Verzekeraar op rand bankroet: fraude vermoed

ROTTERDAM, 18 NOV. Bij de verzekeringsmaatschappij Vie d'Or in Veldhoven zijn grootscheepse malversaties ontdekt, die het voortbestaan van het bedrijf in gevaar hebben gebracht.

De voormalige directie heeft onder meer vele miljoenen guldens via participaties in assurantiekantoren doorgesluisd naar Curaçao. Dit heeft de onlangs aangetreden directeur van Vie d'Or, B. Lieuwma, vanmorgen gezegd. Lieuwma is samen met aandeelhouders van Vie d'Or en de toezichthoudende Verzekeringskamer een onderzoek gestart naar de malversaties.

Het bestuur van de Verzekeringskamer vergaderde vanmiddag over de kwestie. Voor eventueel gedupeerde polishouders bestaat volgens de Verzekeringskamer geen wettelijke garantieregeling. Wel hebben hun claims voorrang bij een eventueel faillissement. Lieuwma onderzoekt of hij van de aandeelhouders extra kapitaal kan krijgen om Vie d'Or overeind te houden. Ook wordt geprobeerd de portefeuille van het bedrijf onder te brengen bij andere verzekeraars. De aandeelhouders van Vie d'Or, naast oud-directeur Maes ook de participatiemaatschappij Janivo en Banque Suez Nederland, waren vanmorgen niet voor commentaar beschikbaar.

Het Verbond van Verzekeraars zegt in een eerste reactie dat het overnemen van de portefeuille door andere verzekeraars financieel waarschijnlijk onaantrekkelijk is, maar dat het behoud van het vertrouwen in de branche daar misschien tegenop weegt. Wanneer de reddingsoperatie niet lukt, dan dreigt een faliissement. Een groeiend aantal verzekerden bij Vie d'Or, die onraad roken, wil dat hun polis wordt afgekocht, en dat brengt het bankroet dichterbij. “Als de andere verzekeringsmaatschappijen er niet in springen, dan wordt het een ramp,” zegt Lieuwma.

De malversaties komen er volgens Lieuwma onder meer op neer dat de voormalige directeuren F. Maes en G. van Santen via een uitgebreid net van bv's geld van Vie d'Or naar Curaçao hebben doorgesluisd. Lieuwma vermoedt dat dit is gebeurd via gelieerde assurantiekantoren, die in handen zijn van Maes. Deze kregen van de directie miljoenen aan voorschotten en aan royalties voor ontwikkelde verzekeringsprodukten.

Lieuwma, afkomstig van verzekeraar Axa Equity & Law: “Ik ben gewend dat iemand voor het ontwikkelen van een nieuw produkt een goede fles wijn krijgt. Hier kostte het miljoenen aan royalties die werden uitgekeerd aan assurantiekantoren die in handen waren van Maes. Ook stond er op de brochure bij de tussenpersonen een veel hogere afkoopsom voor levensverzekeringen vermeld dan in de boeken van Vie d'Or zelf.” Resultaat van de malversaties is dat Vie d'Or geen 11,7 miljoen gulden verlies leed over 1992, zoals de oude directie opgaf, maar in werkelijkheid veel meer. Om de onvoldoende premiereserves van Vie d'Or die ontstonden te maskeren zou de voormalige directie informatie voor de Verzekeringskamer hebben achtergehouden.

De toenmalige directie van Vie d'Or werd vorig jaar al berispt door de verzekeringskamer, toen een boekhoudkundige wijziging ongedaan moest worden gemaakt. Dat leidde tot een hogere toevoeging aan de reserves dan was gehoopt, waardoor verlies werd geleden.

Pag.27: Lieuwma: bestuur Vie d'Or aansprakelijk

Lieuwma heeft de advocaat van Vie d'Or ingeschakeld om te onderzoeken of de directie en een aantal commissarissen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het verdwenen geld, en ook de accountant Deloitte & Touche en het actuarieel bureau Tillinghast. Twee van de commissarissen, B. van Dommelen en P. Soepnel, zijn volgens hem ook zakenrelaties van Maes. De Verzekeringskamer zei vanmorgen in een reactie dat er geen wettelijke garantieregeling bestaat voor de polishouders wanneer Vie d'Or failliet gaat. Een garantiefonds, zoals De Nederlandsche Bank heeft voor de gedupeerden bij faillerende banken, is er niet. Wel zijn de polishouders van Vie D'Or preferent schuldeiser, en komen met hun eventuele claims nog vóór de fiscus. Bij vragen over Vie d'Or beriep de verzekeringskamer zich op de wettelijke zwijgplicht.

Lieuwma trad per 1 november in dienst als statutair directeur van Vie d'Or, maar was in feite al in september begonnen met voorlopige werkzaamheden. “Toen bekroop mij al het gevoel dat er iets niet in de haak was.” Lieuwma sprak herhaaldelijk mensen die hem wezen op het bestand van dubieuze vorderingen en andere misstanden. Hij haalde er een bevriende financiële specialist bij om de zaken uit te zoeken. “Maar ik kon pas op 1 november in actie komen.” Toen bleek dat er sterke vermoedens waren dat er miljoenen bij Vie d'Or zoek waren.” Lieuwma stapte meteen naar de aandeelhouders van Vie d'Or en naar de Verzekeringskamer om iedereen op de hoogte te stellen. Vervolgens bracht hij de zaak in de openbaarheid. “Ik heb de plicht om de buitenwereld hierover te informeren. Ik voel me misleid en bedonderd.”