'Regels van het ministerie zijn absurd ingewikkeld'

De universiteiten krijgen hun geld nu volgens een veel simpeler model dan vroeger - maar het beleid wordt steeds ingewikkelder. De universiteiten voorzien een chaos. 'Dit systeem loopt volledig stuk.'

Hoofdschuddend wijst VSNU-directeur dr. F. van Eijkern met een viltstift naar de kolommen op zijn flap-over. Vier lange stroken moeten het overheidsbeleid met de universiteiten in kaart brengen: 'bekostiging', 'studiefinanciering', 'collegegeld' en 'inschrijvingsduur'.

Per ingeschreven student heeft een universiteit recht op vier jaar bekostiging, met een extra jaar geld voor iedere student die een doctoraaldiploma behaalt. De studenten hebben op hun beurt recht op vijf jaar studiefinanciering - behalve als ze ouder zijn dan 27 jaar. Boven die leeftijd moeten ze óók een hoger collegegeld betalen. En oh ja, ze mogen zich, los van de studiefinanciering, op zich zes jaar aan een universiteit inschrijven. Tenminste, nu nog. Binnenkort gaat er een jaar vanaf.

'Veel te ingewikkeld'', concludeert Van Eijkern, directeur van het bureau van de VSNU, de vereniging van universiteiten. 'Alles is aan elkaar gekoppeld. Zodra je in één kolom iets verandert, schuiven alle andere mee. Dat is gewoon onuitvoerbaar. Dit systeem loopt volledig stuk. Binnen een paar jaar zal alles vastdraaien: inschrijving, studiefinanciering, universitaire administraties - de hele boel.''

Onuitvoerbaar? De bekostiging van de universiteiten is dit jaar nu juist vereenvoudigd. Het ingewikkelde Plaats-Geld-Model, dat onder zijn eigen gewicht bezweek, heeft plaatsgemaakt voor een veel globaler verdeelmodel. De invoering van dit systeem wordt beschouwd als een grote vooruitgang ten opzichte van het recente verleden.

Dolle machine

Maar het ministerie doet méér dan geld verdelen. Door de koppeling van de bekostiging aan tal van beleidsmaatregelen dreigt 'de machine'', zoals Van Eijkern zegt, 'dol te draaien''. Door de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs (WHW ), de tempobeurs en de plannen die staatssecretaris Cohen heeft ontvouwd in het HOOP ('stapelen' van studies onmogelijk maken, een leeftijdgrens trekken bij 27 jaar - red.) wordt de vereenvoudiging van de bekostiging 'alweer om zeep geholpen''.

Een paar voorbeelden. 'Een student die ouder is dan 27 verliest niet alleen zijn studiefinanciering, ook zijn collegegeld, zijn inschrijvingsduur èn de bekostiging van de universiteiten voor zo'n student worden veranderd. Alle vlaggen moeten om. Het 'stapelen' van studies in HBO en wetenschappelijk onderwijs wordt niet alleen tegengegaan door maatregelen in de studiefinanciering, maar ook door opnieuw inschrijvingsduur en collegegeld te veranderen. In feite zegt de overheid straks: je mag vijf jaar studeren, tenzij, tenzij, tenzij, tenzij, tenzij.''

Zo wordt alleen al de administratie onbegonnen werk. 'Neem nu eens iemand die pedagogiek gaat studeren. Die wordt geoormerkt als iemand die als doel heeft: een doctoraal pedagogiek halen en zo een beroemd pedagoog worden. Nou, hij begint te studeren. Wordt ingeschreven. De computers van studiefinanciering vragen hem af en toe: bent u daar nog? Schiet het al op? Maar als hij dan na een maand overstapt naar psychologie, staan alle machines stil. Dan geldt hij opeens als omzwaaier, hij heeft een negatieve invloed op het rendement van pedagogiek. En bij psychologie geldt hij als iemand die al heeft gestudeerd en telt daar weer ànders mee. Hele werkgroepen houden zich nu met de vraag bezig of zo'n student de twee studiepunten die hij heeft gekregen omdat hij als pedagoog op introductiekamp is geweest, 'mee mag nemen' naar psychologie.''

En dat allemaal terwijl er in feite helemaal geen bekostigingsprobleem is, doceert de VSNU -directeur vanachter zijn bureau. 'De universiteiten zijn alleen maar goedkoper geworden. Wij rekenen absolute bodemprijzen: 5.000 à 7.000 per student. De onderwijskosten van de universiteiten beliepen 1,6 miljard in 1976 en nu nog maar een miljard - terwijl het aantal studenten enorm is gestegen.''

Miljard vastzetten

Wat de universiteiten het liefste zouden zien, volgens Van Eijkern, is dat het miljard dat zij nu van het ministerie krijgen voor hun studenten nu eens voor een aantal jaren wordt vastgezet. Als vertrekpunt voor de verdeling van dat geld over de universiteiten moet de bestaande capaciteit van de faculteiten worden genomen. 'Het is volstrekt zwakzinnig dat een capaciteitsfinanciering door de nieuwe wet in feite onmogelijk wordt gemaakt, in de WHW wordt àlles gestuurd door de vraag naar onderwijs.''

Volgens de nieuwe wet kan een aankomend student vrijelijk kiezen uit 340 studierichtingen, de universiteiten zijn verplicht aangemelde studenten een volledige studie aan te bieden. 'Maar studenten kiezen onvoorspelbaar. Je zou zeggen: als in de krant staat dat je met wijsbegeerte geen baan vindt, zal de toestroom daar wel afnemen. Nou, integendeel. Met psychologie hetzelfde. De fluctuatie in de vraag naar onderwijs is vreselijk, vooral op instituutsniveau. Daar kan het aantal eerstejaars per jaar soms wel met de helft toe- of afnemen. Maar intussen zijn we wel verplicht telkens zes jaar jaar lang een opleiding te leveren. Uitverkocht bestaat niet aan de universiteit. Als in een winkel de rode tandpasta op is, koopt de consument groene. Maar als bij ons iemand komt binnenrennen en roept: 'ik wil rood', dan moeten wij dat leveren, of er nu plaats is of niet. Terwijl een fabriek ook niet van jaar tot jaar zijn productielijnen kan reorganiseren.''

De universiteit moet dus maar leveren wat de student jaarlijks wil - terwijl het op de arbeidsmarkt steeds minder uitmaakt wàt iemand heeft gestudeerd. 'Vroeger was het belangrijk welk vak je had gestudeerd. Nu vragen ze bij een sollicitatie hooguit of je alfa, bèta of gamma bent. In sommige advertenties wordt al helemaal geen onderscheid meer gemaakt. Dan moet het toch mogelijk zijn om in een faculteit te zeggen: ga maar het vak van je tweede keus doen, want je eerste keus zit al vol? Dat màg nu niet.''

Wal keert schip

'De problematiek is identiek aan die van de sociale voorzieningen'', vat Van Eijkern samen. 'Ook daar bestaan allemaal koppelingen tussen verschillende maatregelen, regels en ideeën, die keihard botsen op de werkelijkheid. Alle financieringsmechanismen zijn met keilbouten aan elkaar vast gezet. En dan heb je in de sociale zekerheid nog het voordeel dat de uitvoeringsorganen gedecentraliseerd zijn. Daardoor kunnen ze nog zo'n beetje hun eigen regels hanteren om de zaak uitvoerbaar te houden, zoals Van der Zwan onlangs heeft vastgesteld. Dat kàn in het hoger onderwijs niet. Bij ons zit alles in de computers in Groningen, onder bewaking van het ministerie.''

De wal zal het schip keren, verwacht de VSNU -directeur. 'We zullen eerder gered worden door de algehele kritiek op het systeemdenken van een overgereguleerde overheid, dan door discussies over onderwijs. Eerder door Arie van der Zwan dan door de minister van onderwijs. Voor mensen die de regels maken, is het nu eenmaal lastig dat weer uit handen te geven. Je merkt al wel dat Kamerleden die eerst vergaderingen over de sociale verzekeringen of de volksgezondheid hebben bijgewoond, en dan bij een onderwijsberaad zitten, tot de conclusie komen: ja, maar dit is toch absurd ingewikkeld? Dat zie je bijvoorbeeld bij Tineke Netelenbos.''

De overheid, vindt Van Eijkern, zou schotten moeten plaatsen tussen de verschillende elementen van de universitaire geldstromen - studiefinanciering, inschrijving, collegegeld en bekostiging - en zich moeten beperken tot een aantal 'basisuitspraken' daarover. 'Als je de studiefinanciering en de bekostiging beperkt, waarom zou je je dan nog met de studieduur bemoeien? Dat regelt zich dan vanzelf wel. De minister hoeft zich dan ook niet meer te bemoeien met de complexiteit van de werkelijkheid.''

Tineke Netelenbos, PvdA-woordvoerster voor onderwijs en volksgezondheid, is het desgevraagd met de VSNU eens dat de regels véél simpeler kunnen - en moeten. 'Je kunt ook te veel willen regelen. De autonomie van de universiteiten komt daardoor in de klem. Het is toch gek dat je een maximale inschrijvingsduur vastlegt als je òòk al de studiefinanciering en de bekostiging beperkt en voor de eerste vijf jaar òòk al een lager collegegeld vastlegt? Laten de universiteiten het dan verder maar zelf uitzoeken, zou ik zeggen.''

Geen gezapigheid

Coalitiegenoot Ad Lansink (CDA), evenals Netelenbos woordvoerder voor zowel het hoger onderwijs als volksgezondheid, ziet daarentegen niets in de analyse van Van Eijkern. 'Tja, de hele wereld zit nu eenmaal complex in elkaar'', stelt hij droogjes vast. 'En ze moeten bij de VSNU niet vergeten dat al het geld hier vandaan komt. Natuurlijk moet alles zo eenvoudig mogelijk, maar toen we de nieuwe WHW behandelden, hoorde je van de universiteiten vooral dat hij zo snel mogelijk in het staatsblad moest.''

Het idee van 'capaciteitsfinanciering' wijzen Netelenbos en Lansink echter eensgezind af. 'Om arbeidsmarkt-redenen kun je wel wat meer numeri fixi instellen, denk ik. Voor psychologie zou dat best kunnen. De universiteiten kunnen volgens de wet zo'n beperking aanvragen. Toch doen ze het niet - waarschijnlijk omdat ze al die studentenaantallen natuurlijk toch wel prettig vinden. Zo'n fixus mag er echter niet komen om interne organisatorische redenen van de universiteiten, omdat ze het zo moeilijk vinden alle studenten op te leiden. Er moet keuzevrijheid voor de student blijven. Iets anders leidt tot gezapigheid bij de universiteiten.''

Lansink denkt er al net zo over. 'Laten de universiteiten eerst maar eens wat maar aan de studeerbaarheid van hun opleidingen doen.''

    • Hendrik Spiering
    • Sjoerd de Jong