Toneelschrijver Schwab: taal is afgericht als Duitse herder

Keukenmessen en emmers dampend bloed zijn in het oog springende rekwisieten in De presidentes, een stuk van Werner Schwab dat vanavond bij theatergroep De Trust in première gaat. “Elk materiaal is gelijkwaardig,” zegt de auteur van de Faecaliëndrama's.

'De presidentes' t/m 23/12 in het Amsterdamse Trusttheater. 'De Faecaliëndrama's', vert. Tom Kleyn, uitg. International Theatre & Film Books, ƒ 15.

De Oostenrijkse toneelschrijver Werner Schwab applaudisseert uitbundig wanneer de vlekkeloos uitgevoerde try-out is afgelopen. Afgelopen? Aan het slot van De presidentes begint het zojuist gespeelde stuk van voren af aan, dit keer als een grove klucht. Net als in andere drama's van Schwab eindigt De presidentes met een scène die al het voorafgaande in een fantasie verandert. Zonder een dergelijke absurd-vrolijke wending zouden zijn stukken onverteerbaar zijn. Want Schwab gaat in zijn weerzin tegen de boosaardigheid van 'de gewone mensen' nog verder dan verwante schrijvers als Franz Xaver Kroetz en Thomas Bernhard. Uitgebeende of anderszins toegetakelde kadavers behoren tot de vaste ingrediënten van Schwabs theatrale nachtmerries. Geweld en drankmisbruik, seksuele uitspattingen en religieuze rituelen - bij de Schwab-mensen zijn dat zowel de uitwassen van een verwrongen geest als wanhopige pogingen tot het overschrijden van de eigen grenzen.

De presidentes is het tweede van een viertal Faecaliëndrama's, die De Trust onder regie van Theu Boermans integraal op het repertoire heeft genomen. Boermans' keuze voor Werner Schwab lijkt een schot in de roos. Met OVERGEWICHT, onbelangrijk: vormeloos, deel één van het Schwab-project, sleepte De Trust vorig seizoen een vracht aan toneelprijzen in de wacht. In Duitsland is Werner Schwab een ster. De theaters vechten er om zijn stukken - en toch is de 35-jarige schrijver uit Graz een randfiguur gebleven. Hij is zwaar aan de drank en wie hem wil ontmoeten, mag hopen dat hij hem in aanspreekbare toestand aantreft.

Op een mooie middag in een Amsterdams hotel, twee dagen voor de Nederlandse première van De presidentes, maakt Schwab een wakkere indruk. Hij komt graag in Nederland. Hier gaat men tenminste op een normale manier met verslaafden om, vindt hij. Hij komt ook graag in het Trusttheater. “De Nederlandse enscenering van OVERGEWICHT, onbelangrijk: VORMELOOS is de beste die ik tot nu toe heb gezien, beter dan in Hamburg of Wenen. In Oostenrijk draait alles om de acteurs. De Duitsers willen toneel met een heldere politieke boodschap; dat noem ik het Brechtsyndroom. In Nederland heeft men nog respect voor de schrijver en is men niet zo moralistisch.”

Zijn eigen werk heeft ontegenzeggelijk een politieke lading, maar van nadrukkelijk geëngageerde kunst moet hij niets hebben. “Wanneer men meent een stuk te moeten schrijven over vreemdelingenhaat, over Mölln en Hoyerswerda, kan het nooit een goed stuk worden. Het theater is geen plek voor actuele politieke kwesties, maar voor de laatste vragen.”

De figuren in Schwabs stukken zoeken in onnavolgbaar potsierlijke bewoordingen naar de essentie van het bestaan. Met hun ingewikkelde abstracties gaan ze steeds de mist in. “Wanneer er geen bewustzijn buiten de taal om bestaat”, zegt Schwab, “dan is dat verschrikkelijk. Omdat de levende taal kapotgemaakt is, door de politiek, de ambtenarij en de reclame. Het alledaagse taalgebruik is afgericht als een Duitse herdershond. Mijn taak is het om uit te zoeken hoe en wanneer de taal kapot is gegaan.”

“Het leven wordt steeds schaamtelozer. Er is geen filosofische basis meer. Er is goar nix mehr, we moeten bij nul beginnen,” zegt hij somber en neemt nog een slok.

Als dat zó zit, dan kun je je net zo goed concentreren op de menselijke stoelgang, Schwabs uitgangspunt bij het schrijven van de Faecaliëndrama's. “Elk materiaal is gelijkwaardig”, zegt hij. Als beeldend kunstenaar maakte hij sculpturen van koeiekoppen en dode vissen. “Wanneer je een portret van iemand boetseert, hoef je niet per se klei te nemen. Met gehakt gaat het net zo goed. Als het taalmateriaal stront is, betekent dat eerst niets voor me. De sociale connotaties komen later pas. Ik vind mijn taalmateriaal in de kroeg, op straat, in het bordeel. Het dient zich aan, ik hoef er niet naar te zoeken.”

Hij komt uit een eenvoudig milieu; zijn moeder moest als conciërge de kost verdienen. Maar Schwab zegt dat hij zelden over zijn familie schrijft. “Mijn familie interesseert me niet. Mijn moeder heb ik vijf jaar geleden voor het laatst gezien en mijn vader is allang dood.” In De presidentes klaagt een van de vrouwen steen en been over haar aan de drank verslaafde zoon. De parallellen met de biografie van de auteur liggen voor de hand. “Maar k ben geen mensenhater”, protesteert Schwab. “Wel ben ik graag alleen - hoewel ik niet alleen kan wonen. Ik woon nu eigenlijk nergens meer. Ik bewaar mijn spullen in een depot in Wenen en leef min of meer in hotels.” Een vrouwelijke manager zorgt ervoor dat hij zijn afspraken nakomt. Met zijn vriendin heeft hij het onlangs uitgemaakt.

“Die drang tot zelfvernietiging van me”, zegt hij na een ongeremde consumptie van brandewijn, wodka, pils en sigaretten, “is een typisch Oostenrijks verschijnsel. In Oostenrijk mogen ze me niet. Bij ons heb je alleen genieën en idioten. Als je maar een beetje afwijkt ben je al een Aubenseiter. Wenen heeft de meeste drugsdoden van Europa. Toch zijn alle pogingen tot een liberaler drugsbeleid stukgelopen op de katholieke moraal. Het ergste van het katholicisme is dat het 't individu geen zelfstandigheid gunt. Wie zelf een eind aan zijn leven maakt is een misdadiger. Terwijl het Oostenrijkse katholicisme enorm necrofiel is.”

Natuurlijk begrijpt Schwab de domme, onverdraagzame en bestiale kanten van zijn personages, anders zou hij er niet over kunnen schrijven. “Om die kanten bij mezelf te bestrijden moet ik mijn verstand gebruiken. Dat de figuren in mijn stukken hun verstand minder goed gebruiken, is hun probleem. Soms heb ik medelijden met ze, maar je kunt ook om ze lachen. Wanneer het publiek lacht en tegelijkertijd huivert, is het een goede enscenering.”

    • Anneriek de Jong