Tribunaal oorlogsmisdaden geïnstalleerd

In het Haagse Vredespaleis is gisteren het internationale tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië geïnstalleerd. Over de vraag of het op afzienbare termijn daadwerkelijk tot processen komt bestaat veel scepsis.

DEN HAAG, 18 NOV. Een historisch moment is het zeker. Als de elf rechters in hun zwarte toga's de 'Japanse zaal' van het Haagse Vredespaleis binnenschrijden en even later de eed afleggen, kent de wereld voor het eerst sinds de processen van Neurenberg en Tokio een internationaal tribunaal dat zich zal bezighouden met de berechting van oorlogsmisdaden. Het tribunaal, dat op ad hoc basis door de Verenigde Naties is opgericht, zal zich uitsluitend met de oorlog in het voormalige Joegoslavië bezighouden, maar velen in het Vredespaleis - onder wie minister Kooijmans van buitenlandse zaken - spreken de hoop uit dat het Haagse tribunaal de aanzet zal vormen tot de oprichting van een permanente VN-rechtbank voor oorlogsmisdaden.

“De internationale gemeenschap heeft opnieuw laten blijken massamoord, etnische zuivering en de systematische detentie en verkrachting van vrouwen niet te tolereren”, stelt Carl-August Fleischhauer, onder-secretaris-generaal en hoofd van de juridische afdeling van de VN, in zijn openingstoespraak. Ook de Egyptische rechter Georges Abi-Saab weigert zich neer te leggen bij de alom heersende scepsis ten aanzien van de effectiviteit van het tribunaal. “Dit is het eerste oorlogstribunaal dat niet aan het einde van een oorlog van start gaat, maar op een moment dat de gevechten nog in volle gang zijn”, laat hij weten. “Bovendien is het tribunaal niet opgericht door de overwinnaars maar door de internationale gemeenschap. Dat zijn twee grote doorbraken ineens.”

Toch betwijfelen veel VN-diplomaten of het tribunaal ooit het gestelde doel - berechting van individuen die persoonlijk oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië op hun geweten hebben, danwel daarvoor verantwoordelijk zijn - kan waarmaken. Omdat verdachten het recht dienen te hebben zich tegen de beschuldigingen te verdedigen, zal het tribunaal immers geen veroordelingen bij verstek uitspreken. En het lijkt ondenkbaar, zo geeft ook VN-topman Fleischhauer toe, dat van oorlogsmisdaden verdachte Serviërs, Kroaten of moslims bereid zullen zijn om in Den Haag te verschijnen. Op zijn gunstigst kan een verdachte in dat geval tot een internationale paria worden.

Daarvoor is de medewerking van alle VN-staten een vereiste en daar schort het vooralsnog aan. Zo zullen de elf rechters op leeftijd - de Chinees Li Haopei is met zijn 87 jaar de oudste - het de eerstkomende tijd zonder permanente kantoorruimte, zonder voldoende personeel en zonder de benodigde financiële ondersteuning moeten zien te rooien. Twee weken lang zullen ze in Den Haag vergaderen over de op het tribunaal te volgen procedures. Daarna gaan ze op reces, in ieder geval tot het eind van het jaar. Dan moet de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de begroting van het tribunaal goedkeuren, die is vastgesteld op ruim 31 miljoen dollar per jaar.

Sommige Derde-wereldlanden zouden aarzelen met de begroting in te stemmen, omdat ze vinden dat er elders nog genoeg andere conflicten zijn waarbij oorlogsmisdaden worden gepleegd en ze niet inzien waarom juist zij financieel aan de berechting van Europese oorlogsmisdadigers zouden moeten meebetalen. De financiële huishouding van de VN bevindt zich bovendien in een uiterst deplorabele staat.

Van de voorgestelde begroting voor het tribunaal is slechts vijf miljoen bestemd voor de werkzaamheden van de openbare aanklager Ramon Escovar Salom. De Venezolaan acht het prematuur zich daarover te beklagen. “Het overleg over de financiering is nog in volle gang.” Hoeveel personeel hij straks ter beschikking zal hebben, is hem onbekend. Hoeveel mensen hij naar Bosnië kan zenden voor het vergaren van bewijsmateriaal, is ook nog een open vraag. “Goed, we zullen een klein team vormen, dat staat wel vast”, stelt hij. “Maar wel met gemotiveerde, wilskrachtige mensen.”

De Amerikaan Cherif Bassiouni, voorzitter van de speciale VN-commissie die ten bate van het tribunaal sinds oktober 1992 gegevens verzamelt over oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië, toont zich aanzienlijk cynischer. “Vijf miljoen dollar per jaar is voor het werk van de aanklager volstrekt onvoldoende”, laat hij vanuit zijn werkkamer in Chicago weten. “Onlangs is in New York een gerechtelijk onderzoek afgerond naar een bende onder leiding van John Gotti. Die zaak kostte 75 miljoen dollar. Vergelijk dat eens met de aard van het Joegoslavië-conflict. Dan praten we over duizenden gevallen van moord, duizenden gevallen van marteling en duizenden gevallen van verkrachting. Als er niet meer geld ter beschikking komt, wordt het niets.”

In het computersysteem van Bassiouni, opvolger van de Nederlander prof. Kalshoven, bevinden zich inmiddels veertigduizend dossiers over vermeende oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. Iedere maand komen daar 3.500 à 4.000 nieuwe zaken bij. Op basis van de gegevens van de commissie zouden er zich in ex-Joegoslavië 402 voormalige of nog altijd fungerende concentratiekampen bevinden en 98 massagraven. “In werkelijkheid zijn dat er natuurlijk veel meer”, aldus Bassiouni. “In een oorlog waarbij tot nu toe mogelijkerwijze al 200.000 doden zijn gevallen, bevinden zich overal graven. Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat alle daar begraven slachtoffers zijn gedood in strijd met het internationale oorlogsrecht. Daarvoor is nader onderzoek nodig.”

De commissie kreeg tot nu toe slechts financiële steun van acht van de 182 VN-lidstaten, variërend van 500.000 dollar van de Verenigde Staten tot driehonderd dollar van Micronesië. Nederland zegde een volgens Bassiouni overigens nog niet door de commissie ontvangen bedrag van 259.000 dollar toe voor onderzoek naar verkrachtingen in het oorlogsgebied. Maar landen als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk steunden de commissie tot dusver niet.

“Voor Frankrijk heeft het tribunaal de hoogste prioriteit en komt de commissie pas op de tweede plaats”, stelt G. Chilovsky van de Franse VN-missie in New York. Sommige VN-diplomaten hebben gesuggereerd dat Frankrijk in feite hoopt dat het tribunaal mislukt, uit angst dat vervolgingen van bijvoorbeeld de Servische president, Milosevic, of de Bosnisch-Servische leider Karadzic vredesregelingen in de weg zouden staan. Die beschuldiging wijst Chilovsky verontwaardigd van de hand, waarbij hij in herinnering brengt dat juist Frankrijk het voorstel deed tot oprichting van het oorlogstribunaal.

Ook de woordvoerder van de Britse VN-missie in New York onderstreept dat het Groot-Brittannië ernst is met de vervolging van oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. “Wij hebben misschien lang gewacht maar juist de afgelopen weken een grote hoeveelheid getuigenverklaringen van oorlogsslachtoffers en zelfs complete video-films naar de commissie gezonden.”

Minister Kooijmans van buitenlandse zaken toont zich minder enthousiast over het uitblijven van een Britse en een Franse financiële bijdrage voor het werk van de commissie, die belangrijk voorwerk verricht voor het tribunaal. “Ik betreur die houding. Dat deze landen de commissie niet financieel gesteund hebben draagt niet bij tot de geloofwaardigheid van onze inspanningen”, zegt hij. Volgens hem moet het tribunaal “niet alleen een symboolfunctie” hebben maar moet de internationale gemeenschap met dit ad hoc tribunaal duidelijk maken dat het haar ernst is met het aan de kaak stellen van schendingen van het internationale oorlogsrecht.

Rechter Abi-Saab geeft toe dat als het tribunaal ooit tot veroordelingen komt, hoogstwaarschijnlijk slechts een miniem deel van alle in het voormalige Joegoslavië gepleegde oorlogsmisdaden aan bod zal komen. “Maar een oude islamitische wet zegt: wat niet volledig gedaan kan worden, dient evenmin volledig nagelaten te worden. Daar zal ik mij aan houden.”

    • Alfred van Cleef