeweging verwerpt de versnippering van de Antillen die premier Liberia en de eilandbestuurders voorstaan.

Dan is er nog de groepering onder leiding van Glenn Booi en Freddy Antersijn, die bij de opiniepeilingen over een aanzienlijke aanhang bleek te beschikken voor het streven om Curaçao direct onder Nederlands bestuur te plaatsen (optie C). “Alleen Nederland kan ons uit de misère helpen waar de politici ons in hebben gestort, en ons een deugdelijk en democratisch bestuur bezorgen. Op Curaçao heerst geen democratie maar vriendjespolitiek”, zegt Antersijn.

In augustus nam premier Liberia-Peters nog met een misprijzend gebaar voor de televisie afstand van het rapport van de referendumcommissie, die door het eilandbestuur was ingesteld. Ze noemde het rapport “een vodje dat door zes intellectuelen is opgesteld”, maar moest na scherpe kritiek van de vakbeweging snel van koers veranderen. De Eilandsraad van Curaçao aanvaardde het rapport unaniem en gaf de commissie de opdracht om het referendum voor te bereiden. Liberia, tevens aanvoerster van de grootste partij op Curaçao, de katholieke NVP (Nationale Volks Partij) probeert nu uit alle macht steun voor optie B te vergaren. Maandagavond belegde ze in allerijl een vergadering in het partijkantoor waarbij alle bestuurders en parlementariërs van de NPV kwamen opdraven. Een laatste poging moest worden ondernomen om alle twijfelende kiezers over de streep te trekken en de groep van Miguel Pourrier wind uit de zeilen te nemen.

Eerder die dag moest Liberia nog een lelijke tegenvaller incasseren: haar partijgenoot, parlementslid Betto Thomas, oud-minister en oud-parlementsvoorzitter, bekeerde zich publiekelijk tot optie A van de groep-Pourrier (behoud van de Antillen). In de NVP wordt die stap op zo'n cruciaal moment hoog opgenomen. Na het referendum zal de partij zich beraden over mogelijke stappen tegen het dissidente Kamerlid. Liberia heeft sinds het afkalven van haar coalitie enkele weken geleden nog slechts de steun van de kleinst mogelijke meerderheid in het Antilliaanse parlement (12 van de 22 zetels) en heeft de verkiezingen, die in het voorjaar zouden worden gehouden, vervroegd naar 25 februari. Maar als Betto Thomas wordt geroyeerd vervalt de meerderheid en is de crisis compeet. Volgens waarnemers is dat ook al het geval wanneer de bevolking zich bij het referendum niet uitspreekt voor optie B.

“Bij een andere uitslag dan optie B zullen diverse politici ons als de boosdoeners beschouwen en ons naar Klein Curaçao verbannen”, zegt Lucita Moenir Alam, coördinator van de referendumcommissie, schertsend. Klein Curacao is een onbewoond eilandje op een half uur varen van Willemstad.

Samen met de Nederlander Arjen van Rijn, twee lokale leden en een waarnemer van de Verenigde Naties heeft zij het voortouw gehad bij de uitvoering van de grote voorlichtingscampagne en de voorbereiding van de stemming zelf. Moenir Alam, plaatsvervangend directeur van het Bureau buitenlandse betrekkingen van de Antillen, en Van Rijn, lector aan de Universiteit van de Antillen, waren tijdelijk aan de commissie 'uitgeleend'. “In acht weken en voor een budget van 650.000 gulden hebben we deze klus geklaard. Elk dubbeltje en elke komma in onze teksten hebben we tweemaal omgedraaid. Met dit referendum krijgt de democratie hier een impuls, want werkelijk iedereen praat er nu over”, aldus Moenir Alam.

Premier Liberia komt in een onmogelijke positie als het volk haar niet volgt met optie B. Oud-premier Don Martina is de enige politicus die daar luchtig over doet. “Ik maak me er geen zorgen over of het A of B wordt. Wij blijven B verdedigen, maar ik snap best dat veel mensen, ook in mijn partij, de veilige weg van behoud van de Antilliaanse eenheid willen. Wij volgen de wil van het volk. Mijn partij, de Moviemento Antillia Novo (MAN-Beweging voor de nieuwe Antillen) heeft die eenheid altijd nagestreefd. Maar dat bleek in de jaren zeventig en tachtig onhaalbaar door het groeiende insularisme: op alle eilanden, met uitzondering van Sint Eustatius, streefde men naar meer eigen autonomie. De afscheiding van Aruba versterkte dat nog. Desnoods pakken we nu het oude ideaal weer op. Als een politiek unie niet zou lukken, zullen wij in elk geval een economische unie nastreven.”

    • Theo Westerwoudt