Vlaggeschip Kronan in Scheepvaartmuseum geëxposeerd; Gave vondsten uit Zweeds wrak

Koningin Beatrix opent vandaag samen met de Zweedse koning een expositie in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum over het wrak van het Zweedse oorlogsschip Kronan, dat in 1676 bij een gevecht met Nederlanders en Denen explodeerde en zonk.

Tentoonstelling: Schatten van het koningsschip Kronan, De Gouden Eeuw in Zweden en Nederland, Nederlands Scheepvaartmuseum, Kattenburgerplein 1 Amsterdam. T/m 13 maart, di t/m za 10-17u, zo 12-17u.

AMSTERDAM, 18 NOV. Koning Carl XVI Gustaf van Zweden zal de Nederlandse vorstin er niet persoonlijk op aanspreken, maar de tentoonstelling die hij vandaag in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum opent, herinnert aan een grimmige episode in de Nederlands - Zweedse betrekkingen.

Ruim drie eeuwen geleden werd voor de Zweedse kust bij Öland een slag uitgevochten die de heerschappij in de Oostzee tot inzet had. Het Zweedse oorlogsschip Kronan was daar op 1 juni 1676 in het nauw gebracht door een gecombineerde Deens - Nederlandse vloot onder leiding van admiraal Cornelis Tromp. De Kronan maakte een onhandige manoeuvre, helde te ver over en explodeerde; wellicht door toedoen van een losgeraakte lantaarn die in de buurt van de kruitkamer terecht was gekomen. De klap heeft nog lang nageklonken in de Zweedse geschiedenis.

De Kronan, in opdracht van de Zweedse koning door Engelsen gebouwd, gold met zijn 842 opvarenden en 126 kanonnen als een van de grootste oorlogsschepen van zijn tijd. Het vergaan van dit vlaggeschip kostte achthonderd bemanningsleden het leven en luidde het verlies van de slag bij Öland in. Daarmee kwam een einde aan de aspiraties van Zweden als maritieme grootmacht.

Duikers slaagden er in 1980 in het wrak van de Kronan te lokaliseren. Sindsdien werden duizenden voorwerpen opgedoken en in het Kalmar läns museum geconserveerd. Een keuze uit die vondsten, aangevuld met voorwerpen uit de eigen collectie, heeft geresulteerd in de tentoonstelling die de Zweedse koning vandaag in aanwezigheid van koningin Beatrix in het Scheepvaartmuseum opent. Bij binnenkomst valt onmiddellijk de goede staat op waarin de voorwerpen zich bevinden. De talrijke houten gebruiksvoorwerpen valt het verblijf van ruim drie eeuwen op de zeebodem beslist niet af te zien. “Dat heeft te maken met de condities in de Oostzee,” verklaart conservator Joost Schokkenbroek.

“Paalworm ontbreekt daar, zodat het hout nauwelijks is aangevreten. Bovendien is het zoutgehalte er vrij laag.” Gevolg is dat op de tentoonstelling een keur aan opmerkelijk gave houten ornamenten, gereedschappen, lepels, emmers en katrollen ligt uitgestald. Pronkstuk is een 1,5 meter hoge Romeinse krijger die de achtersteven van het schip decoreerde. Ook zijn er damstenen, muziekinstrumenten en een houten lantaarn van het type dat vermoedelijk de ondergang van de Kronan inluidde.

“Maar de explosie kan ook veroorzaakt zijn door een verdwaalde lontstok,” zegt Schokkenbroek. De werking daarvan demonstreert hij door met brede armzwaaien een imaginair kanon te laden, zijn betoog onderbrekend om de benodigde voorwerpen een voor een aan te wijzen. “Op het moment dat het schip zonk waren de kanonnen gevuld met kogels, schroot en kruit. Zulke informatie zul je niet makkelijk uit geschreven bronnen halen.”

Zeer informatief is ook de inhoud van enkele kisten die van de zeebodem werden opgedoken. Ze bevatten medicijnen (flessen, zalfdoosje), navigatie-instrumenten (kompas, passers, jacobsstaf) of persoonlijke bezittingen (luizenkammen, sieraden, een scheerkwast met foudraal). “Kleine tijdcapsules” noemt Schokkenbroek ze. “Aan de hand van de inhoud van zo'n kist krijg je een heel goed beeld van de stand van zaken in die tijd.”

Bijzonder is de officierskist waarin naast een kruithoorn en een wijnfles de resten van knoflook, gember en peperkorrels werden aangetroffen. “Daarmee kon zo'n officier zijn eten op smaak brengen. Dat was een privilege; gewone bemanningsleden hadden zoiets niet.” Dat gold ook voor het bezit van een tapkraan waarmee de officier biervaten kon 'aanslaan' en een stervormige sluiting om het gat weer mee te dichten.

Informatie over de Oostzeehandel, schilderijen uit eigen collectie en een (uitstekende) beknopte brochure stellen de bezoeker in staat de historische context van de vondsten te doorgronden. Hoewel de meeste voorwerpen niet veel toelichting vereisen, heeft het Scheepvaartmuseum daar toch goed aan gedaan. De oorzaak van de ondergang van de Kronan is nu zowel aanschouwelijk gemaakt in de lontstokken en de scheepslamp in de vitrine, als in een toelichting op de politieke verhoudingen van die tijd. De slag bij Öland was een uitvloeisel van de 'verdeel en heers'-politiek die de Republiek in het Oostzee-gebied toepaste. Zweden en Denemarken betwistten elkaar de heerschappij in deze regio. “En om het evenwicht te bewaren koos Nederland steeds de kant van de zwakste partij in het conflict,” aldus Schokkenbroek. De sleutels van de Sont liggen in Amsterdam, werd destijds wel beweerd. Het belang van de Oostzee-route was dan ook groot. De goederen uit de Scandinavische en Baltische gebieden (hout, salpeter, koper en teer) waren weliswaar minder kostbaar dan de waren die uit Indië werden verscheept, daar stond tegenover dat de Oostzee-vaart heel wat omvangrijker was. Volgens Schokkenbroek stonden tegenover een handjevol Oostindiëvaarders elk jaar weer honderden schepen die op de Oostzee voeren. De bescherming van die Nederlandse handelsbelangen is de Kronan in 1676 noodlottig geworden. Schokkenbroek: “Het is grappig dat nu in goede harmonie wordt herdacht hoe Nederlanders en Zweden elkaar ruim drie eeuwen geleden de hersens insloegen.”