Punten uit de interim-grondwet

Verkiezingen

Alle Zuidafrikanen van 18 jaar en ouder gaan op 27 april 1994 naar de stembus. Volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging kiezen zij een nationale en provinciale regering. De kiezers brengen één stem uit, die zowel geldt op nationaal als provinciaal niveau.

Parlement

Het parlement bestaat uit twee Huizen: de Nationale Assemblée van vierhonderd leden en de Senaat. De Senaat bestaat uit negentig leden - tien uit elke provincie - die worden gekozen door het provinciale parlement. Gewone wetgeving wordt aangenomen met een gewone meerderheid in beide Huizen. Als een van de Huizen de wet verwerpt, is een gewone meerderheid in een gezamenlijke zitting van Assemblée en Senaat nodig om de wet alsnog aan te nemen.

Kabinet

De Assemblée kiest de president met een gewone meerderheid. Alle partijen die ten minste twintig zetels (vijf procent) halen in de Assemblee, krijgen een plaats in het kabinet, dat uit 27 ministers bestaat. Partijen met tachtig zetels of meer krijgen bovendien een vice-president.

Grondwetgevende vergadering

De Nationale Assemblée en de Senaat vormen samen de grondwetgevende vergadering. Deze stelt een definitieve grondwet op. Zij is daarbij gebonden aan een aantal voorschriften (zoals een meer-partijendemocratie en drie bestuursniveaus met eigen taken), om te voorkomen dat de meerderheid de interim-grondwet gemakkelijk terzijde kan schuiven.

Provincies

Zuid-Afrika krijgt negen provincies in plaats van de huidige vier: Oostkaap, Noordkaap, Westkaap, Noordwest, Oranje Vrijstaat, Pretoria/Witwatersrand/Vaal, Noord Transvaal, Oost Transvaal en KwaZulu/Natal. De provincies krijgen hun eigen parlement en regering, die bestaat uit een premier en tien ministers.

Handvest

Het Handvest voor fundamentele rechten ('Bill of Rights'), onderdeel van de grondwet, beschermt de rechten en vrijheden van de burger. Het bevat traditionele vrijheden (vrijheid van meningsuiting en van vergadering) en beschermt de bezittingen van burgers tijdens de overgangsperiode. De wet sluit discriminatie op grond van “ras, geslacht, etnische of sociale afkomst, huidskleur, seksuele voorkeur, handicap, religie, geweten, cultuur of taal” uit. Er is ook een compensatie-clausule opgenomen voor de talloze niet-blanke gemeenschappen die in het verleden van hun land zijn gezet krachtens discriminatoire wetgeving.

Constitutioneel hof

Het constitutioneel hof 'bewaakt' de grondwet. Het hof heeft het laatste woord over “interpretatie, bescherming en uitvoering” van alle bepalingen in de grondwet.

Overig

Zuid-Afrika krijgt elf officiële talen: Afrikaans, Engels, Ndebele, Pedi, Sotho, Swati, Tsonga, Tswana, Venda, Xhosa en Zoeloe.

De zogeheten 'zelf-regerende gebieden' en de vier onafhankelijke 'thuislanden' Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda houden na de verkiezingen op te bestaan. De eerste twee thuislanden verzetten zich daartegen.

De politie krijgt een nationale Commisaris en negen provinciale Commissarissen.

Alle gewapende formaties van politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen worden opgenomen in een nieuw Zuidafrikaans leger.

De aanhef van de grondwet luidt: “In nederige onderwerping aan de Almachtige God, Wij, het volk van Zuid-Afrika, verklaren hierbij dat...”. De slotzin is: Nkosi Sikelel' iAfrika (God zegene Afrika).