Philips: Hongaren priegelen goedkoper

DORDRECHT, 18 NOV. Ze spreekt met een zwaar Belgisch accent. “De produktie van deze lagertjes moet naar Hongarije.” Ze spiedt in het rond en werpt vervolgens een vette knipoog over haar schouder. “Dènken ze.” Als teken van macht bolt ze haar minuscule spieren onder de stofjas en zwaait ze vervaarlijk met haar arm over het lasapparaat. “Als je mijn boterham afpakt, krijg je een opsodemieter”, roept ze.

De collega's van de vrouw bij Philips Megatronics in Dordrecht delen haar opvatting. Uit protest tegen het verplaatsen van de produktie naar Hongarije hebben ze zich vanochtend aan de apparaten vastgeketend. De actievoerders in Dordrecht, waar motoren voor video-recorders en cd-spelers worden gemaakt, voelen zich gesterkt door de protesten van andere medewerkers van Philips.

Zo zijn vanmiddag tientallen werknemers van Philips Consumenten Service naar het hoofdkantoor in Eindhoven getrokken. Ze protesteren tegen de dreigende overname van Consumenten Service door de Berlo Service Groep. Die overname brengt immers alleen slecht nieuws voor de driehonderd medewerkers, zegt de Industriebond FNV. Een verlaging van het salaris met zes procent, minder vakantiedagen en geen dertiende maand.

In Dordrecht wacht men inmiddels de komst van een vrachtwagen af. De directie van Philips heeft de wagen besteld om spullen op te halen: een wikkelmachine en een meetstation verdwijnen straks in de laadklep om vervolgens in Hongarije te worden uitgeladen.

Als reden voor de overplaatsing van de produktie geeft Philips de hoge loonkosten in Nederland aan. Het minutieus in elkaar zetten van de onderdelen is een arbeidsintensief werk dat in Dordrecht veelal door allochtone vrouwen (“dikke worstvingers kunnen we niet gebruiken”) wordt gedaan. En de Hongaarse vrouwen priegelen evengoed als hun Nederlandse collega's, maar kosten beduidend minder.

De werknemers en de vakbonden zien het weglekken van werkgelegenheid met leden ogen aan. “De Hongaren hebben al een hele fabriekshal vol weggehaald”, zegt een oudere man. In de veertig jaar dat hij in de Dordrechtse vestiging werkt, heeft hij al veel collega's zien vertrekken. Hij haalt herinneringen op aan de staking in 1971, toen 1200 medewerkers staakten voor vierhonderd gulden loonsverhoging ('geen procenten maar centen').

Na drie reorganisaties binnen tien jaar en een vierde op komst is dat aantal flink geslonken. De vestiging van Philips Megatronics telt nu nog driehonderd werknemers, van wie tachtig zich bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe lagers. Voor volgend jaar verwacht de directie hier een verlies van zes miljoen gulden. Logisch, vindt bestuurder R. van den Bergh van de Industriebond FNV. “De ontwikkeling van de lagers staat in de kinderschoenen. En in geen enkel bedrijf maken research en ontwikkeling op de korte termijn winst.”

De Industriebond FNV keert zich tegen de overplaatsing van produktie naar Hongarije. “Ik snap best dat de loonkosten in Hongarije lager liggen. Maar het bedrijf draagt ook verantwoordelijkheid voor behoud van werkgelegenheid.” De opmerking dat Philips geen filantropische instelling is, wijst hij van de hand. “De mensen hebben reorganisatie na reorganisatie doorstaan en veel overuren gedraaid. En wat krijgen ze nu? Dank aan het einde van de tunnel.”