Selectie aan de poort

Ingangsselectie bij de universiteit wordt in Nederland meestal afgewezen. Men houdt het liever op selectie in het eerste jaar. In veel Europese landen kent men echter andere regelingen.

Op een onderwijsconferentie van de Raad van Europa in Finland hebben onlangs vertegenwoordigers van 11 landen een inventarisatie gehouden over hun diverse regelingen. Die landen waren: Nederland, Duitsland, Engeland, IJsland, Zweden, Finland, Tsjechië, Slowakije, Roemenie, Bulgarije en Litouwen. Hoewel geen twee landen dezelfde regeling kennen, zijn toch enkele grote lijnen aan te wijzen.

In de meeste landen bestaan de eindexamens uit een combinatie van nationale (externe) opgaven en van eigen (interne) schoolopgaven. Daartoe hoort ook Nederland met zijn centraal schriftelijke examens (opgesteld door het CITO) en van het 'schoolonderzoek', waarvoor de opgaven door de eigen leraren opgesteld worden. Alleen in Engeland en in enkele Duitse deelstaten zijn de examenopgaven uitsluitend extern.

Daarentegen worden in IJsland, Tsjechië, Slowakije en in de meeste Duitse deelstaten de eindexamens geheel door de school, door de leraren dus, opgesteld.

Het aantal examenvakken loopt ook sterk uiteen, van slechts 2 in Bulgarije, 4 in Tsjechië, Slowakije en Roemenië, ongeveer 5 in Engeland, 6 in Litouwen en Finland, tot 7 in Duitsland en Nederland en meer dan 7 in IJsland en Zweden.

Geslaagd of gezakt

Interessant is verder de beoordeling van het examenwerk. In Nederland kennen we maar twee mogelijke oordelen: de examenkandidaat is geslaagd of hij is gezakt (eventueel na een herexamen). Alleen in Duitsland en in Roemenie kent men ook zo'n ja/nee-beslissing. In alle andere landen worden meer gradaties toegekend, bijvoorbeeld zeer goed, goed, redelijk.

In ons land geeft een VWO-diploma recht op toelating tot elke universiteit in Nederland. En in principe ook tot elke studierichting: het VWO-diploma is 'omnivalent'; eventuele deficiënties in vakken kunnen op de universiteit ingehaald worden.

Van de onderzochte landen bestaat verder alleen in Duitsland en in IJsland deze regeling. Voor een aantal studies, met als bekendste geneeskunde, bestaat echter vaak een numerus fixus, waarvoor in ons land de veelbekritiseerde 'gewogen loting' als selectie-mechanisme gehanteerd wordt.

In de andere landen mogen de universiteiten zelf eisen stellen aan hun eerstejaars. In Zweden en Roemenië zijn deze eisen landelijk vastgesteld, in de overige landen is elke universiteit zelfstandig in deze.

Deze eisen betreffen meestal de scores van het eindexamen van de middelbare school. Behalve in Duitsland, IJsland en ons land eist een universiteit een bepaalde minimum gemiddelde score, een minimumscore in bepaalde vakken en bepaalde examenvakken. Een enkele keer wordt ook een speciale cursus of activiteit op de middelbare school vereist.

Sommige universiteiten in Tsjechië, Slowakije, Bulgarije en Roemenië vertrouwen liever op door henzelf opgestelde toelatingsexamens. Onderwijskundig onderzoek heeft uitgewezen dat eigen universitaire schriftelijke toelatingsexamens zinloos zijn, aldus dr. Michael Vorbeck, hoofd van de onderwijsafdeling van de Raad van Europa, ze voegen niets toe aan wat al bekend is van de middelbare school. Enkele universiteiten houden verder ook nog soms een mondeling toelatingsgesprek met de aspirant-student.

Alleen in Duitsland, IJsland en Nederland kent men een systeem van instroom in de universiteiten, zonder dat deze zelf eisen kunnen stellen. We weten wat het resultaat is: die eisen worden dan in het eerste jaar gesteld, met als gevolg een grote schifting, of zo men wil: slachting. De universiteit is dat niet kwalijk te nemen, want waarom zouden zij zich verantwoordelijk voelen voor alle eerstejaars die met het vwo-diploma in de hand bij hen binnenkomen?

In de meeste landen heeft de universiteit wel zeggenschap over de vermoedelijke geschiktheid van de aspirant-studenten. Deze methode heeft een groot psychologisch voordeel: je gaat nu eenmaal zorgvuldiger om met kandidaten die je op grond van eigen criteria toelaatbaar achtte. Voor die eigen criteria hoeven geen nieuwe toelatingsexamens opgesteld te worden: de bestaande (nationale) examens verschaffen voldoende informatie.

Aanpassen

Stel dat ons land zich zou aanpassen aan wat in de meeste van deze Europese landen gangbaar is, welke veranderingen zouden daarvan dan het gevolg zijn? Denkbaar is het volgende.

Alle universitaire studies stellen hun eigen eisen aangaande vakken en scores behaald op het VWO-examen. Zij kunnen dat landelijk doen: voor bijvoorbeeld een studie psychologie worden die en die eisen gesteld en die eisen gelden zowel voor Nijmegen als voor Groningen. Zij kunnen dat natuurlijk ook per universiteit doen, zoals dat in veel landen in Europa al gebeurt. Dit zou goed passen bij het tegenwoordige streven naar zelfstandigheid en profilering van universiteiten, getuige de paginagrote advertenties in de dagbladen.

Het eenvoudige oordeel 'geslaagd' voor het VWO-examen verdwijnt, evenals de omnivalentie van het VWO-diploma.

Met het oog op de eerlijkheid in het hele land worden de scores van het centrale examen en van het schoolonderzoek niet meer gemiddeld; de vaststelling van de laatste is namelijk niet uniform.