Stoibers provincialisme heeft Europa niets te bieden

Van 'hoogverraad' en 'brandstichting' is hij beschuldigd, de Beierse premier Edmund Stoiber. In een vraaggesprek met de Süddeutsche Zeitung had Stoiber zich afgewend van de Europese lijn die zo verschillende christendemocratische coryfeeën als Konrad Adenauer en Franz Josef Strauss, de laatste Stoibers voorganger en leermeester, voor de Bondsrepubliek hadden uitgezet. Het is hem in de zusterpartij CDU niet in dank afgenomen. Van daar ook kwamen de hardste verwijten.

Stoibers verwerping van een Europese bondsstaat en zijn kritiek op de Europese integratie heeft in de rest van Europa niet veel opzien gebaard. Dat was anders toen Margaret Thatcher ruim vijf jaar geleden in haar befaamd geworden Brugse rede de vloer aanveegde met wat zij betitelde als overvloedige Europese bureaucratie en verkwisting. Maar het gebrek aan aandacht voor de Beierse politicus is niet terecht. Hij had zich namelijk woordvoerder gemaakt behalve van een nieuw en modieus Duits nationalisme, ook van een Europese onderstroom van regionaal ongenoegen die niet tot Duitsland beperkt blijft en die nog in kracht zal toenemen. Met het falen van de nationale staten even goed als van de Europese Gemeenschap bij de bestrijding van de diepe economische crisis die Europa nu teistert, kan het regionalisme een bijzondere attractie blijken. Stoiber preludeerde daarop.

Natuurlijk, ook Stoiber komt als criticus van de Europese eenwording-volgens-Maastricht met de bekende aanmerkingen. Zo mag de kloof die Europa verdeelt niet door een snelle verdere integratie van het westelijke deel worden verbreed. Organisatie in een losse statenbond komt beter tegemoet aan de noden van Europa zoals het sinds de val van de Muur bestaat. Slechts die zaken mogen gemeenschappelijk worden aangepakt die daarvoor in aanmerking komen: bijvoorbeeld bestrijding van de criminaliteit, buitenlandse politiek, asielbeleid en het terrein van de economie. Al die gedetailleerde Brusselse regelingen zijn uit den boze.

Dan komt de nationale toonzetting: de historische belasting speelde een rol bij Duitslands keuze voor Europa destijds. “Wij hoopten”, zegt Stoiber in het vraaggesprek, “dat de natie, de toen gedeelde Duitse natie, zou opgaan in een Europese natie en dat wij ons zo zouden bevrijden van de historische verantwoordelijkheid. Met de Duitse hereniging hebben we nu een andere situatie - en we moeten ons ervan bewust worden wat de Duitse identiteit eigenlijk inhoudt.”

Vervolgens de nadruk op de regionale verscheidenheid: “Er is een krachtige renaissance van het federalisme in Duitsland, een bewustzijn van het bestaansrecht van de eigen staat Beieren en van de Duitse Länder. In een Europese bondsstaat zou Duitsland als bondsland dat worden wat Beieren tot dusver in Duitsland was. Beieren zou dan zijn 'Staatlichkeit' volstrekt verliezen. (...) Wij willen zo veel mogelijk zelf regelen omdat wij de belangen van de bevolking beter kennen en bovendien de toepassing van regelingen van zeer nabij volgen. (...) Ik wil dit land Beieren, met bijna twaalf miljoen inwoners, met een historische traditie van vele eeuwen, als staat behouden. We zijn in 1871 al niet van ganser harte, maar min of meer gedwongen in het Duitse rijk terechtgekomen. We hebben ons bestaan als staat verzekerd tijdens heftige discussies bij het ontstaan van de bondsrepubliek Duitsland, we hebben het federalisme over vele hindernissen heen getild. Deze zelfstandigheid willen wij voor Europa niet opheffen. Alleen al daarom mag er geen bondsstaat Europa, maar slechts een statenbond ontstaan.”

Ten slotte wijst Stoiber op het dilemma voor zijn CSU, de Christelijk Sociale Unie van Beieren. “Het (de Europese integratie - JHS) moet voortaan langzamer gaan. We hebben onze bijzondere kracht er altijd in gezien, dat we ons bewust om Beierse problemen hebben bekommerd en druk hebben uitgeoefend in Bonn, en ook ons veto hebben ingezet, om oplossingen af te dwingen. Wij vertegenwoordigen de Beierse belangen optimaal. Daarom hebben wij de kiezers altijd gezegd: maak ons sterk opdat wij er in Bonn zo veel mogelijk voor Beieren kunnen uithalen. Deze mogelijkheid om Beierse belangen te verdedigen, zou door een Europese 'Überstaat' grotendeels worden beknot.”

Het regionalisme heeft in Duitsland diepe wortels. Stoiber wijst daar terecht op. Maar het is zeker niet onbekend in andere EG-landen - als Italië, Spanje en België. Terwijl 'eenheidsstaten' als Frankrijk en Groot-Brittannië evenzeer regionale aanvechtingen binnen de eigen grenzen kennen.

Stoiber beschouwt de vergrote Duitse bondsstaat als een nieuw en vooral soeverein Europees verschijnsel, maar ook en ongegeneerd als een melkkoe waarvan Beieren zoveel mogelijk behoort te profiteren. Een nabij Duitsland zal Beieren meer (moeten) gunnen dan een afstandelijk Europa, zo zegt hij met zoveel woorden. Maar staten die politiek, moreel en financieel aan de grond zitten, missen die aantrekkingskracht op hun regio's. Die regio's zijn dan ook eerder geneigd zich rechtstreeks op 'Brussel' te oriënteren. In Schotland wordt wel eens de vraag gesteld waarom de Schotse regio niet zaken zou doen met 'Brussel' buiten 'Londen' om. Nationalisme en regionalisme liggen niet altijd en overal in elkaars verlengde, zoals in Beieren kennelijk het geval is. Maar beide vormen een bedreiging van de integratie.

Een paradox is bezig te ontstaan: de problemen zijn van mondiale omvang maar hoe kleinschaliger de aanpak, des te beter, lijkt het. De kleinst voorstelbare bestuurseenheid, 'dicht bij de burger om wie het gaat', mag op een groeiende belangstelling rekenen. Het begrip subsidiariteit wordt populair in een tijd waarin de vraagstukken de bestaande bestuurslagen boven het hoofd groeien. Zo blijft zelfs de Europese Gemeenschap het antwoord schuldig op de lopende crisis. Maar dat komt niet omdat de Gemeenschap te veel macht heeft, het is juist een gevolg van haar interne verdeeldheid en van haar zwakte ten opzichte van andere op de wereldmarkt opererende partijen. De geslaagde aanslag op haar moeizaam tot stand gebrachte monetaire samenhang heeft dat nog eens ten overvloede aangetoond. Met de verbreding deze zomer van de marge waarbinnen de Europese munten fluctueren, is bereikte eenheid en verworven kracht verloren gegaan. Laat daarover geen misverstand bestaan.

Europa heeft niets te verwachten van Stoibers provincialisme. Maar desondanks kan het nog behoorlijk populair worden.

    • J.H. Sampiemon